InterviewRenske Leijten

Renske Leijten (SP): ‘Niet de regering moet bepalen wat er openbaar wordt, maar de Kamer zelf’

Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) tijdens een debat in april over de toeslagenaffaire.  Beeld ANP
Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) tijdens een debat in april over de toeslagenaffaire.Beeld ANP

De belofte van premier Rutte om meer openheid te geven over het kabinetsbeleid is niet genoeg, vindt Renske Leijten (SP). De Tweede Kamer moet het voortouw nemen, betoogt zij maandag in een kamerdebat.

Het was de radicale belofte van het kabinet in reactie op het harde rapport van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag: een opener bestuurscultuur, waarbij de regering inzicht zou geven in hoe beleid tot stand komt.

Maar Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) is er niet gerust op. Niet de regering of de ambtenaren op de ministeries moeten gaan bepalen wat er wel of niet openbaar wordt, vindt zij, maar de Tweede Kamer zelf. Maandag komt Leijten met een voorstel daarvoor, als de Kamer debatteert over het eigen functioneren.

Wat behelst uw voorstel precies?

“De afgelopen maanden heeft iedereen het over een nieuwe, betere bestuurscultuur. De eerste voorwaarde, wat mij betreft, is dat we als Tweede Kamer de informatie die we vragen gewoon krijgen.

“Waar ik bang voor ben, is dat wanneer vanuit ministeries meer proactief verstrekt gaat worden, dát de nieuwe standaard wordt en dat dan aan die werkwijze wordt vastgehouden. Dus als de Tweede Kamer dan bijvoorbeeld alsnog vraagt om een memo dat niet is gearchiveerd, dat er dan gezegd wordt: dat kan niet zomaar, want onze werkwijze is anders. Dus ik wil voorstellen dat niet ambtenaren op het ministerie beslissen wat openbaar wordt gemaakt, maar dat dit samen met de Tweede Kamer gebeurt.

“En ik wil een toets op wat het belang van de staat precies is. Want dat blijft over als weigeringsgrond om bepaalde informatie of documenten niet aan de Kamer te geven. Wat het belang van de staat is, wordt nu volledig ingevuld door de regering. Ik zou graag een soort toetsingscommissie opzetten, die moet bepalen of een beroep op ‘het belang van de staat’ in specifieke gevallen terecht is.”

Maar hoe weet je als Tweede Kamer wat je moet vragen? Je weet niet wat er aan informatie is op ministeries, bij de regering.

“Daar hebben we natuurlijk informatie over vanuit de maatschappij, of de journalistiek. En we moeten toe naar een betere en eerlijkere beantwoording van Kamervragen. Nu wordt de Kamer vaak met een kluitje in het riet gestuurd. Terwijl je met een goede beantwoording van Kamervragen juist voorkomt dat Kamerleden maar blijven doorvragen, en ook allerlei stukken opvragen om erachter te komen hoe het zit. Maar is meer nodig. De Kamer moet meer eigen onderzoek kunnen doen, we moeten onze ombudsfunctie beter invullen. Dat ga ik ook voorstellen.”

En die betere informatievoorziening aan de Tweede Kamer moet leiden tot meer tegenmacht?

“Ik ben de term tegenmacht eigenlijk een beetje zat. Het gaat niet om tegen. Kamerleden hebben ook macht, we zijn gekozen! Wij hebben het mandaat. Niet de ministeries, dat zijn beleidsmachines. Niet de bewindspersonen, die zijn benoemd. Dus als je het het hebt over de kern van de democratie, dan moet het zwaartepunt in de Tweede Kamer liggen.

“Nou, daar zijn we nog lang niet. Er wordt te vaak de vloer met ons aangeveegd. Vanuit de regering of de ministeries wordt de Tweede Kamer te veel als hindermacht gezien. Dat hoort niet zo te zijn.”

Daar wordt vaak tegenover gesteld dat de Tweede Kamer, en ook de media, zaken uitvergroten en zo bijdragen aan een afrekencultuur in Den Haag.

“Weet je hoe het werkt? Als Kamervragen niet goed beantwoord worden, of de regering informatie niet wil geven, dan gaan media graven en zij vinden bronnen die het verhaal wel compleet maken. Er is steeds meer onderzoeksjournalistiek en wat die journalisten onthullen, wordt politiek opgepakt. Maar nieuws maken is iets anders dan afrekenen.

“Toch heerst dat gevoel wel bij ambtenaren, dat valt mij op. Ze zijn bang voor een afrekencultuur, terwijl die niet bestaat. Ze zijn bang om zaken op te biechten, terwijl de Kamer het prima kan begrijpen dat er dingen fout gaan. En als er iets mis gaat, ligt het nooit aan de uitvoering of het beleid van ambtenaren, maar aan de wetten die politici maken. Dat is ook ongezond. Als je niet ziet dat je onderdeel van het probleem bent, ga je het niet oplossen.

“Die cultuur is er de laatste twintig jaar ingeslopen. Er zijn 800 woordvoerders aangenomen bij ministeries en de top kijkt maar met één blik: wat is het beeld? Hoe komt het over? Dat hoort niet bij de overheid. Als je beleid goed is, als het klopt, hoef je het niet te verkopen.

“De strijd hoort te gaan over of je het een goede politieke keuze vindt of niet. Maar het is een marketingmachine geworden: hoe verkopen we het op zo’n manier dat de bevolking het slikt? Ik denk dat daar veel onvrede vandaan komt bij mensen. Dan verlies je het vertrouwen.”

Lees ook:

Het ministerie geeft toe: een explosief memo over de toeslagenaffaire is kwijtgemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden