Remmer moet zich kunnen wegcijferen

Ze schikken zich in hun ondankbare rol. Ze halen de kick uit een goedestart, de remmers van bobsleepiloot Arend Glas.

Hun hoofden zitten verborgen onder een helm. Zelf zien ze nagenoegniets. Ze vouwen hun lichaam dubbel, zo diep mogelijk en voelen alleen datze met enorme snelheid naar beneden razen. De remmers van Glas, vandaag aande start in de viermansbob, kunnen na de Olympische Spelen rustig overstraat. Bekendheid krijgen ze alleen als ze een verschrikkelijke crashmaken, zoals Ilse Broeders begin deze week. Het bracht haar metgezelJeannette Pennings eindelijk in de schijnwerpers.

"Bekendheid krijgen staat bij ons niet hoog in het vaandel. Wij wetenzelf wel hoe belangrijk we zijn", zegt Vincent Kortbeek.

"Je moet jezelf kunnen wegcijferen", vult Sybren Jansma aan. De Friesis als enige al vier seizoenen met Glas op pad. Kortbeek en Arno Klaassenkwamen er in 2003 en 2004 bij. Het zijn allemaal studenten.

Ze doen de ondankbare klusjes bij het bobben. De ijzers schuren en deslee zo hard mogelijk wegduwen. Vervolgens leveren ze zich over aan depiloot. Glas staat niet bekend als een uitmuntende stuurman -in detweemansbob werd hij met Jansma negentiende-, maar geen onvertogen woordkomt er over de lippen van zijn remmers.

Kortbeek: "Het is geen gemakkelijk trucje." Jansma: "Je moet vertrouwenhebben in je piloot."

Wie dat niet heeft, stapt niet met hem in de slee die met meer danhonderd kilometer per uur zijn weg zoekt naar de finish. De remmers vangende meeste klappen op. Van blauwe plekken kijken ze niet op. Onderweg tellenze de bochten af.

"Wij zien bijna niks. Soms een glimp van de baan. Je krijgt eigenlijkniks mee. De bochten ken je uit je hoofd. Je voelt de enorme G-krachten dieop je lichaam worden uitgeoefend. De beleving is een kwestie van voelen,niet van zien", zegt Kortbeek. Jansma: "Een snelle start, een goede timing,dat is eigenlijk de kick."

Ze kennen de vooroordelen: het zijn gemankeerde atleten. Niet goedgenoeg om in hun eigen sport de top te behalen kiezen ze voor degemakkelijkste weg om op de Spelen te komen. Jansma, Kortbeek en Klaassenhebben allemaal een achtergrond op de sprintnummers.

Kortbeek: "Je moet een bepaalde fysieke aanleg hebben. Lichte mannetjesdie op souplesse lopen redden het niet. Het gaat om explosiviteit. Naastveel snelheid moet je kracht kunnen leveren." Jansma: "Ik heb ook aanhoogspringen gedaan. Dat komt nu terug. Grote krachtige passen en eenefficiënte afzet. Niet elke atleet heeft dat in huis. Er zijn er al genoegde revue gepasseerd die het niet konden."

Kortbeek (27) ziet het bobsleeën als 'een leuke vervanging' van desport waarin hij nooit de top haalde. "Het trekt me omdat het een teamsportis. In de atletiek ben je zo egoïstisch bezig. In het bobslee geeft heteen kick om samen een goede run neer te zetten."

Glas is te spreken over de sfeer in zijn huidige team. In Salt Lake Citywas zijn ploeg in 2002 door onderlinge ruzies verscheurd. Na die Spelenmoest hij een nieuwe ploeg samenstellen. Niet alleen de fysieke kwaliteitenspelen daarbij een rol, ook de persoonlijkheid moet passen. Een remmer moetzich schikken in de hiërarchie binnen een bobsleeteam. Jansma: "Er zit indit team een bepaalde chemie."

Met Kortbeek heeft Glas wel eens een aanvaring. Dat is niet zo gek, wantde Eindhovenaar wil volgend jaar zelf achter het stuur kruipen. "Ik schikme nu in mijn taak, maar na de start kun je niets meer doen. Dat vind ikwel eens jammer. Daarom wil ik zelf piloot worden. Ik wil zelf controlekrijgen en niet meer achteraan zitten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden