René Oosterlaken (43), recherchechef in Almelo

“We hollen achter de feiten aan. Er is zo veel gaande in de samenleving, wat wij weten is nog maar een slap aftreksel. We zullen veel meer gebruik moeten maken van wetenschappers, analyseren wat er echt gaande is in de horeca, de transportwereld, de makelaardij, het bankwezen, het notariaat.

Ik kwam in de 'carbontijd' bij de politie. Je verbalen tikte je met carbonpapier ertussen, kopieerapparaten en tekstverwerkers waren er niet. Je moest het carbonpapiertje werkelijk tot op de draad verslijten, voordat je een nieuw exemplaar kreeg. Potloden, paperclips en punaises zaten in een kast waarvan alleen de chef een sleutel had.

Het was de tijd ook dat de eerste recherchebijstandsteams werden geformeerd, die grote zaken aanpakten. Gemeente- en rijkspolitie gingen samenwerken in regionale bijstandsteams. In Overijssel hadden we toen één à twee inzetten per jaar. Deelname aan zo'n bijstandsteam was voorbehouden aan toprechercheurs, het was een erebaan, je kon ermee voor de dag komen.

Nu hebben de beide Overijsselse regiokorpsen, IJsselland en Twente, hun eigen RBT die elk wel tien keer per jaar worden ingezet voor onderzoeken die weken, soms maanden kunnen duren. Het inzetcriterium is veel hoger komen te liggen, en bovendien is het samenstellen van een team veel ingewikkelder geworden, want zo'n inzet trekt een zware wissel op het korps. Kijk naar die zaak-Beckum (een echtpaar werd zwaar mishandeld, de man overleed, bij de aanhouding van een verdachte werd onlangs een agente van een Haags arrestatieteam doodgeschoten). Daar zitten we sinds augustus met twintig mensen op. Die zaak heeft iedereen natuurlijk erg aangegrepen. Je stelt alles, maar dan ook alles in het werk om zo'n zaak tot het einde te brengen.

We zitten hier in Twente natuurlijk in een grensgebied, misschien merken we het hier wat meer, maar je ziet op alle fronten dat criminaliteit internationale raakvlakken heeft. Ik schat dat er in drie kwart van de zaken waar wij mee te maken hebben, lijnen liggen naar het buitenland. Dan heb ik het over drugs, voertuigcriminaliteit, wapenhandel. We zullen daar een antwoord op moeten zien te vinden. Ik was laatst op een politiecongres in Duitsland. Daar kwam helder naar voren dat opsporingsdiensten veel meer moeten gaan samenwerken. We zullen toemoeten naar harmonisatie van wetgeving en standaardisatie van opsporingsmethoden, zodat een rechter ook onderzoeken die deels in een buitenland zijn uitgevoerd, toelaat als bewijs. Op dat politiecongres waren al geluiden te horen over de vorming van een Europese politieacademie.

In de nabije toekomst verwacht ik veel van de inzet van wetenschappers bij het politiewerk. Het is een ontwikkeling die niet tegen te houden is. We werken in Twente overigens al langer met criminologen van de universiteit van Twente. We zullen nog meer dan nu moeten proberen onze capaciteit zo doelmatig mogelijk in te zetten. Dat betekent dat we veel meer de wetenschap moeten inschakelen bij het ontwikkelen van criminaliteitsbeelden. Traditioneel opgeleide politiemensen komen op dit terrein gewoon kennis te kort. Je ziet in Groot-Brittannië dat klinisch en forensisch psychologen op grote schaal betrokken zijn bij het opstellen van daderprofielen.

De misdrijven van de jaren negentig, zoals drugs en zeden, zullen plaatsmaken voor internationale delicten als vrouwenhandel, mensensmokkel, gijzelingen en geweld uit voormalige Oostbloklanden. ün de handel in beschermde en dier- en plantensoorten zal enorm toenemen. Er is nu al een wereldwijde handel gaande waarin onwaarschijnlijke bedragen omgaan. We weten er nog bitter weinig van.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden