Restauratie werpt een nieuw licht op tal van oude meesters

'Terugkeer van de meesters', t/m 26 april in het Frans Halsmuseum, Groot Heiligland 62 in Haarlem, geopend maza 1117 uur, zo 1317 uur. Brochure. fotobijschrift: Vergeeld vernis, oppervlaktevuil en vroeger aangebrachte retouches moesten worden weggehaald om 'De bruiloft van Peleus en Thetis' van Cornelis Cornelisz. van Haarlem weer in een goede conditie te krijgen.

CEES STRAUS

Zo blijkt op een stilleven van de 17e eeuwse schilder Willem Claesz Heda naast de met pastei, krab en drank beladen tafel plotseling een krukje te zijn aangeschoven. En op een voorstelling van 'Adam en Eva' door Jan van Scorel uit 1527 prijkt opeens een eenvoudig verbeelde wolkenlucht. Een slechte restauratie in het verleden had ertoe geleid dat de bewuste plek met lichtblauw glacis was overgeschilderd, zodat onderliggende kleurpartijen niet meer zichtbaar waren. Onderzoek wees uit dat het sterk vergeelde glacis kon worden weggehaald, waarna een opmerkelijk heldere kleur blauw tevoorschijn kwam.

Het Frans Halsmuseum heeft in de laatste jaren een groot aantal werken uit zijn eigen bezit onder handen genomen. Daar waren diverse aanleidingen voor; de grote Frans Halsexpositie die alle schuttersstukken kon omvatten, was er een van. Maar ook werken van Cornelis van Haarlem en Maarten van Heemskerck die zelden onderwerp van een tentoonstelling vormen, maar die wel tot de topstukken van het museum gerekend kunnen worden, waren aan een opknapbeurt toe. Meestal ging het om een sterke vervuiling, waarbij de vernislaag was vergeeld of aangetast. In andere gevallen was er sprake van slijtage, want ook een doek dat doodstil aan de wand hangt, kan in kwaliteit achteruit gaan.

Noodzakelijk zijn sommige restauraties ook, omdat er tegenwoordig nieuwe technieken zijn waarmee hinderlijke fouten die in het verleden gemaakt zijn, weer kunnen worden hersteld. Dat roept de vraag op of herstellingen die nu worden aangebracht, werkelijk feilloos zijn. De Haarlemse restauratoren dekken zich tegen die kritiek in door te wijzen op het feit dat alles wat zij aanbrengen of repareren, volledig reversibel is: hun ingrepen kunnen gemakkelijk worden teruggedraaid. Met deze techniek wordt op ruime schaal in de praktijk van het restaureren van oude meesters gewerkt. Had Goldreyer daartoe ook besloten toen hij de Newman herstelde, dan was er aanzienlijk minder kwaad aangericht.

De werkwijze zoals die in Haarlem is toegepast, voorkomt dat een restauratie tot zulke grote controverses kan leiden. Bovendien konden de restauratoren eventuele problemen geruime tijd tevoren inschatten. Elk schilderij heeft een uitgebreid onderzoek ondergaan waarbij werd gekeken naar zaken als afkomst, techniek van de maker en andere materiele eigenschappen die het werk in de afgelopen eeuwen hadden gekenmerkt.

Dit onderzoek heeft van zijn kant een belangrijke stimulans aan de kunstgeschiedenis gegeven. Zo is de kennis van de schilderwijze van Cornelis van Haarlem drastisch uitgebreid. Onderzoek naar de verf wijst bijvoorbeeld uit dat Van Haarlem heeft geexperimenteerd met gekleurde gronderingen waarbij hij de Venetiaanse schilderkunst als voorbeeld koos. Duidelijk wordt dan ook hoe Karel van Mander in zijn 'Schilderboeck' (1604) zo enthousiast was over de echte vleeskleuren bij Van Haarlem. Deze maakte bij 'De kindermoord', een imposant monumentaal werk dat in het museum terecht een centrale plaats inneemt, gebruik van een grisaille, een grondering in verschillende witten en grijzen die aan het vlees van de mannen, vrouwen en gedode kinderen een wisselende kleur geeft.

Het Frans Halsmuseum toont zijn gerestaureerde bezit her en der 'op zaal', zodat de meeste werken in hun vertrouwde omgeving zijn te vinden. Voor enkele werken gold dat ze zo weinig tevoorschijn zijn gekomen, dat ze nauwelijks bekend zijn. Een schilderij verkeerde lang in zulke slechte staat, dat het noodgedwongen in depot werd gehouden. Nu blijkt het een prachtig delicaat portret te zijn.

Is iedere restauratie echter noodzakelijk, kun je je afvragen. Het museum staat voor de keus om het poppenhuis van Sara Rothe (18e eeuw) te laten restaureren. Herstel van het gebouw, waar de verf van de muur bladdert en het textiel van de gordijnen, poppenkleertjes en tapijten lijkt weg te rotten, is in eigen beheer niet mogelijk; daar moeten specialisten voor worden ingeschakeld. Maar je kunt ook stellen dat het huis een normaal proces doormaakt, zoals dat met echte gebouwen ook gebeurt. Het poppenhuis dateert dan wel uit een bepaalde stijlperiode die het verdient om te worden vastgehouden, het maakte ook een geschiedenis door die een echte levens-ontwikkeling laat zien. Het zou van moed getuigen om te laten zien hoe zo'n huis aan de tand des tijds is overgelaten: een proces dat je anders maar zelden te zien krijgt. Dat maakt het dan ook tot een object met een beperkte, zeer tijdelijke duur, maar dat geldt wel voor meer zaken van kunst en cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden