Rembrandts revolutionaire Jezus in het Louvre

Gebruikte Rembrandt voor een serie portretten van Jezus een joodse man uit zijn buurt als model? Volgens een tentoonstelling in het Louvre is dat eigenlijk wel zeker. De Nederlander Ernst van de Wetering gelooft er niet in.

Conservator Nederlandse en Vlaamse kunst in het Louvre Blaise Ducos spreekt van een droom die uitkomt. Drie jaar werkte hij aan 'Rembrandt et la figure du Christ'. Maar dan heb je ook wat.

Hoogtepunt van de expositie, die vooral draait om de verschijning van Christus na zijn dood en opstanding, is een enorme, gebogen wand met zeven kleine portretten. Ze zijn geschilderd door Rembrandt zelf, worden aan hem toegeschreven of zijn van de hand van leerlingen. De werkjes komen uit de Verenigde Staten, Duitsland en Nederland en zijn voor het eerst sinds 350 jaar bij elkaar gebracht.

Maar wat is er verder bijzonder aan? Vanaf de vierde eeuw wordt Jezus afgebeeld met lang, donker haar en een baard.

"Dat is zo", zegt Ducos. "Alleen staan we hier oog in oog met een revolutionaire gebeurtenis in de kunstgeschiedenis. Dit is Rembrandts antwoord op de vraag hoe Jezus er werkelijk uit moet hebben gezien. Ze markeren een radicale breuk met de traditionele christelijke kunst, het is een tot nu toe onderbelicht sterk staaltje van de meester.'

Christus voldeed altijd aan een ideaaltype, een gezicht met regelmatige trekken en een atletisch lijf, legt Ducos uit. "De eerste werken met Jezus van Rembrandt beantwoordden ook aan die eisen. Neem bijvoorbeeld zijn 'Ongelovige Thomas' uit 1634."

Dit schilderij, ook op de expositie, laat een Jezus zien met een inderdaad erg vlak gelaat en een uitbundig aureool dat ontbreekt op de portretjes.

Rembrandts Jezusfiguur verandert halverwege de carrière van de schilder, in de jaren veertig van de zeventiende eeuw. "Rembrandt vernieuwde voortdurend, verlegde altijd grenzen. Hij wilde beter zijn dan de groten voor hem. Beter dan Dürer, Caravaggio, of Lucas van Leyden, van wie hier ook werk te zien is."

Gedreven door die artistieke geldingsdrang ging Rembrandt op zoek naar de historische Christus, denkt Ducos. "De portretjes, waarvan er veel meer zijn geweest, vallen op door de echtheid, de empathie die ze uitdrukken, een nieuwe manier om het goddelijke te verbeelden. De serie laat verschillende facetten van de persoonlijkheid van Christus zien: nederigheid, twijfel, lijden, kwetsbaarheid, mededogen."

De beste manier om te breken met de voorschriften was werken naar een levend model. "De natuur was altijd de bron bij Rembrandt", benadrukt Ducos. Met 'Bathseba met de brief van koning David', in het bezit van het Louvre, bewees Rembrandt op een andere manier zijn dapperheid: een niet conventioneel naakt waarmee hij het idee van de bijbelse heldin een heel andere inhoud gaf.

We weten weinig zeker over het leven van Rembrandt, erkent Ducos. De kenners moeten het vooral doen met een paar brieven en de inventaris die werd opgemaakt bij zijn faillissement in 1656.

Maar het laatste document geeft wel een van de weinige materiële aanwijzingen voor Ducos' stelling. De inventaris vermeldt verscheidene Jezusportretten, waarvan een met de intrigerende toevoeging 'Een Cristus tronie nae 't leven', een kop naar het leven.

Verder moet detective Ducos het hebben van indirecte bewijzen zoals de bijna schetsmatige, directe opzet van de portretten. Naar de randen toe zijn er vaak alleen vegen te zien. "Het hoefde verder ook niet te worden uitgewerkt, omdat het schetsen waren in olieverf, voorstudies voor grotere werken."

Om die gedachte kracht bij te zetten, heeft Ducos in het midden van de wand de Emmaüsgangers uit 1648 laten ophangen, een net gerestaureerd meesterwerk dat in het bezit is van het Louvre. Jezus houdt zijn hoofd hier net zo als op de 'schets' links van het schilderij. Op het grote doek is wel een vaag soort aureool te zien, dat afbreuk lijkt te doen aan het streven naar realisme. Volgens Ducos kon Rembrandt niet anders omdat het hier tenslotte gaat om de Christus die net is opgestaan.

Niet alleen de overeenkomst in houding en uitdrukking is frappant. Collega's van het Philadelphia Museum of Art, waarmee het Louvre de tentoonstelling maakte, stelden vast dat het kleine paneeltje niet van na 1648 is, zoals altijd werd aangenomen. Dat blijkt uit onderzoek volgens de dendrochronologische methode, waarbij jaarringen worden geteld.

Uit 'alle hypotheses en feiten' concludeert Ducos dat Rembrandt een model gebruikte en dat dit model uit de joodse buurt in Amsterdam kwam waar hij zelf woonde. "Het lijkt me gezien de manier waarop hij werkte ondenkbaar dat Rembrandt geen gebruik heeft gemaakt van mensen die uit de bijbelse wereld afkomstig waren en die in zijn buurt woonden. Ze waren onder handbereik."

Het afbeelden van Jezus was voor protestanten in die tijd omstreden, van Calvijn mocht het niet, van Luther wel. Omgaan met joden sprak bovendien niet vanzelf, zo was er bijvoorbeeld veel weerstand tegen joodse artsen die werden gezien als charlatans. "Maar Rembrandt was zoals gezegd geen man voor conventies en Amsterdam was een religieus mozaïek met poreuze grenzen: er heerste echte tolerantie in de stad waar boeken in alle talen werden uitgegeven."

Ducos en Lloyd Dewitt van het museum in Philadelphia zijn niet uit op het herstel van de mythe van de 'joodse Rembrandt', schrijven zij in de catalogus. Volgens die negentiende-eeuwse visie had Rembrandt een speciale band met joden, was hij bevriend met Spinoza en rabbijnen en zit zijn werk vol joodse mystiek (kabbala) en andere verwijzingen naar het jodendom.

Toch denken Ducos en Dewitt dat het idee dat 'niets bewijst' dat Rembrandt vriendschappelijke banden onderhield met joden 'weinig bijdraagt aan het begrip van de vele nauwe banden die Rembrandt onderhield met de joodse gemeenschap in Amsterdam'.

De Nederlandse Rembrandtkenner Ernst van de Wetering kan zijn 'jonge enthousiaste collega's' niet goed volgen, verzucht hij. "Ik heb sterk de indruk dat ze de mythe van de joodse Rembrandt juist wel nieuw leven inblazen. Maar ze zitten er denk ik vooral om een aantal andere redenen naast."

Om te beginnen is Van de Wetering niet overtuigd van het revolutionaire karakter van Rembrandts Jezus. "Ik zie het niet. In het algemeen hield ook Rembrandt zich aan voorschriften voor proporties en patronen."

Rembrandt gebruikte geen model, zegt Van de Wetering stellig. "Hij volgde nauwgezet de beschrijving die de Romeinse militair Publius Lentulus van de joodse oproerkraaier gaf in een brief aan de senaat in Rome. Die brief is geheel opgenomen in de 'Inleiding in de schilderkunst' van Rembrandts leerling Samuel van Hoogstraten. Het is trouwens een dertiende-eeuwse vervalsing die speciaal voor schilders was vervaardigd. Zoals Jezus hierin wordt beschreven, dat is echt precies die man op deze paneeltjes. Tot in detail zijn bijvoorbeeld de aanwijzingen voor het haar gevolgd, met de scheiding in het midden, en de baard die vol zou zijn maar niet lang."

En het 'naar het leven' uit de inventaris? "Dat betekent waarschijnlijk gewoon 'goed gelijkend'."

Ook gelooft Van de Wetering niet dat de portretjes voorstudies waren. "Rembrandt maakte maar heel weinig voorstudies en die hadden vrijwel altijd te maken met het licht, hij zocht bijvoorbeeld een oplossing voor licht dat schuin van achteren kwam.''

Van de Wetering heeft de afgelopen maanden alle portretjes gezien. Hij vermoedt dat ze allemaal van een andere hand zijn. "Mijn idee is eerder dat het hier gaat om een lesopdracht van Rembrandt aan zijn leerlingen. Hij liet ze waarschijnlijk variëren op zijn 'Berlijnse Jezus', de mooiste uit de serie. Maar ik ga zeker kijken in Parijs, ik ben vooral erg benieuwd naar de opgeknapte Emmaüsgangers."

'Rembrandt et la figure du Christ' in het Louvre in Parijs, 21 april-18 juli. Catalogus 39 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden