Reportage / ’Ge moet d’n Bijbel niet zo letterlijk nemen’

Brabant is de grootste rooms-katholieke provincie van Nederland. De secularisatie verloopt er iets minder snel dan elders. Trouw peilt het hedendaagse geloof in het land van Philips en Van Gogh. Aflevering 2: Catecheet Huub Schumacher doorkruist Brabant.

Zes jaar geleden werd hij uit het bisdom Den Bosch weggestuurd door bisschop Hurkmans. „Huubke, wat doe-de-gij toch met die mensen, zei de bisschop. Je moet ze leren bidden en vroom zijn, jij maakt ze maar onzeker en opstandig. Catechese moet vertrekken vanuit de leer van de kerk, jij staat te dicht bij de mensen.”

Priester Huub Schumacher (61) was toen tien jaar werkzaam als rondreizend catecheet. En dat is hij nog steeds, hij kon zijn werk voortzetten in het bisdom Breda, waar hij altijd bij was blijven horen – hij was slechts ’uitgeleend’ aan Den Bosch. Bisschop Muskens had geen moeite met Schumachers toon.

Veel parochianen in het bisdom Den Bosch wilden zijn geloofs- en bijbelcursussen niet missen. Nu bestaat zijn werkterrein dus uit heel Noord-Brabant en heeft hij jaarlijks een kleine vijfhonderd cursisten onder zijn hoede, twee à drie groepen per dag. Schumacher: „Sinds mijn ontslag daar heb ik alleen maar meer werk gekregen.”

Vandaag begint de dag om tien uur ’s ochtends in Tilburg. In een noodgebouw dat iets weg heeft van een bouwkeet, wachten twintig mensen op deel vier van een tiendelig ’bijbels leerhuis’. Kerkgangers vooral, een enkele priester, een diaken, allemaal enigszins op leeftijd. Op het programma staan de ’wijsheidsboeken’.

Schumacher krabbelt ze enthousiast op een flap-over, en bespreekt ze kort. „Hooglied lezen we in de kerk veel te weinig. Die jongen en dat meisje, de hitte van het verlangen... Vroeger dacht je: dat mag allemaal niet.”

Cursist Albert de Cock: „Ja, maar dat werd ons ook gezegd.”

Schumacher introduceert het boek Job, dat gaat ’over iemand die z’n stinkende best doet, en die tóch gestraft wordt’.

Elly Struycken, boos: „Waarom doet God dat? Hij ziet toch dat Job hem trouw blijft?”

„Ik hoop dat gij gaat voelen dat het literatuur is”, antwoordt de cursusleider. „Denk jij dat God alles precies bedisselt wat jou overkomt?”

Schumacher kijkt met een schuin oog naar het koffieapparaat. „Kunnen we nog even?” Stokend: „We maken d’n Bijbel afhankelijk van de koffie, is ’t geen schande, Rikie?”

„De God van de Bijbel is niet los verkrijgbaar. Ik kan in de wei gaan staan en God vervloeken, maar dan kijkt er misschien alleen een vogel omlaag. Als ik jou vervloek, vervloek ik God. En ik kan het alleen met hem goedmaken door het met jou goed te maken.”

Liedy Beneken: „Ja, dat vond ik vroeger ook zo goedkoop aan het biechten. Maar wat heeft het dan voor zin om God er überhaupt nog bij te halen?”

Schumacher lacht. „In de eerste eeuwen van het christendom dachten mensen nog vanuit dat bewegelijke bijbelse godsbeeld van God-in-mensen. Maar daarna hebben we hem naar boven gebracht, waar-ie versteend is, op een grote troon boven het heelal. Dat heeft zo’n beetje geduurd tot in de tijd van ons’ moeder. En wij zijn nog steeds niet zo ver dat we dat bijbelse godsbeeld weer aankunnen.”

„Dus de kerk heeft ons van God verwijderd?”, vraagt een ander. „Eigenlijk wel ja”, zegt Schumacher.

Het levert hem geen verbaasde blikken op, maar instemmend geknik en gefluister. Hij glimlacht naar een dromerige zuster die zich onder zijn aandachtige gehoor bevindt. „Zuster Bonifatia ziet d’n himmel.”

Jetty Vriens (71), na afloop: „Je kunt het brengen voor intellectuelen, en voor gewone mensen. Huub overbrugt dat allemaal, want hij heeft het wel over denkers als Levinas, maar zonder dure woorden.”

Het is haar zesde ’studiejaar bij Huub’. „Het godsbeeld dat wij vroeger hebben meegekregen, heeft onze ogen vertroebeld”, zegt ze. „Ik wil me daarvan losmaken, maar zonder rancune.”

Schumacher gaat op weg naar de volgende groep, zusters in een Udens klooster, de congregatie van de dienaressen van de Heilige Geest. In de auto: „Ik noem het ’bewustmakend pastoraat’. De kerk is er niet altijd blij mee. Men vindt het fascinerend, maar ook bedreigend.”

In het bisdom Den Bosch konden parochievrijwilligers aan het eind van Schumachers vierjarige cursus een zending van de bisschop krijgen. „Ik zorgde ervoor dat ze zélf uitvaarten konden leiden. Op een gegeven moment wist ik: dit gaat me de kop kosten. In een kerk die alles opnieuw in de handen van de priesters wil leggen, kon je daarop wachten.”

Een kerkjurist stond hem bij: als gelovigen iemand om geloofsonderricht vragen, mag een bisschop daar niet zomaar tegenin gaan. Schumacher: „Ach ja, de ene bisschop timmert je eruit, en de andere zet je op een troontje.”

Schumacher schrijft boekjes, heeft zo zijn eigen methodes en heeft overal trouwe fans. Maar hij heeft niets goeroe-achtigs, daarvoor is hij te gewoon, te weinig pretentieus. Met zijn witte baardje, zijn stropdas en zijn grijze sokken is hij eerder een goeiige godsdienstleraar die toch niet gauw verveelt, dankzij een zesde zintuig voor de belevingswereld van zijn streek.

Het klooster in Uden is van binnen een modern verzorgingshuis. In de gang hangt een wereldkaart vol stipjes – de vroegere missieposten van de zusters. Twintig van hen zitten met koffie en thee te wachten op het vervolg van de cursus ’Naar de kern’, over de betekenis van de apostolische geloofsbelijdenis, ’de twaalf artikelen van het geloof’. Vanmiddag: over Jezus, die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden.

Na een meditatieve opening met muziek uit een bandrecorder, loopt Schumacher minutieus alle elementen van het zinnetje na. De ’hel’, die vroeger toch vooral ’een grote kachel’ was, en die nu vaak wordt gezien als een hel op aarde, de verschrikkingen die mensen elkaar aandoen, godverlatenheid. „Dood in de Bijbel is: dat je voor jezelf alleen leeft.”

En ’De derde dag’, dat klopt toch precies, de zondag na de donderdag? In een onnavolgbare stijl loopt hij oudtestamentische verhalen langs waarin iets op de derde dag bevestigd wordt, in derde instantie eindelijk gehoord of van godswege beantwoord. Die evangelieschrijvers waren dichters in een lange traditie, wil Schumacher maar zeggen.

Hoe meer hij op dreef raakt, hoe Brabantser hij klinkt. „We zijn in d’n Efteling, mensen. Sprookjes moet je ook niet letterlijk nemen, maar ze zijn zo waar als wat.”

Hoe waar is de hel? Cursist pater Vaanholt, ooit generaal-overste van de kruisheren: „De hel is nooit een eindpunt. Voor de joden begint de dag in de avond, in de duisternis ligt de kiem van het leven.”

Zuster Anacleta heeft net als veel anderen haar leven lang godsdienst onderwezen. Ze luistert ademloos en zucht diep. „Ik hoop dat die kinderen alles vergeten zijn wat ik ze geleerd heb.”

Een andere zuster fluistert: „Ouders zeiden mij wel eens dat ze hun kinderen niet meer naar catechese wilden sturen, omdat ze daar bang werden gemaakt.”

Pater Vaanholt, na afloop: „Die letterlijke lezing van de geloofbelijdenis leeft hier nog, en leidt ook wel tot angst voor het Oordeel. Lang niet op alle kamers, maar toch.”

Huub Schumacher zit alweer met bandrecorder en aktetas in de auto, richting Den Dungen, laatste stop van vandaag.

„Als pastor heb ik er vanaf de eerste dag werk van gemaakt. Omdat katholieken een ontzettend gebrek aan kennis hebben. Dat tante Jans een keer hoort dat er een bijbelboek is dat Habakuk heet, en dat je haar ook nog kunt uitleggen wat daar in staat. En dat je haar geloof dan ruimer en dieper ziet worden. Daar heb ik altijd grenzeloos van genoten, daar zit mijn zielement in.”

Zijn vernieuwingsdrang is niet nieuw. In 1972, kort na zijn priesterwijding, vertrok Schumacher ’als halve hippie’ naar India. „Ik wilde God zien in de ondergaande zon van Goa, dat soort dingen. Ge liep met zulke haren, in een spijkerpak. Daar hoorde ik over moeder Maya, die in een droom bezocht werd door een witte olifant, die in haar de kiem legde van het kind dat later de Boeddha zou worden. Dat verandert je blik op Maria, die van een engel te horen krijgt dat het kind in haar buik van God zelf afkomstig was.”

Schumacher wil zo graag blijven vertellen, dat hij amper de tachtig haalt op de snelweg. „Ik heb daar een jaar in een vluchtelingenkamp gewerkt. Met een waaier de vliegen weggewapperd van de gezichten. Daar word je nuchter van. Godsdienst laat zich zo makkelijk romantiseren.

Soms zeggen ze dat ik te horizontaal denk. Dan zeg ik: je moet God niet boven de wolken zoeken. God, het heilige, is de diepte van het gewone.”

In Den Dungen stroomt de pastorie vol, voor een avond over spiritualiteit en eucharistie, ’Meer dan brood en wijn’.

Schumacher hamert op de ’VVV van de sacramenten’, voorbereiden, vieren en voortzetten. „Het misoffer moet geen doel op zich zijn”, zegt hij. „Al zijn er tien teilen over je heen gegooid, als je er daarna nooit meer mee bezig bent, ben je dan gedoopt, is er dan iets gebeurd?”

Er ontstaat een felle discussie over fastfood-kerkbezoek, mensen die alleen op de hoogte- en dieptepunten van het leven ’een sacramentje willen meepikken’.

Tien uur. De reizende leraar mag naar huis, naar zijn ’kleine commune’. Hij leeft in gemeenschap van goederen met zijn broer en een collega van het eerste uur. „We wonen stikfijn in de polder.”

Het verplichte celibaat levert vaak ’rare levens’ op, zegt hij. „Als je alleen woont, is er niemand meer die je corrigeert. Je moet een basis hebben om op terug te vallen. Zeker als je een bisschop zoals Hurkmans ontmoet. De kerk maakt gehakt van mensen, hoor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden