Rennen naar de nooduitgang

In Slovenië voltrok zich jarenlang een economisch sprookje. De welvaart groeide snel. Maar nu slaat de crisis hard toe. De werkloosheid stijgt, de staatsschuld groeit. Een hulpaanvraag bij het Europese steunfonds laat waarschijnlijk niet lang meer op zich wachten.

Het is deze nacht druk bij de Duitse ambassade. Zo'n twintig mannen hangen in het maanlicht rond, fanatiek rokend. Ze willen vooraan staan als om negen uur 's ochtends het hek open gaat en ze een werkvisum kunnen aanvragen.

Dit is de nooduitgang van Slovenië. De economie van het land is abrupt tot stilstand gekomen en nergens is dat zo duidelijk merkbaar als in de bouw. Die groeide in de jaren tot 2008 spectaculair, om vervolgens even hard onderuit te gaan. Tienduizenden bouwvakkers, met name uit Bosnië, werden tijdens de boom naar Slovenië gehaald om bij te springen. Nu zitten ze allemaal zonder werk en iedereen hoopt op hetzelfde; drie maanden werken in Duitsland om een verloren jaar nog enigszins goed te maken.

"Het was leuk zolang het duurde", zegt een elektricien uit Oost-Bosnië gelaten. Hij werkte vier jaar lang in Slovenië. "Nu is het hier net Griekenland. Geen werk, geen geld. Niets." Een ander is door een bedrijf uitgenodigd om drie maanden in Gelsenkirchen te gaan werken. Hij heeft het hard nodig. "Slovenië was voor mij een catastrofe. Ik heb in een jaar 500 euro verdiend. De laatste maanden zijn nooit uitbetaald. Alles ligt plat."

Niemand in de rij wil zijn naam geven, of herkenbaar worden gefotografeerd. Het lijkt allemaal legaal wat ze doen, maar waarom zou je het risico nemen? "Geloof me, ik heb al genoeg problemen", zegt de elektricien met een wrange grijns. Hij voegt er nog een paar stevige vloeken aan toe en loopt naar de prullenbak om zijn sigaret uit te maken.

Een kilometer verderop keert dezelfde wrange grijns terug op het gezicht van Joze Renar, directeur van de branchevereniging in de bouw. Hij heeft nog geen visum aangevraagd voor Duitsland, maar dat is niet omdat hij optimistisch is. "De situatie is heel, heel moeilijk", zegt hij verslagen. "We dachten dat 2012 het verschrikkelijkste jaar zou zijn, maar nu zijn we daar niet meer zo zeker van."

De statistieken die hij aanreikt zijn om te huilen. Tot 2008 vloog het geld naar de sector alsof het nooit op kon. De omzet steeg met tientallen procenten per jaar. Iedereen zocht naarstig naar personeel en investeerde in machines.

Een jaar later was de sector terug op aarde, en de daling zette voort. De omzet is nu een kwart lager dan in 2006. Dertigduizend banen, een derde van het totaal, zijn in vier jaar verdwenen. "We hebben een enorme overcapaciteit. Sommige projecten liggen stil, andere zijn uitgesteld. Krediet is niet te krijgen. En intussen maken de bedrijven kosten."

Wat voor de bouwsector geldt, geldt voor de hele Sloveense economie. Overal was het min of meer het zelfde verhaal. In een mateloos optimisme werkten de private sector en de overheid hand in hand om de economie te oververhitten. Toen de wereldwijde kredietcrisis toesloeg was de kater spectaculair. In 2009 kromp de economie met ruim acht procent. Dit jaar gaat er opnieuw een paar procent af. De ene na de andere bank meldt zich voor staatssteun, wat de staatsschuld snel doet oplopen.

Economen zijn het er roerend over eens dat de regering veel te laat heeft gereageerd. Vorig jaar nog vond de Sloveense oppositie het nodig om te ageren tegen steun aan Griekenland. Die werd destijds bijna geblokeerd door de Sloveense aarzelingen, terwijl er toen al tekenen waren dat Slovenië zelf het steunfonds nodig zou hebben.

"We rijden op een muur af, maar vorig jaar wilde niemand handelen omdat de muur nog vijf meter ver was. Nu is die afstand vijftig centimeter", vat Mojmir Mrak de situatie samen. Hij is een prominent econoom aan de Universiteit van Ljubljana.

Het was ook in de politiek een bizar jaar. De toenmalige linkse regering deed voorstellen om de arbeidsmarkt en de pensioenen te hervormen, maar werd geblokkeerd door de oppositie. Nu zijn de rollen omgedraaid: de rechtse regering wil hervormingen doorvoeren die grofweg dezelfde zijn als die ze vorig jaar verworpen. Dat heeft Slovenië kostbare tijd gekost.

"De situatie verslechterde al in 2009, maar de regering maakte niet eens een begin met maatregelen", zegt Mrak. "Ze ontkenden het probleem niet zozeer, maar de urgentie er niet van in. Hervormingen zijn een politiek spelletje geworden."

Toch is Mrak niet te pessimistisch. "Ik zie nu dat politici de omvang van het probleem erkennen. Als er een pakket consistente maatregelen komt, is een aanvraag bij het steunfonds zelfs nog te vermijden."

De meeste Slovenen houden zich met die vraag niet bezig. Daar zijn de zorgen over de persoonlijke situatie te groot voor. Het optimisme van het afgelopen decennium, waarin Slovenië dacht dat het steeds meer op buurlanden als Oostenrijk zou gaan lijken, heeft plaats gemaakt voor doemdenken.

Niet iedereen is er zo erg aan toe als de Bosnische gastwerkers. Op een zonnige herfstdag in Ljubljana zitten de terrassen vol. Dichtgetimmerde winkels, zoals in Athene, zijn niet te vinden. Maar iedereen is pessimistisch over de nabije toekomst. Het consumentenvertrouwen kelderde in de maand september met tien procent, naar het laagste punt sinds in 1996 de metingen begonnen.

"Natuurlijk ben ik bezorgd, man!" roept Peter uit. Met zijn leren jekkie en fiets staat hij model voor de hippe dertigers van Ljubljana. "Het gaat van kwaad tot erger, en niemand heeft er geloof in dat politici het tij nog gaan keren." Zelf is hij handelaar in oude munten en in die nichemarkt heeft hij nog geen grote problemen: "Maar ik twijfel er niet aan dat ik de crisis ga voelen."

Goedkope winkels zien hun klandizie groeien. Steeds meer Slovenen zeggen dat ze een boodschappenlijstje maken en prijzen vergelijken voor ze hun inkopen doen. Mensen pakken eerder werk aan, al is het maar voor een paar maanden. Een wijnboer in het oosten schakelde de afgelopen jaren Bosniërs in om zijn druiven van het land te halen. Dit jaar kon hij toe met Slovenen uit de omgeving.

Veel mensen zijn zich na de goede jaren, met hun nadruk op welvaartsgroei, opnieuw aan het oriënteren. De groeiende werkloosheid geeft mensen meer tijd, en tegelijkertijd maakt de financiële onzekerheid dat een hobby eerder gericht is op geld besparen dan uitgeven. Heel wat mensen herontdekken de lol van een volkstuintje. Traditioneel is Slovenië een land van kleinschalige boerderijen, en die traditie krijgt nieuw leven ingeblazen.

"Een paar jaar geleden was er een enorm vooroordeel tegen mensen die hun eigen tomaten verbouwen", zegt Natasa Bucar van de organisatie MULE, die met voorlichting en workshops de animo voor zelf tuinieren probeert te vergroten. "Iedereen wilde een gazon in zijn tuin. Tomaten haalde je wel bij de supermarkt. In die tijd gaf ik workshops voor vijf mensen, nu zijn dat er dertig. Veel mensen zien nu het voordeel van zelfverbouwd voedsel."

In het dorp Ig, even buiten Ljubljana, heeft Bucar een harde kern van zelftuinierders verzameld. Meta Petric is één van hen. Ze studeerde vorig jaar af als landschapsarchitect, maar kan met geen mogelijkheid een baan vinden. "Het is zinloos om te solliciteren. Dus ging ik lezen om mijn tijd door te komen, maar op een gegeven moment zat ik op een boek per dag. Toen ben ik de tuin van de ouders van mijn vriend gaan onderhouden en ik vond het cool. Die voldoening om mijn eigen groenten van het land te halen was nieuw voor me. Het is een geweldige manier om je stress kwijt te raken."

Opgegroeid in de stad had de 28-jarige Petric een boel te leren, maar nu praat ze als expert mee over de voor- en nadelen van courgettes verbouwen. Nog altijd wil ze het liefst een baan en een flat in de stad, maar ze heeft zich voorgenomen om op het balkon kleine dingen te blijven verbouwen. "Tenzij ik twaalf uur per dag werk."

Andreja Kelemen knikt. Ook zij had nooit gedacht haar eigen cakes en jam te maken. Nu toont ze grijnzend de medaille die ze met haar baksels won. Ze verloor door de crisis haar baan en ontdekte met tuinieren een nieuwe wereld. "Het is niet zozeer een hobby, het gaat mij echt om het geld uitsparen. Ik had er nooit bij stilgestaan wat jam kost, maar het helpt om het zelf te maken. Dat is iets dat deze crisis mij geleerd heeft."

De Sloveense crisis in cijfers
De staatsschuld van Slovenië was altijd opmerkelijk laag, maar is opgelopen van 35 procent van het bruto binnenlands product in 2008 tot zo'n 50 procent nu. Voornaamste schuldige is het begrotingstekort, dat in 2011 ruim 6 procent bedroeg. Ook heeft de staat een aantal banken van de ondergang moeten redden. Het einde daarvan is nog niet in zicht.

Het land zit in een zogeheten dubbele-diprecessie. Na het rampjaar 2009, met economische krimp van 8 procent, herstelde het even, om dit jaar weer weg te zakken. De laatste cijfers voor het tweede kwartaal van 2012 houden het op 3 procent krimp.

De kosten van levensonderhoud stijgen intussen flink. Alleen al in september gingen de prijzen met gemiddeld een procent omhoog. De armoede neemt dan ook toe. Volgens het Sloveense bureau voor de statistiek moet 13,6 procent van de Slovenen leven van minder dan 600 euro per maand.

De werkloosheid is officieel ruim 8 procent, maar die wordt volgens economen structureel te laag ingeschayt. Vooral op de universiteit zit veel verborgen werkloosheid, omdat jongeren hun afstuderen uitstellen. Officieuze schattingen lopen op tot pakweg 13 procent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden