Restaurant leidt op tot volwaardige horecakracht

“Toen ik hier net werkte, liet ik een blad met volle glazen drank over een paar gasten vallen. Ik raakte in paniek: misschien zouden ze erg kwaad worden. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Toen kwam iemand van het restaurant en zei: 'Ga maar even achter een sigaretje roken, even bijkomen. Dit los ik wel even op.' Dat hielp.”

Ewald Bhagwandin (21) en Margreet Ezinga (22) werken in Het Hemelse Gerecht. Sinds zijn oprichting in 1993 begeleidt dat Utrechtse restaurant leerlingen met een psychiatrisch verleden naar een volwaardige baan in de horeca.

Deze herfst kwam een rapport uit van het Trimbos-instituut, dat zich bezighoudt met onder meer verslaving en geestelijke gezondheidszorg. Het restaurant werd zeer postitief besproken.

Twaalf volleerde horecakrachten wil Het Hemelse Gerecht jaarlijks afleveren. Dat is nu nog wat te optimistisch, meent het Trimbos-instituut, maar op termijn zal dat het restaurant zeker lukken. Het rapport roemt onder meer de zorgvuldige begeleiding die het restaurant haar leerlingen biedt.

Het Hemelse Gerecht is nadrukkelijk geen specifiek 'sociaal project.' Het is een professioneel, commercieel restaurant. Drie keer per jaar wordt het vaste personeel aangevuld met maximaal zes of zeven leerlingen die ooit zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Na een korte cursus over werken in de horeca kunnen ze in het restaurant aan de slag. Het is de bedoeling dat ze, naast specifieke horeca-vaardigheden, ook ervaring opdoen met de sociale kant van werken in de horeca.

Gelet wordt onder meer op zelfstandigheid, initiatief, contact met collega's en klanten en betrouwbaarheid (zoals op tijd komen). Tijdens de stage in Het Hemelse Gerecht volgen de leerlingen een reguliere horeca-vakopleiding (SVH). Met dat diploma kunnen ze bij een ander restaurant of instelling voor een tweede stage worden geplaatst.

In de eetzaal van Het Hemelse Gerecht staat een beeld van een monnik. Hij draagt een zwarte pij en een rozenkrans om zijn hals. Tegen de oud-roze wanden hangen wat kitscherige schilderijen: een reproduktie van het Laatste Avondmaal en verschillende afbeeldingen van Maria met haar zoon. Vanaf een muurschildering kijken mollige engeltjes op het bord van de gasten.

Ewald en Margreet zijn allebei bezig met hun eerste stage, als leerling. Ewald werkt in de bediening en Margreet in de keuken. Ze zouden niet willen ruilen.

“Ik hou van dat kleine contact met de gasten”, zegt Ewald, “Graag ga ik naar ze toe om dingen te serveren. Het is ook leuk om bekenden tegen te komen. In de keuken heb je dat niet.”

“Ik ben juist veel liever achter de schermen bezig”, zegt Margreet met een lichte blos, “ik werk graag aan het produkt zelf. En ik hou erg van koken.” Direct contact met de gasten schrikt haar af. Al kan ze daar, ook als koksleerling, niet helemaal aan ontkomen. “Toen ik pas begon, dacht ik: 'Oh, straks krijgen mensen dat wat ík maak op hun bord. Kán ik dat wel?” Aan dat idee is ze inmiddels gewend. “Ze doen in de keuken alle gerechten een keer voor, zodat je goed weet hoe het moet.”

De makreelmousse die ze vandaag maakt, is inmiddels bijna een routineklusje. “Je begint als leerling meestal met de nagerechten. Pas later mocht ik ook de voorgerechten doen. Daarbij moet je meer opschieten, omdat je de bon als eerste binnenkrijgt.”

Voordat Margreet bij Het Hemelse Gerecht kwam, is ze een aantal keren opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. “Ik had faalangst, was ontzettend onzeker”, vertelt ze over die tijd. “Voordat ik werd opgenomen, heb ik verschillende baantjes gehad. Ik heb bij een groentenwinkel gewerkt, bij verpleegtehuizen. Maar ik was zo onzeker, dat ik alles wat ik deed soms wel tien keer controleerde. Daardoor was ik te langzaam. En daardoor werd ik nog onzekerder, want ik wilde het zo graag goed doen.”

Ze werd depressief en verschillende keren opgenomen. In therapie leerde ze beter omgaan met haar onzekerheid. “Tegen het einde van mijn laatste opname begon ik weer te denken aan terugkeer in de 'gewone' maatschappij. Op de afdeling wisten ze van Het Hemelse Gerecht. Nu loopt het weer. Ik woon zelfstandig - dat wilde ik graag proberen -, wat betreft het contact met mijn ouders gaat het beter en ik werk.”

Soms is het moeilijk niet in oude patronen terug te vallen. “Tijdens het werk kijk ik soms expres een paar keer op de klok. Om te kijken hoe snel ik werk. Dan probeer ik een bepaalde opdracht een volgende keer sneller te doen.” De ene dag gaat ook beter dan de andere, vertelt ze. “Omdat ik onregelmatig werk - soms 's middags, soms 's avonds - heb ik vaak een ochtend vrij. Ik moet dan oppassen niet te lang in bed te blijven liggen.”

In het rapport van het Trimbos instituut wordt ook beschreven hoe een aantal deelnemers voortijdig is afgehaakt. Ze vonden het werk in Het Hemelse Gerecht te zwaar - psychisch, maar ook lichamelijk.

Margreet vindt dat meevallen. “'s Avonds ben ik lichamelijk wel moe, maar dat voelt gezond, lekker moe.” In de keuken heeft ze prettige collega's. “Wel anders dan in de zogeheten gewone maatschappij”, zegt ze, “maar ik zie er niet tegenop ook daar te beginnen. Ik weet nu dat ik dit wel kan. En vanuit Het Hemelse Gerecht is er meestal ook wat begeleiding. Ze blijven je in de gaten houden.”

Ook Ewald ziet Het Hemelse Gerecht als een belangrijke opstap naar vast werk. “De werkbegeleider, Antoon, doet als het nodig is vast ergens een goed woordje voor me.” Hij denkt over horeca-werk in een instelling of in de catering misschien. Het werk in de bediening van Het Hemelse Gerecht bevalt hem goed, vertelt hij opgetogen.

“Voor ik werd opgenomen, heb ik vanaf mijn zestiende in een Italiaans restaurant hier in de stad gewerkt. Op een gegeven moment werd ik manisch. Dat houdt in dat je overactief wordt, ontzettend druk. Je kan ontzettend veel aan en je voelt je heel erg zeker. Ik hield er bijvoorbeeld van klanten uitgebreid te adviseren: 'Dat moet u nemen, dát is lekker'. Uiteindelijk had ik echt zoiets van 'Help me, want ik raak een beetje uitgeput'.”

Onder dwang en met medicijnen werd Ewald op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis gekalmeerd. “Ik wilde niet, dat manisch was eigenlijk een heel fijn gevoel. Maar later merk je wel dat 't niet klopt.” Ewald werd depressief. Hij krabbelde er weer bovenop, maar kreeg een paar keer een terugval. “Daar word je heel erg onzeker van. In het begin was ik in Het Hemelse Gerecht achter de bar ook een beetje achterdochtig, zo tussen zoveel mensen. Dat is een heel goede therapie.”

Ewald was aanvankelijk vooral druk met bonnetjes en drankjes achter de bar. “Nu zie ik veel meer. Ik zie het nu ook wanneer mensen achter de bar zitten te wachten tot ze worden geholpen.”

In Het Hemelse Gerecht worden ex-psychiatrisch patiënten serieus genomen, vinden Ewald en Margreet.

“Ook de meeste gasten weten het”, zegt Ewald. “En als ze er meer over willen weten, geef ik ze een kaartje waarop het wordt uitgelegd.” Bijna verbaasd: “De mensen reageren heel positief.”

Margreet en Ewald krijgen niet hetzelfde salaris als het vaste personeel. Uit het onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat een aantal leerlingen daar over viel. Tijdens spitsuur moeten zij immers net zo hard werken, is de redenering.

Ewald: “Ik krijg een volledige uitkering, dus krijg ik ook betaald. En bovendien zit ik op deze manier niet met mijn uitkering op mijn luie reet.” Margreet: “Daarbij krijgen we nog een extraatje van de fooien. Ik vind het ontzettend leuk dat we daarin ook meetellen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden