Respect afdwingen met pistool of mes

Bij een recente reeks steek- en schietpartijen, verspreid over Nederland, waren telkens Antillianen betrokken. „Als er ruzie ontstaat, is er grote druk om te handelen, om te schieten.” Hoe help je deze groep uit de criminaliteit?

Bart Zuidervaart

Erno Thompson (60) is op 15 juni 2009 op Curaçao vermoord. De Antilliaan werd door een grote auto geschept en daarmee doodgedrukt tegen de muur. De vrouw van Erno Thompson zag het gebeuren, hun dochter en een 4-jarige neefje ook.

De dader was getrouwd met de dochter van Erno Thompson. Het boterde al langere tijd niet tussen de twee mannen. Maar niemand kon vermoeden dat Thompson door zijn eigen schoonzoon zou worden omgebracht.

Zijn zoon Archell Thompson was op dat moment in Almere bij zijn vrouw en twee kinderen. „Toen ik het hoorde was ik als verlamd”, zegt hij. Archell zwoor wraak. Hij reisde om twee redenen af naar Curaçao; zijn vader verdiende een mooi afscheid en de dader moest dood. Koste wat kost. Archell had genoeg vrienden die hem een wapen konden bezorgen. „Ik heb er goed over nagedacht”, blikt hij terug. Archell wist dat zijn zwager in het openbaar zou worden voorgeleid bij het stadhuis. Doodschieten zou een zwaardere straf opleveren dan doodsteken. Archell koos voor een vers geslepen mes. Daarmee wachtte hij zijn zwager op voor de deur van het stadhuis.

Aanstaande zondag, 3 oktober, lopen bezorgde Antillianen een protestmars door Rotterdam-Zuid. De deelnemers willen het geweld binnen de Antilliaans-Arubaanse gemeenschap hard veroordelen. Ze zullen oproepen om alle wapens in te leveren. „Er moet iets gebeuren”, vindt voorzitter Raymond Labad van MAAPP, een belangenorganisatie voor Antillianen en Arubanen in Nederland. „Wij zeggen hardop; geen geweld meer. Het is genoeg zo.”

De manifestatie is een reactie op de recente steek- en schietpartijen waar telkens Antillianen bij betrokken waren. Op 19 augustus in de Rotterdamse wijk Bloemhof (twee gewonden). Twee dagen later tijdens het zomercarnaval in Arnhem (een dode, twee gewonden). Op 2 september in het Amsterdamse centrum (een 16-jarige dode). En drie dagen daarna tijdens een Antilliaans feest in Zoetermeer (een dode).

Het zijn tragische berichten die het ergste doen vermoeden; het gaat vast niet goed met de aanpak van problematische Antillianen. Dat is beslist niet waar, zegt Jan de Kloet. Het geldt in ieder geval niet voor Rotterdam, de stad waar 20.000 Antillianen wonen. De Kloet is hier stadsmarinier en richt zich sinds 2008 specifiek op Antillianen. Hij houdt kantoor in de oude arbeidersbuurt Vreewijk in Zuid, midden tussen zijn ’doelgroep’. Daar laat de stadsmarinier cijfers zien die wijzen op – lichte – vooruitgang. Het aantal schoolverlaters onder Rotterdamse Antillianen neemt af, net als de werkloosheid. En sinds 2004 daalt de criminaliteit ook voorzichtig. In 2008 werd 8,8 procent van de Rotterdamse Antillianen ouder dan twaalf jaar verdacht van een misdrijf. In 2009 7,2 procent. Het gemiddelde onder alle Rotterdammers bedraagt 2 procent. Echt juichen doet De Kloet dus niet.

Iemand die criminele Antillianen tegenkomt, is Henry Breeveld. Hij leidt de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen Arubanen (SWA) in Rotterdam. Deze werd 35 jaar geleden opgericht als ontmoetingsplek voor studenten uit De West. Midden jaren negentig kantelde het vizier. Breeveld zag dat niet langer succesvolle, leergierige Antillianen de oversteek maakten, maar arme en werkloze jongeren. SWA veranderde noodgedwongen van sociaal-cultureel centrum in een maatschappelijke instelling.

De oorzaak was de economische neergang op Curaçao. Het vertrek van Shell was dramatisch voor het eiland, vertelt Breeveld. Wie in de malaise belandde, pakte zijn Nederlands paspoort en vertrok richting Schiphol.

Herman Meijer zag ze komen. Hij werd in 1994 voor GroenLinks wethouder stadsvernieuwing in Rotterdam. Meijer schetst een standaardverhaal: Antilliaan wordt door moeder naar Nederland gestuurd waar een tante woont. Hij is laagopgeleid en spreekt nauwelijks Nederlands. Tante kan niet voor hem zorgen en wijst hem de deur, jongen vindt alternatieve opvang op straat. En dan begint de ellende.

Meijer liep als wethouder aan tegen de ’enorme mobiliteit’ van Antillianen. „Dan woonden ze in Rotterdam, de volgende week verbleven ze in Den Helder. Of Amsterdam. Of Almere. Zie daar maar eens grip op te krijgen.” Wie hier als kansarme komt, was dat meestel in de Cariben ook. „We merken bij SWA dat de Antillianen die het afgelopen decennium naar Nederland zijn gekomen, weinig zitvlees hebben”, zegt Breeveld. „Ze komen uit problematische gezinnen waar vaak te weinig of verkeerde aandacht voor kinderen is. Jonge moeders die zelf nog kind zijn.” Als het moeilijk wordt, sturen ze een zoon naar Nederland.

Archell Thompson was zo’n probleemgeval. In zijn jongere jaren op Curaçao handelde hij in drugs, net als zijn vrienden. „Geld is belangrijk”, vertelt hij. „Met nieuwe Nikes en geld kun je de meisjes imponeren.” De druk vanuit de groep om mee te doen, is groot. Hij smokkelde geregeld cocaïne naar Bonaire. Gewoon, per vliegtuig, met het spul in zijn koffer. Toen een vriend werd opgepakt, verhuisde hij naar Nederland. Hij wilde een beter leven. Dat was dertien jaar geleden.

Archell Thompson begaf zich al snel tussen criminele Antillianen. Ze gingen ’s avonds uit in Arnhem met pistolen op zak. Het is makkelijk om aan een wapen te komen. Geld en een contactpersoon in ’het circuit’ zijn voldoende, zegt Archell. „Je gaat met een pistool een discotheek binnen en dan verdwijnt alle onzekerheid. Je voelt je goed. Je hoeft voor niemand bang te zijn. Als je ruzie krijgt, denk je: ik schiet gewoon. Je wilt jezelf ook beschermen. Wat als je een conflict hebt en iemand trekt een mes?” Op Curaçao is hij ooit beroofd van zijn ketting en vervolgens beschoten. Archell had geen pistool om terug te schieten. „Mensen gaan dan over je praten. Die jongen is te laf om zichzelf te verdedigen!”

Herman Meijer, tegenwoordig vicevoorzitter van SWA, schrikt van het gemak waarmee sommige Antillianen naar een wapen grijpen. Zoals op 19 augustus in Bloemhof, toen een Turkse man een Antilliaan aansprak die tegen zijn voordeur urineerde. Een vechtpartij volgde. Een van de aanwezige Antilliaanse jongens liep naar een auto en haalde een pistool uit de kofferbak. Hij schoot de Turkse man en zijn zoon zonder aarzeling neer. Beiden overleefden de aanslag.

Volgens Meijer lopen er in Nederland veel Antilliaanse ’tijdbommetjes’ rond. Jongens zonder rust, zonder perspectief op een stabiel burgerbestaan. „Dat is het verschil met criminele Marokkanen”, vertelt Meijer. „Zij landen rond hun twintigste in een gezin en krijgen kinderen. Die verantwoordelijkheid doet wonderen. Antillianen kennen dat niet. Zij blijven in de criminaliteit hangen, soms tot hun veertigste.”

Een paar dagen na de schietpartij in Bloemhof hielden verschillende Antilliaanse organisaties een bijeenkomst in de Rotterdamse Millinxbuurt. Daar vertelden twee jongens over het wapenbezit onder Antillianen. Een van hen zei: „Als er ruzie ontstaat, is er grote druk om te handelen, om te schieten.” Een verkeerde blik van een voorbijganger kan voldoende zijn. Of een lichte botsing in een drukke winkelstraat. Het draait om je mannelijkheid, je eer. Dat is de cultuur op straat.

Wat ook meespeelt, zegt Henry Breeveld: een deel van de Antillianen kampt ten onrechte met een diepgeworteld minderwaardigheidsgevoel. „Te veel jongeren missen een stabiele geestelijke basis.” Meijer: „Ze weten niet wie ze kunnen vertrouwen. Ze hebben het gevoel dat ze respect moeten afdwingen met een pistool of een mes. Maar wat respect precies inhoudt, ze hebben geen idee.” Het machogedrag is hen al vroeg bijgebracht, vertelt Breeveld. Vader speelt geen rol in het gezin, dus moet de zoon die taak overnemen. „Op straat zal een Antilliaanse man twee keer zo hard slaan als een Nederlandse man.” Stadmarinier Jan de Kloet zegt: „Het is impulsief en emotioneel geweld, dat voortkomt uit angst. Je doet de ander iets aan, voordat hij jou iets aandoet.”

Daar is maar één antwoord op, vindt Leefbaar Rotterdam: keihard aanpakken. Raadslid Robert Simons bepleitte anderhalve week geleden dat de politie in de toekomst specifiek Antillianen mag fouilleren op wapenbezit. Want, zo stelde hij: agenten houden ook extra alcoholcontroles onder Poolse vrachtwagenchauffeurs.

D66-fractievoorzitter Salima Belhaj schrok van deze woorden. De vergelijking klopt ook niet, zegt ze. Er wordt gecontroleerd op Poolse kentekens. Zo haal je het instrument weg van de mens. „Wat Leefbaar voorstelt is etnic profiling”, zegt Belhaj. „Dat vind ik heftig. Je mag niet zomaar iemand, een Antilliaan met een bijdehante blik, fouilleren. De Grondwet laat zoiets niet toe.”

Wat wel mag is de ’persoonsgebonden aanpak’. De gemeente Rotterdam zit de groep overlastgevende Antillianen dicht op de huid, onder aanvoering van de stadsmarinier. Wie over de schreef gaat, wordt hard aangepakt. De Kloet vertelt dat elke Antilliaan die zich in de gemeente vestigt, standaard wordt bezocht door de gemeente. Een ambtenaar ziet onmiddellijk of er problemen spelen, zegt hij. Dit jaar zijn er daardoor tot op heden 38 Antillianen gesignaleerd die een persoonlijke begeleiding krijgen.

Belangrijk is, zegt Jan de Kloet, dat de sociale structuur binnen de Antilliaanse gemeenschap wordt hersteld. Als een alleenstaande moeder op Curaçao niet voor haar kind kan zorgen, neemt oma die taak over. Of een tante. „Zodra dat kind het vliegtuig naar Nederland neemt, wordt die structuur doorgeknipt”, vertelt De Kloet. Hier is nauwelijks opvang en geen controle.

Henry Breeveld probeert met zijn stichting die structuur terug te brengen in het leven van Antilliaanse probleemjongeren. SWA biedt intensieve begeleiding en gezinscoaching. Er wordt zonodig huisvesting gezocht en werk of een opleiding geregeld. Breeveld: „Wij bezorgen ze een zinvolle dagbesteding. Zo houden we risicojongeren van de straat.” De stichting bezoekt Antilliaanse gedetineerden in de Dordtse gevangenis. Wie bijna vrijkomt, krijgt hulp aangeboden. „Als iemand terugwil naar zijn gezin, moet die daar wel op voorbereid zijn”, zegt Breeveld. Vorig jaar begeleidde zijn stichting 65 Antilliaanse ex-gedetineerden. Twee van hen vielen terug in de criminaliteit.

Archell Thompson heeft geen wraak genomen op zijn zwager. De jongen werd bij zijn voorgeleiding via de achterdeur het stadhuis binnengebracht. Archell vermoedt dat de politie op de hoogte was van zijn plan. Het duurde maanden voordat hij rust kon vinden. Zijn zus zei: „Onze vader heeft zich opgeofferd voor ons.”

Archell, in het dagelijks leven storingsmonteur bij de NS, heeft als eerbetoon aan zijn vader de stichting Mikesa opgericht. Hij wil Antilliaanse risicojongeren op het rechte pad houden. Archell werkt nu met 25 jongens aan een theatervoorstelling. Tijdens de voorbereidingen helpt hij de jongeren ook met andere zaken, zoals school of werk. „Ik kom zelf van de straat en spreek hun taal. Dat schept een band. Het kan geen kwaad dat de belangenorganisaties een manifestatie houden, hoor. Maar denk je echt dat zoiets indruk maakt op een criminele Antilliaan?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden