Rembrandt was een vrijzinnig gelovige, concludeert Gerda Hoekveld uit zijn etsen en schilderijen.

’Abraham ontvangt drie mannen’ heet de ets die Rembrandt in 1656 maakte. Het is een verbazingwekkende ets, want de drie mannen (volgens het bijbelverhaal God met twee engelen) zijn door Rembrandt afgebeeld als een boeddhistische oude wijze, een gevleugelde Chinees en een Indiaan. Boven de vleugel, op de prominentste plek van het schilderij hangt de kleine Ismaël over een muurtje.

door Sandra Kooke

Toen Gerda Hoekveld, theologe en geografe, deze ets in de Hamburgse Kunsthalle zag, was ze zo verbaasd en nieuwsgierig tegelijk, dat zij besloot zich erin te verdiepen. Het bleef niet bij die ene ets, want vorig jaar schreef zij het boek ’De God van Rembrandt’, waarin zij talloze bijbelse werken van de schilder onderzoekt en ze met groot enthousiasme becommentarieert.

Wat doen die Chinees en die Indiaan daar bij die oude man? Het is een typisch voorbeeld van een afbeelding van de drie-eenheid God-Jezus-Heilige Geest. God is de man met lange baard, Jezus is de Indiaan en de Chinees met vleugels is de Heilige Geest.

,,Dit werk was in die tijd een schending van alle kunsthistorische en religieuze wetten,” zegt Hoekveld. ,,In de zeventiende eeuw werden negers en indianen als bavianen gezien. Zelfs joden werden niet als echte mensen beschouwd. Als je dit ziet, kun je er niet onderuit: Rembrandt kiest partij voor tolerantie.

,,Als je ziet hoe de indianen-Jezus op het randje van de ets staat en buiten de belangrijkste driehoek op het veld valt, zie je bovendien dat hij het hele idee van de drie-eenheid ter discussie stelt. Anti-trinitariërs werden in Rembrandts tijd als de ergste, vrijzinnigste ketters gezien. Als zijn tijdgenoten hadden begrepen wat Rembrandt hier had geschilderd, had hij het net zo moeilijk gehad als de kritische Vondel, die vanwege zijn opvattingen moest onderduiken.”

De zeventiende eeuw, bekend onder de naam Gouden Eeuw, was in feite een eeuw van oorlog en godsdiensttwisten. Terwijl de rijke steden smeekten om vrede, wilden de orangisten verder met de strijd tegen Spanje.

Tegelijkertijd werd de bevolking verdeeld door religieuze dogma’s. Aanhangers van Calvijn dachten dat God al had beslist wie wel of niet gered zou worden terwijl hun tegenstanders dachten dat de mens met zijn vrije wil er nog enige invloed op kon hebben. Het ging er hard aan toe en menig vrijdenker belandde aan de galg of in de gevangenis.

Rembrandt van Rijn (1606-1669), zoon van een molenaar, ging in Leiden naar de Latijnse school. Ten tijde van de godsdienststrijd leerde hij daar Grieks en Latijn. Hij bestudeerde er de bijbel en was op de hoogte van allerlei dogmatische problemen. Hij werd toegelaten tot de Leidse Universiteit waar hij als theoloog zou worden opgeleid, maar koos voor het schildersvak en ging in de leer bij Jacob van Swanenburgh. Van hem leerde hij de symbolische beeldtaal, die in het protestantse Nederland sinds de Reformatie verdwenen was maar in het katholieke Italië nog volop bloeide. De gemiddelde Hollandse burger uit die tijd kon dergelijke iconografische signalen net zo min begrijpen als wij. Alleen de kenners konden dat.

Na bestudering van Rembrandts bijbelstukken komt Hoekveld tot de ontdekking dat Rembrandt die beeldtaal veelvuldig heeft gebruikt om zijn kritiek op de strenge Calvijnse leer en op de intolerante politiek van de Oranjes te uiten. Dat leidt ze af uit tal van zijn werken. ’De steniging van Stefanus’ uit 1625 valt volgens haar te interpreteren als kritiek op de moord op Oldebarneveldt, in ’Het gastmaal van Belsassar’ ziet zij een verwijzing naar het lot van de Zeven Provinciën.

Hoekveld: ,,Op dit schilderij staan de Hebreeuwse woorden Mene Tekel (gewogen en te licht bevonden), die door de hand van God worden geschreven. De letters zijn in prachtig, feilloos Hebreeuws geschreven. Daar was Rembrandt heel precies in. Maar de laatste letter is fout! Er staat geen n, maar een z, het getal dat staat voor zeven. Een verwijzing naar de Zeven Provinciën die behoefte hadden aan vrede met Spanje. Dit is dus Rembrandts commentaar op de politieke omstandigheden. Ik kan de fout van God niet anders duiden.”

In haar boek ’De God van Rembrandt’ beschrijft ze talloze voorbeelden van dergelijke etsen en schilderijen. Bijvoorbeeld de ets ’De drie bomen’, volgens Hoekveld alweer een verbeelding van de triniteit. De meest rechtse boom is duidelijk stervende, te oordelen naar de dode takken. De schilder die rechts van de bomen op een heuveltje zit (Rembrandt zelf?) heeft zijn rug naar de drie bomen gekeerd. Hij moet niets van dat dogma hebben, aldus Hoekveld.

Rembrandt wordt zo wel een heel sympathieke schilder, die pleitte voor barmhartigheid en tolerantie. Heeft Hoekveld zich niet te veel laten meeslepen door haar eigen denkbeelden? Dat Vondel in zijn hekeldichten kritiek uitte op de machthebbers en godsdiensttwisten van zijn tijd valt niet te ontkennen, maar met Rembrandt ligt dat niet zo duidelijk. Er is geen bewijs dat hij de door Hoekveld gesignaleerde iconografische beelden bewust heeft toegepast.

Tot nu toe krijgt ze dan ook geen enkele steun van Rembrandtkenners en musea. Haar boek wordt compleet doodgezwegen. Hoekveld haalt er haar schouders over op. ,,Het is een hypothese. Zonder hypotheses komt de wetenschap niet verder. Of het echt waar is of niet, ik heb in elk geval met veel plezier aan het onderzoek gewerkt. Ik geef er ook lezingen over. En ik merk dat mensen na afloop met een nieuwe blik naar Rembrandt kijken. Dat is mij al heel veel waard.”

En vervolgens wijst ze op de volgende prent om haar stelling te onderbouwen: de beroemde ’Honderdguldenprent’, de ets van de prekende Jezus, die Rembrandt voor honderd gulden verkocht. Niet Jezus staat in het midden, maar het kleine pilaartje met de lap erover naast hem. Volgens Hoekveld zijn dat de symbolen van enerzijds moed en kracht en anderzijds van barmhartigheid. ,,En zie je dat Petrus de kop van Socrates heeft gekregen. En nog zo’n opvallend detail: Luther wordt er weggedrukt door Erasmus, wiens hoofd op vrijwel gelijke hoogte staat als dat van Jezus.”

Deze en nog veel meer feiten wijzen volgens Hoekveld in de richting van een tolerante Rembrandt. ,,Er wordt wel gezegd dat Rembrandt een doodgewone man was, maar ik denk dat hij zeer goed onderlegd was. Ik zou willen dat er meer aandacht kwam voor deze kant van Rembrandt. Waarom is hij zo fascinerend? Omdat hij zoveel te vertellen heeft. Hij had veel kennis van de filosofen en uitte dat heel nauwkeurig. Hij had bovendien veel humor. Ik heb ontzettend vaak om hem gelachen tijdens mijn onderzoek. Die leuke tijd pakt niemand me af.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden