Rembrandts leerlingen in helder daglicht beeldende kunst Correcties waren juist aanpassingen bij het werk van de leerling

'Im Lichte Rembrandts - Das alte Testament im goldenen Zeitalter der Niederlündischen Kunst', t/m 20 nov. in Westfülisches Landesmuseum, Domplatz 10 in Münster, dag. behalve ma 10-18 uur, do tot 22 uur. Cat., uitg. Waanders Zwolle DM 45 (ca. ¿ 50,85), tijdschrift 'Vernissage' DM 6 (ca. ¿ 6,80). Het grafische deel van de expositie is begin volgend jaar te zien in Het Rembrandthuis in Amsterdam.

Dat neemt niet weg dat Münster een van de belangrijkste tentoonstellingen van oude kunst uit de laatste tijd in huis heeft. Niet alleen vanwege het onderwerp, dat zelden deel uitmaakt van exposities, maar om de stelling die er mee wordt uitgedragen. Aan het onderwerp werd in 1991-'92 al een overzicht gewijd in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Gaat het nu om dezelfde expositie, die na Amsterdam door een half miljoen bezoekers in het Israël Museum in Jeruzalem werd gezien? Veel meer is er sprake van een remake. De samensteller is de Nijmeegse hoogleraar en Rembrandt-expert Christian Tümpel, die zich voor deze presentatie heeft gebaseerd op de Amsterdamse expositie. Ging het daar om een beperkt overzicht van 36 schilderijen, in Münster liet Tümpel de helft daarvan vervallen en koos er 46 nieuwe doeken bij, naast een omvangrijke collectie grafiek.

De expositie heeft nog steeds de oudtestamentische schilderkunst als thema, maar in de afgelopen drie jaar is er in het Rembrandt-onderzoek zoveel gebeurd, dat dat een vrijwel geheel gewijzigde opzet rechtvaardigt.

In het Joods Historisch ontbraken schilderijen van Rembrandt, een gemis dat gemakkelijk kon worden afgedaan met een verwijzing naar wat elders in Amsterdam van Rembrandt is te zien. In Münster (slechts zestig kilometer ten oosten van Winterswijk) is die referentie moeilijker te verwezenlijken en bovendien speelde hier de persoonlijke opvattingen van Tümpel een grotere rol. Het aantal Rembrandts op deze presentatie is niet overweldigend groot, maar de aanwezigheid van enkele goed gekozen voorbeelden werkt wel verhelderend en opent ten aanzien van het onderwerp nieuwe gezichtspunten, die in Amsterdam naar nu blijkt, te zeer ontbraken.

Tümpel laat in het onderzoek naar de authenticiteit van de Rembrandts een opmerkelijk geluid horen. Waar het Rembrandt Research Project al bij het geringste vermoeden gaat twijfelen aan het feit of een schilderij volledig aan Rembrandt is toe te schrijven of moet worden afgedaan als 'uit de omgeving van' of 'leerling van', of 'uit het atelier van Rembrandt', daar geeft Tümpel een veel bredere waardering aan datgene dat uit Rembrandts werkplaats komt. Tümpel meent dat het werk uit de werkplaats veel te negatief wordt beoordeeld, terwijl het voor Rembrandt èn zijn leerlingen juist een inspirerende plaats was om er te werken. Die omstandigheden leidden er toe dat de leerlingen beter gingen werken en, geïnspireerd door de aanwezigheid van de meester, boven zichzelf uitstegen. Tegelijkertijd liet Rembrandt zich door zijn studenten beïnvloeden. Veel schilderijen zijn volgens Tümpel als een co-produktie ontstaan, ook al zette Rembrandt er zelf geen streep verf op. Tümpel vindt dat een correctie van Rembrandt niet betekende dat hij de betreffende leerling iets opdrong, maar zich juist aanpaste bij de werktrant van de leerling. Dat deed hij in de eerste plaats om met het schilderij niet uit de toon te vallen, maar ook om de verkoopbaarheid ervan te vergroten. Correcties van Rembrandt brengen in Tümpels ogen nooit grote veranderingen tot stand, dat lag niet in de lijn van zijn opvattingen.

Dat er een wisselwerking kon ontstaan, laat Tümpel op de tentoonstelling zien door middel van tweelingstukken, gelijke voorstellingen die door Rembrandt en waarschijnlijk gelijktijdig door zijn leerlingen werden gemaakt. Door vergelijkingen ontstaat een beeld van wat Rembrandt wilde en wat uiteindelijk door de leerling werd gemaakt.

Anders dan wat verwacht kon worden, komen de meeste werken op deze expositie niet uit Nederlands bezit. Dat heeft alles met het onderwerp te maken. Schilderijen met bijbelse onderwerpen werden tot ver na de 17de eeuw afgenomen door katholieke liefhebbers, protestanten wezen hen af. Om die reden komt het onderwerp nauwelijks voor in Nederlandse museale collecties (die vrijwel allemaal uit particuliere verzamelingen zijn voortgekomen). Zo had het Rijksmuseum in Amsterdam bij de oprichting in de vorige eeuw niet meer dan drie werken van Rembrandt, waarvan er slechts één (Isaac en Rebecca) een bijbels onderwerp had. Van de 'religieuze' Rembrandt werd pas in een later stadium aangekocht, maar de meeste werken zitten nog altijd in het buitenland. Niettemin is Rembrandt als schilder van bijbelse onderwerpen uiterst belangrijk, zoals bijvoorbeeld Jan Steen, Jan Victors, Pieter Lastman, Ferdinand Bol, Pieter de Grebber, Aert de Gelder en Salomon de Bray zich als ware specialisten op dit onderwerp toelegden. Ze baseerden zich daarvoor op voorstellingen die in de vorm van 16de eeuwse etsen en boeken (van Flavius Josephus, de joodse geschiedsschrijver die voor Rembrandt een belangrijke kennisbron was) voor handen waren. Rembrandt richtte zich op grote voorbeelden als Lucas van Leyden en Hendrick Goltzius, op Lucas Cranach en Albrecht Dürer, van wie hij van één voorstelling liefst twaalf drukken bezat. Door bij Rembrandt deze voorbeelden te bestuderen, maakten zijn leerlingen zich de bijbelse onderwerpen eigen. Het lag aan hun talent dat ze in staat waren daar een eigen variatie, c.q. interpretatie aan te geven, variaties die soms het voorbeeld overtroffen. Zo blijkt Rembrandt een belangrijke schakelfiguur te zijn, die mede met de oudtestamentische schilderkunst de kunst van de Gouden Eeuw een beslissende draai heeft gegeven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden