Restjes

- Mam, wat eten we vandaag?

Ik hoor het mijn moeder zeggen:

- We eten restjes.

Je zou de telefoon willen pakken.

- Mam, als jij zei ’we eten restjes’ – wat betekende dat dan?

- Hoe bedoel je, jongen?

- Aten we dan alléén restjes?

- Soms, soms niet.

- Ik bedoel: we waren met zeven, als van elke maaltijd één-zevende overblijft, duurt het acht dagen voor je weer een volledige maaltijd hebt.

- Ja, nee

- Dan is dat voedsel gemiddeld vierenhalve dag oud!

- Nee, zo werkte het niet. We waren natuurlijk niet altijd allemaal thuis met eten. Papa was vaak weg, jullie hadden training, of jullie aten bij vriendjes, dan waren we soms maar met drie of vier. Of je maakte er soep van, of ragout, of een omlet ofzo. Of shepherd’s pie.

- We aten vaak restjes op zaterdag, toch?

- Ja. Zaterdag was restjesdag.

- Dan kookte Papa vaak, toch?

- Ja. Die kon heel goed met restjes koken. Vond hij leuk, van allemaal verschillende dingen weer iets nieuws maken.

- Ja. Heel vreemde gerechten waren dat soms.

- Ja. Maar altijd lekker.

- Ja. ’Restjes.’ Je hoort het haast nooit meer.

- Kleine gezinnen. Mensen gooien dingen eerder weg.

- Twee dagen, zeggen ze, dat je iets in de ijskast mag bewaren. Anders krijg je maagkanker.

- Ach! Wij hadden op zaterdag wel eens restjes van maandag, hoor. Maar ik sloot ze altijd goed af, dat wel.

- Tupperware!

- Ja, precies.

- Van de Tupperware-parties.

- Ja.

- Waren dat eigenlijk echte parties? Klinkt zo...

- Wild?

- Wuft, wou ik zeggen.

- Nee joh! Thee met taart, ’s middags.

- En dan de hele middag over ijskastbakjes praten?

- Sommigen wel.

- En jij?

- Nee zeg.

- Maar wat dan?

- O, meestal was er nog wel iemand waarmee je over andere dingen kon praten. Als je geluk had.

- Wat voor dingen? Het huwelijk, God, Vietnam?

- Ja, en Kant’s categorisch imperatief, nou goed. Gek! Nee, boeken, filmsdat soort dingen. Maar die restjes, hoe kom je daarbij?

- We zaten in een groot huis, in Frankrijk, met vrienden.

- O leuk.

- Vijftien man, en we kookten meestal zelf. Toen was het op een gegeven moment restjesdag. Moest ik aan thuis denken.

-

- Heb ik van de rest van coq au vin een vol au vent gemaakt.

- En?

- Was wel geslaagd, geloof ik.

- Mooi zo.

- Ze vroegen wat er allemaal in zat.

- En, wat zei je?

- Hoe bedoel je.

- Jij vroeg dat ook altijd, als je vader zoiets gemaakt had, van restjes. Weet je dat niet meer?

- Eh, nee.

- En dan zei je vader ’O, dat ben ik alweer vergeten.’

- Grappig. Dat zei ik ook.

- Zo zie je.

Inderdaad.

Zo zie je.

Dat zei ze altijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden