Review

Remedie tegen natte zomer

In vele filmtheaters zijn deze zomer als vanouds de films van de afgelopen jaren te zien: Cinema Boulevard. Maar wat gebeurt er bij een hernieuwde kennismaking met een van die films? In deze serie wordt de sensatie van de herhaling uitgediept. Aflevering 7: 'Everyone says I love you'.

In de meeste Woody Allen-films regeert de weemoed: een hang naar oude liedjes, liefdes, tijden, maar vooral naar vergeten filmgenres en de sentimenten die daarbij horen.

Zo bracht ooit Allen's 'Purple rose of Cairo' een ode aan Hollywoods zwart-witte droomfabriek. In deze film vertoeft serveerster Cecilia (Mia Farrow) vele zakdoekmiddagen in de bioscoop, totdat - wie schetst ieders ontzetting - plotsklaps de aandoenlijke held 'Tom Baxter' van het doek afstapt en om haar hand vraagt. Na veel gewik en geweeg over de voor- en nadelen van een romance met een fictief ideaal, kiest Cecilia toch voor de echte filmster die ijlings is toegesneld om zijn losgeslagen personage weer in bedwang te krijgen. Natuurlijk is dat de verkeerde keuze! Zo gauw de opstand der personages is bezworen en de held diep verdrietig weer naar het witte doek is teruggekeerd, wordt Cecilia gedumpt door de filmster en rest haar niets anders dan maar weer iedere zaterdag naar de bioscoop te gaan.

Ook in 'Hannah and her sisters' biedt de cinema het paradijs dat in de werkelijkheid vergeefs gezocht wordt. Wanneer de zwaar depressieve Mickie Sachs (Woody Allen) de zin van het leven noch bij joden, noch bij katholieken noch bij de Hare Krishna's heeft weten te vinden, en een zelfmoordpoging is mislukt omdat het geweer langs zijn zwetende voorhoofd is afgegleden, sjokt hij getergd een bioscoop in om de boel weer in 'rationeel perspectief' te krijgen. En dan zijn daar gelukkig de ronddollende Marx Brothers. 'What the heck' dat er misschien geen God is, als we The Marx Brothers hebben, luidt Mickey's opgeluchtte conclusie en verlicht zakt hij nog wat dieper in zijn bioscoopstoel.

En 'what the heck' dat The Marx Brothers er niet meer zijn, nu we Woody Allen nog hebben, dacht ik bij het weerzien met zijn recente musical 'Everyone says I love you' en ging er nog eens goed voor zitten. Allens even lichtvoetige als nostalgische roze blik op het weggezonken genre van de musical is deze keer zo aanstekelijk, dat zelfs musical-haters overstag zullen gaan. Ik moet toegeven dat ook ik even mijn hart vasthield toen ik hoorde over Allens intentie dit genre een nieuw leven in te blazen. Visioenen van gedateerde houterige dansnummers en terecht vergeten deuntjes rezen op. Een zingende Woody Allen scheen me een wandelende paradox en slechts gedoemd om het schaamrood op de kaken te doen groeien. Maar niets van dat al. Het plezier begint meteen bij het eerste liedje en je krijgt de grijns de rest van de film niet meer van je gezicht af. 'Just you, Just me' zingt Edward Norton lente-achtig verliefd en maar ietsje-pietsje uit de toon tegen Drew Darrymore, en verdomd, dat de hele straat ermee instemt: 'Oh jee-it's finally springtime' heupwiegen drie moeders achter de kinderwagen, 'Lets find a cosy spot', neuriet de dakloze, 'Its such a lovely day for Lo-hove!' 'Everyone says I love you' van Woody Allen is een film die je in deze waardeloze natte zomer niet vaak genoeg kunt weerzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden