René Vallentgoed hijst de kunst van het zeuren op het podium

In een dorpje bij Malaga werd René Vallentgoed met een houten hoofd wakker: 1 januari 1997 brak met onherroepelijk felle zonnestralen aan. Ontslagen na elf jaar optreden aan de zijde van performer/dichter Jules Deelder, en zijn net geopende kunstcentrum al weer failliet. “Wat ik voor me zag was geen ellende, nee, dansende paren in de Leidse stationshal. Wat bijstand! Ballroom op spitsuur!”

René Vallentgoed laat zich niet uit het veld slaan. Hij gaat lokaal, en wie het er niet mee eens is, kan morgen komen klagen op het eerste Leidse Zeur Gebeuren.

The Beatles moeten hem voor ogen gehad hebben, toen ze op Magical Mystery Tour zongen: 'I am the walrus, I am the eggman'. René Vallentgoed is 42 en ziet eruit zoals kinderen een circusdirecteur zien: een zwaarlijvige, goedmoedige quasi-autoriteit met een vérreikende basstem en een clownesk pak aan. En steeds weer die bulderende lach.

De kunst van het zeuren wordt even op het podium gehesen. Gewoonlijk zitten mensen te zeuren in de kleine kring van huiskamer of café. Nu kan een ander eens meegenieten.

Wat verwacht de presentator voor een gezeur? “De mensen zullen wel komen zeuren waarom er nou zo nodig in het kader van Leiden Cultuurstad verkeersborden in een weiland bij Alkemade gezet moeten worden. En waarom ze zich binnenkort over die toch al spiegelgladde entree van het nieuwe station moeten worstelen door de dansers. Niets aan de hand mensen, zal ik zeggen, dat is kunst. De treinen blijven op tijd rijden.”

De draagbare telefoon gaat in het 15de- eeuwse kruithuisje, het kantoor van Vallentgoed, dat overigens nooit als kruithuisje dienst heeft gedaan. (Over zeuren gesproken: Het heet eigenlijk Waltoren Oistenrijck, legt Vallentgoed uit, maar 'kruithuisje' is er bij de Leidenaar niet uit te rammen, terwijl kruit in die tijd helemaal niet in een huisje werd bewaard, maar op een schip. Een waltoren als Oistenrijck was om de vijand in de gaten te houden, maar ja, in de volksmond is het nu eenmaal het kruithuisje.)

“Weer voor Deelder. Ik werk al een jaar niet meer met hem, maar ik word dagelijks nog een paar keer gebeld. Waar waren we gebleven? Eh, Jan Mulder komt ook op het Zeur Gebeuren, en Herman Brood; tenminste, als hij een naaktmodel mag beschilderen. Dat heb ik maar beloofd.”

Vallentgoed komt met een stortvloed van namen die op cultuuravonden door het hele cultuurjaar heen zullen optreden. Theo van Gogh, Hans Dulfer, Leidse Kees, een Bretonse Pijpgroep, Veens Schreeuworkest en allerhande dichters. Want dat is een van zijn passies: poëzie. Als impresario zette hij Johnny van Doorn, Cees Buddingh', Bart Chabot en natuurlijk Jules Deelder op het toneel. Deelder en hij hielden het bijna elf jaar met elkaar uit, wat een wonder genoemd mag worden. Want de 'nachtburgemeester van Rotterdam' en zijn Leidse aangever/manager in de gekke gekleurde smokings, traden niet alleen op de bühne op, hun act was bijna een dagtaak.

“Tot het laatst heb ik me maar aan één ding geërgerd bij Jules. Toen we besloten te gaan optreden, vroeg ik hem of hij misschien kon autorijden. 'Dat hoort bij je opvoeding, René', beet hij me toe. Nou, dat heb ik geweten. Bij 190 kilometer per uur zei-ie: 'Ik ben nog niet erg tevreden, René, we zullen hem maar eens op zijn staart trappen'.”

Zelfs in Duitsland reed Deelder als een bezetene. Zeker toen hij te laat dreigde te komen voor een wedstrijd van zijn geliefde voetbalclub Sparta. “Komen we met een Citroën CX aanscheuren bij het stadion van Borussia Dortmund, worden we tegengehouden door de Polizei: 'Ah! Da sind Sie endlich', roept Deelder, 'Wir müssen sofort nach dem Stadion. Wir sind vom Radio.' Met zwaailichten werden we tot onder de tribune gebracht. Hij was net op tijd om Sparta commentaar te geven op de vernederende 7-1 nederlaag.”

Vallentgoed en Deelder gingen ook een dagje naar de Tour de France. De twee wielerfans zitten in de auto bij radioverslaggever Jeroen Wielaart. De koers is al in de eindfase, als de sprinter Jean Paul van Poppel nodig moet. Ze zien hem langs de kant staan plassen. Het peloton raast richting finish. De Nederlandse wielrenner weet aan te klampen bij de NOS-auto. “Het vaartje wordt opgevoerd tot boven de 90 kilometer en zo wordt Van Poppel het peloton in gecatapulteerd.” Met een plechtige toon rondt Vallentgoed de anekdote af: Die dag won Jean Paul van Poppel op de streep in Boulogne-sur-Mer de etappe. Het scheelde tien centimeter met Olaf Ludwig. Zeg maar, een neuslengte.

De kameraadschap was groot. In het land vroegen ze op het toneel al aan de zaal waar het gezellig was na afloop. Zo ook die keer in Hoorn. Het is stierenavond in Hoorn, als René en Jules een aangeraden bar binnenlopen. “Jules heeft meteen een hele kluit plaatselijke meiden om zich heen. Ik denk: Dat gaat nooit goed', als je die rooie koppen van die kerels hier ziet. Dus ik hou me wat neutraal. Dat werd helemaal verkeerd uitgelegd. Dachten ze dat ik zijn bodyguard was. Wilden ze met mij de kachel aan gaan maken, terwijl Jules met de lokale dames zit te flikflooien. Ik word nog wel eens verkrampt en zwetend wakker, als ik zo'n Hoornse kop voor me zie.”

In de tien jaar groeit de show rond Deelder uit. Vallentgoed blijft steeds meer thuis. Hij wordt het drukke baasje van de bv en Jules gaat vrolijk verder met zijn karavaan. “Dat was natuurlijk heel dom mijnerzijds. Je moet je onmisbaar maken, en nu zag Jules dat het zonder mijn inbreng ook ging. Sterker nog, ik had mijn eigen vervanging geregeld. Ik had niks door. Het ontslag kwam voor mij als een slag bij heldere hemel. Terwijl mijn ontslag toch het meest weg had van: op 98-jarige leeftijd toch nog onverwacht overleden.”

Vallentgoed kon zich storten op het realiseren van zijn droomproject. In de voormalige meelfabriek in Leiden begon hij een cultureel centrum.

“Ik dacht dat het met mijzelf als krachtig middelpunt wel zou lukken. Qua kunst ging het wel, maar de financiën vielen een beetje tegen. Daar klopte eigenlijk niets van, de inkomsten zaten niet in de kas, en dan ga je op de fles. Triest, maar ik was al met wat anders bezig. Met tv-optredens verzorgen. Daar leek me ook wel een markt voor.”

Onder het dak van het kruithuisje staat een breedbeeld-tv, waar programma's van Vallentgoed's Stichting tot verbreiding van eigentijdse cultuuruitingen, kunnen worden vertoond. Het zijn opnamen met een hoog Jef Rademakers gehalte. “Jef is ermee opgehouden, omdat Hilversum wel als een bezetene uitbreidt, maar geen gekke, experimentele shows meer wil. En op het moment dat Jef ermee ophoudt, kom ik met mijn pakketje aan. Je kunt wel zeggen dat ik het verkeerde moment heb gekozen. Het moment dat de VPRO 'Yes Minister' van de Tros overneemt, kom ik aanzetten met het trio de Lucky Lips.”

Wanneer hij is bijgekomen van het lachen, schiet het Vallentgoed te binnen dat hij ook 'pleinendokter' wil worden. In Leiden, maar ook in tal van andere steden, doet zich een fenomeen voor: er worden fraaie open ruimten gecreëerd, en dan is het geld op om er iets mee te doen. Met ondernemers rond het even splinternieuwe als kale Beestenmarktplein heeft hij een straattheater-serie al geboekt. “Op de maquette zie je allemaal hinkelende kinderen en schakende ouden van dagen, maar wij zetten er doedelzakspelers uit Bretagne op.”

Zover is het nog niet. Eerst het Zeur Gebeuren. Morgen hijst hij zich weer in een van zijn vijftig kleurige, buitenmodel kostuums. En dat gaat maandelijks het hele cultuurjaar door. Het jaar wordt afgesloten met een bal dat door burgemeester Goekoop zal worden geopend. “Dat kan hij heel goed, de burgemeester, ballen openen. Maar dat is nog niet alles. Ik kom in december ook nog met een theatervoorstelling over wielrennen. Remco Campert en Jan Mulder gaan Mart Smeets en Jean Nelissen nadoen. Jan Siebelink, Martin Ros en Jan Kal zullen hun liefde voor de sport uitdragen. Ze weten nog niet dat het doorgaat. Wel, bij deze heren, welkom. Trouwens, daar in Spanje op het balkon zag ik ook dat die dansers in de stationshal niet alleen dánsen. Ik hoorde ook de muziek van het orkest van Frits Landesberger. Die zal dan ook komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden