Reservaat helpt Noordzee niet

In Trouw van 6 april schrijft dr. Han J. Lindeboom van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Zee (Nioz) dat de visserijbiologen van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (Rivo) al tien jaar de discussie over natuurreservaten in de Noordzee frustreren: het Rivo zou de belangen van het visserijbedrijf beschermen ten koste van de natuur. Een ernstige beschuldiging aan het adres van een onafhankelijk onderzoeksinstituut.

Het Rivo bestudeert de ontwikkelingen in de visserij en in de commercieel geëxploiteerde vis- en schelpdierbestanden en adviseert de internationale en nationale overheid over het visserijbeheer. Daarnaast voert het Rivo onderzoek uit naar de effecten van de visserij op het ecosyteem en beproeft nieuwe vangsttechnieken waarmee de gevolgen voor het ecosysteem kunnen worden verminderd.

Nadat het Rivo de problematiek van de neveneffecten van de bodemvisserij in de jaren tachtig wederom op de nationale en internationale agenda had geplaatst, is er een groot aantal studies uitgevoerd. Deze studies, waarin Rivo en Nioz eendrachtig hebben samengewerkt, hebben duidelijk gemaakt dat de bodemvisserij kan leiden tot aanzienlijke lokale sterfte onder bodemdieren. De vraag blijft echter, wat dit betekent voor het overleven van populaties. Afhankelijk van kenmerken zoals geslachtsrijpe leeftijd en voortplantingssnelheid, kunnen populaties een bepaalde extra sterfte verdragen zonder in hun voortbestaan te worden bedreigd. Sommige populaties worden reeds bij een extra sterfte van tien procent per jaar bedreigd, terwijl populaties van andere soorten zich kunnen handhaven bij een extra sterfte van tachtig procent. De visserij kan jaarlijks zo'n dertig tot veertig procent van bijvoorbeeld kabeljauw oogsten, zonder de stand in gevaar te brengen. Voorwaarde is dat de totale sterfte gecompenseerd kan worden door reproduktie en groei. Wel is de totale populatieomvang als gevolg van visserij altijd lager dan de hoeveelheid die van nature aanwezig is.

De poging van Lindeboom de verschillende gebruiksfuncties ten opzichte van elkaar te wegen door een beschadigingsindex (RBBI) te berekenen, is gebaseerd op directe sterfte en zegt niets over de effecten op populatieniveau. Bovendien houdt de index geen rekening met effecten van vervuiling op voortplanting en groei, en met effecten van calamiteiten (olierampen, perioden van zuurstofloosheid, enzovoorts). De RBBI lijkt eerder ontwikkeld om publieke steun te winnen voor een standpunt dat er een gesloten gebied in de Noordzee moet komen, dan om het beleid een doeltreffend instrument te bieden om te evalueren hoe groot het effect van visserij is.

Alhoewel reservaten een vanzelfsprekende manier lijken om de natuur te beschermen, is dit voor de zee minder vanzelfsprekend. Veel zeedieren produceren eieren en larven die met de zeestromingen over grote afstanden worden getransporteerd. Voor dergelijke dieren zijn reservaten niet het meest geschikte middel. Dit geldt wel voor structuurvormende dieren zoals koraal en dieren met een beperkte actieradius zoals roggen, maar omvang en locatie moeten dan natuurlijk afgestemd worden op de doelsoort.

Recent heeft de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES), waarin de marinebiologen van het Noord-Atlantische gebied georganiseerd zijn, de wetenschappelijke kennis over de effecten van de bodemvisserij op het bodemleven geëvalueerd en de Europese Unie geadviseerd over de noodzaak van maatregelen. Aan deze evaluatie hebben voor Nederland onder meer onderzoekers van het Nioz en het Rivo deelgenomen. Geconcludeerd werd dat er nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing is voor de stelling, dat de visserij de belangrijkste oorzaak is voor de achteruitgang van een aantal diersoorten. De Noordzee is een dynamisch systeem waarin door natuurlijke variaties bijvoorbeeld in het klimaat diersoorten kunnen verdwijnen of opbloeien. Daarnaast spelen effecten van vermesting, vervuiling, scheepvaart, mijnbouw, enzovoorts. In dit complexe netwerk van relaties is het tot op heden niet mogelijk in te schatten wat de bijdrage is van de verschillende factoren in het geheel.

Ondanks deze wetenschappelijke onzekerheid is de ICES van mening dat op basis van het voorzorgprincipe maatregelen wenselijk zijn om het bodemleven te beschermen. Daarvoor is het beperken van de visserij het meest effectief. Zo'n reductie is eveneens noodzakelijk voor de bescherming van overbeviste commerciële visbestanden. Een tweede advies was maatregelen te nemen om te voorkomen dat momenteel niet beviste gebieden in de toekomst zullen worden bevist. Gesloten gebieden achtte men een bruikbaar instrument om specifieke organismen of leefgebieden te beschermen. Er zijn echter geen aanbevelingen gedaan voor het instellen van dit soort gebieden in bijvoorbeeld de zuidelijke Noordzee, omdat niet duidelijk is welke dieren of leefgebieden op deze wijze zouden moeten en kunnen worden beschermd. Wel heeft de ICES met betrekking tot de stekelrog geadviseerd, dat sluiting van een gebied waar deze soort nog steeds voorkomt de beste bescherming biedt. Dit gebied ligt echter niet op het Nederlands contentinaal plat.

Het pleidooi van Lindeboom dat een gesloten gebied het enige middel is om tot een ecologisch optimale Noordzee te komen, is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. Het verwijt aan het Rivo de discussie te hebben gefrustreerd is ongegrond. Het Rivo heeft, net als het Nioz, vanuit kennis en onderzoeksresultaten argumenten ingebracht in een internationale discussie. Die discussie is op de kracht van argumenten beslist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden