Requiem voor een ontmantelde parkeergarage

Zaanstad heeft de enige stadscomponist van Nederland. Merlijn Twaalfhoven wil de stad een jaar lang op stelten zetten met muziek.

Op een regenachtige maandagmorgen heerst in het centrum van Zaandam een ongehoorde troosteloosheid. Tegenover het station ligt een braakliggend terrein. Daarnaast de ontmantelde parkeergarage, wachtend op de sloop. Aan de overkant de grauwe, megalomane twintig verdiepingen tellende Saentower van de Rabobank. Even verderop begint de winkelstraat waarin een groot aantal winkels totale opheffingsuitverkoop houdt.

Het centrum van Zaandam gaat voor de zoveelste keer op de schop in de hoop dat het eindelijk een bruisend stadshart zal krijgen. Oude Zaankanters zien het hoofdschuddend aan en vinden de plannen van de gemeente bij voorbaat kansloos.

Maar daar komt Merlijn Twaalfhoven aanfietsen. De dertigjarige componist kijkt enthousiast om zich heen. Hij heeft Zaanstad in zijn hart gesloten. Maandag is hij er officieel geïnstalleerd als stadscomponist.

Twaalfhoven is geen doorsnee componist, die op zijn zolderkamertje ingewikkelde stukken zit te bedenken. Hij schrijft stukken waar amateurs en soms zelfs toeschouwers aan deel kunnen nemen. Voor zijn voorstellingen gebruikt hij verhalen, muziek, maar ook de locatie, de geschiedenis en de mensen die daar wonen.

Hij organiseerde een ’Symfonie voor iedereen’ waarin het Nederlands Philharmonisch Orkest samenspeelde met amateurs en kinderen. Ook maakte hij een voorstelling over de bemanning van de in 2000 gezonken Russische onderzeeboot Koersk: de Koersk-monologen. Daarbij werden de toeschouwers in een duikboot langs verschillende personages uit de Koersk geleid. Zo konden ze meemaken hoe het is om te weten dat je op de bodem van de zee zult sterven. Zijn ’La nuit n’est pas un chocolat’, waarin een concert met fanfare, een jazzband en drie strijkkwartetten uitmondt in een feest met kok, werd legendarisch.

Sinds een paar jaar werkt hij niet alleen in Nederland, maar ook bijvoorbeeld in Japan en in Israël en de Palestijnse gebieden. Maar hij is toe aan iets nieuws, zegt hij. Twaalfhoven: „Per jaar doe ik tientallen projecten op verschillende plaatsen. Dat wordt me zo langzamerhand wat te vluchtig, te oppervlakkig.”

Twaalfhoven besloot een plek te zoeken waar hij een heel jaar kon zitten. „Ik zocht een grote, bijzondere locatie waar ik een langdurig project kon doen. Ik ben op heel veel plaatsen in het land gaan kijken en kwam bij Zaanstad uit.”

Twaalfhoven viel voor Zaanstad toen hij op een stille morgen al om halftien mensen bij de Febo zag staan. Dat mensen op dat tijdstip zin hadden in patat intrigeerde hem.

De oude arbeidersstad Zaandam met het trieste centrum staat in groot contrast met de landelijke dorpen eromheen. Juist die dubbelzinnigheid trekt hem aan. Twaalfhoven: „Je hebt er schattige groene huisjes, zoals op de Zaanse Schans, naast oude industriële complexen. Er is ook veel water en natuur. Grote contrasten zijn er ook in de bevolking met de grote groepen migranten. De meeste Nederlandse steden en dorpen hebben een eigen identiteit. In Zaanstad bestaat de identiteit uit het collage-achtige karakter.”

Vooral dat de stad niet af is, is aantrekkelijk voor hem, want waar beweging is, gebeurt iets. Daarin ziet hij een taak voor zichzelf. Twaalfhoven: „Ik zie muziek als een middel om mensen in contact te brengen, om ontmoetingen te arrangeren. Mijn muziek moet verrijken, iets bijzonders opleveren. Dat kan vooral in een stad die in een spagaat zit. Deze bevolking is argwanend, velen hebben moeite met de groepen immigranten. Hier zie ik een uitdaging. Ik wil deze stad als mijn muziekinstrument gebruiken.”

Twaalfhoven nam contact op met de gemeente en uitte de wens om een jaar lang de stad op stelten te mogen zetten. Daar zag de gemeente in eerste instantie weinig in. Er was geen geld voor. Bovendien was er al muziek en theater in de stad. Twaalfhoven: „Maar ik wilde ook geen geld. Ik wilde gewoon een jaar in en voor de stad werken. Ik wilde niet concurreren met bestaande voorzieningen, maar ze gebruiken. Bijvoorbeeld de tientallen harmonie-orkesten.”

Uiteindelijk werden de ambtenaren en wethouders zo enthousiast dat ze besloten Twaalfhoven tot stadscomponist te benoemen. Maandag werd hij officieel geïnstalleerd. In tegenstelling tot wat mopperende Zaankanters op de site van Dagblad de Zaanstreek beweerden wordt Twaalfhoven geen ambtenaar. Hij gaat er zelfs geen cent aan verdienen. Alleen als voor een bepaalde gebeurtenis een budget is gereserveerd voor promotie kan Twaalfhoven daar een beroep op doen.

„In december gaat de Bernardbrug over de Zaan weer in gebruik. Dat wil ik opluisteren met 2000 zingende scholieren van acht tot achttien jaar. Dan hoop ik wat geld van de gemeente te kunnen krijgen.”

Op diezelfde manier wil Twaalfhoven de eerste heipaal voor de nieuwbouw in het stadshart met muziek begeleiden. Voor de ontmantelde parkeergarage op diezelfde plek schreef hij al eens een requiem. Een ander plan is het verzamelen van dromen van volwassenen en kinderen. Daaruit worden enkele geselecteerd die zullen worden nagespeeld. Ook wil hij laten ’gluren bij de buren’ door kleine toneelstukjes bij mensen thuis te laten spelen.

Uiteindelijk wil Twaalfhoven als afsluiting een grote Zaanse Midzomernachtsdroom creëren, waarin allerlei Zaanse bevolkingsgroepen, van koekenbakkers tot stratenmakers, aan meedoen. De Zaanse popgroep De Kift wil meedoen.

Plannen zat, maar wat denkt Twaalfhoven zo voor Zaanstad te kunnen betekenen? Twaalfhoven: „Ik wil een steen in de vijver gooien. Enerzijds door opwinding en plezier te geven, anderzijds door te confronteren met de minder leuke kanten van de stad.”

Bovenal gaat het Twaalfhoven erom mensen het besef bij te brengen van de schoonheid van de gewone wereld. We zitten bij de sluis in de Zaan en kijken uit op de goedkope nieuwbouw van een casino en de rommelige achterkant van de Xenos. Twaalfhoven: „Mee eens, het is hier lelijk. Toch zie ik ook schoonheid. Ik kijk naar die gebouwen en bedenk welke relatie mensen ermee kunnen hebben. Ik denk aan de man die de stenen heeft gebakken, ik luister naar de vrouwenstem die uit de radio van de werkmannen schalt. Ik hou vooral van de verhalen in een stad. Voor verhalen is het juist goed dat er ook lelijke plekken zijn. Stel je een stad voor waar alles mooi is. Niemand wil daar wonen.”

Hij lijkt wel een welzijnswerker. Waarom gaat Twaalfhoven niet gewoon mooie muziek schrijven, zoals andere componisten? „Mooie muziek is overal, als je je oren ervoor openstelt. Ik haal geluk uit het zien van de ontmoetingen tussen mensen. Mensen laten het mooiste van zichzelf zien als ze met muziek bezig zijn. Daar doe ik het voor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden