Rembrandt was beter, Flinck rijker

Hij was een goede schilder en wist precies aan wat voor schilderijen in zijn tijd behoefte was. Maar na zijn dood werd Govert Flinck vaak verguisd. Een expositie in Kleef kan daar verandering in brengen.

Tijdens het leven rijk en gewaardeerd, na de dood onderschat of totaal vergeten. Het is het lot van veel van de leerlingen van Rembrandt. Hadden ze in een andere tijd geleefd dan hadden we hun kwaliteiten wel kunnen zien. Maar in de schaduw van Rembrandt zijn ze vrijwel kansloos. Wie kent nou Govert Flinck? Oké, iedere gemeente met een schilderswijk heeft een Govert Flinckstraat. Maar wie kent zijn werk? En wie houdt ervan?

Zelfs onder kunsthistorici was het tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw gebruikelijk om Flinck naar beneden te halen, vertelt Tom van der Molen, conservator van het Amsterdam Museum en de grootste kenner van zijn werk in Nederland. "Hij werd zo'n beetje neergezet als een verrader van Rembrandt. Want Flinck stierf rijk en Rembrandt raakte bankroet. Het was of Flinck er met de buit vandoor was gegaan."

Nu er in Kleef (Kleve in het Duits), Flincks geboorteplaats vlak over de grens bij Nijmegen, voor het eerst in vijftig jaar een tentoonstelling van zijn werk komt, hoopt Van der Molen dat mensen met een andere blik naar Flinck willen kijken. "Want Rembrandt was een betere schilder, maar Flinck kreeg de grootste opdrachten, bijvoorbeeld in het pas gebouwde stadhuis op de Dam en van buitenlandse vorsten."

Schilderfabriek

Flinck (1615-1660) kwam via een omweg over Leeuwarden in Amsterdam aan. In Leeuwarden had hij les gehad van Lambert Jacobsz, in Amsterdam kwam hij werken in het atelier van Hendrick van Uylenburgh. Dat was een soort schilderfabriek waar veel kunstenaars werkten, voornamelijk aan portretten. Daar werkte hij een jaar samen met Rembrandt. Tot die voor zichzelf begon en Flinck zonder Rembrandt achterbleef.

Flinck vergat nooit wat hij bij Rembrandt had geleerd, maar verder pakte hij het heel anders aan. "Flinck is niet zo goed door de geschiedenis gekomen, omdat hij een ander soort kunstenaar is dan wij voor ogen hebben," zegt Van der Molen. "Hij hield zich bijvoorbeeld in tegenstelling tot Rembrandt aan de regels. Neem bijvoorbeeld 'De Nachtwacht'. Daarin overtrad Rembrandt alle regels voor een schutterstuk, zoals dat alle personen er duidelijk herkenbaar op moesten staan. Wij waarderen nu juist die originaliteit van Rembrandt. Aan het schutterstuk met de schutters van Wijk I onder kapitein Joan Huydecoper en luitenant Frans van Waveren kun je zien dat Flinck goed naar De Nachtwacht heeft gekeken en ook een verhalend schutterstuk wilde maken. Maar bij hem staan alle personen toch netjes in het licht zodat ze goed herkenbaar zijn. Flinck houdt de functie van het schilderij voor ogen. Bij portretten van Rembrandt zei men vaak: Het lijkt niet. Bij Flinck hoorde je dat nooit."

Nog een onderscheid: terwijl Rembrandt en Frans Hals echte schildersbeesten waren die heel gedurfd met verf omgingen, noemt Van der Molen Flinck een 'denkende schilder'. "Flinck moest het hebben van de opbouw van een schilderij. Hij had van te voren een vastomlijnd plan en daar week hij niet meer van af. De compositie van een schilderij was zijn sterke kant. Dat had hij overigens bij Rembrandt geleerd."

En tot slot: Flinck voegde zich naar de mode van die tijd, bepaalde die zelfs mede, terwijl Rembrandt een volstrekt eigen weg koos. Amsterdam was halverwege de zeventiende eeuw rijk en wilde dat laten zien ook. De belangrijkste kunstenaars van die tijd werden ingeschakeld om de grootsheid van de stad te benadrukken. Op de Dam verrees het nieuwe stadhuis. De rijkdom en grandeur straalde er vanaf door de kunstwerken in de internationale classicistische stijl.

Van der Molen: "Flinck heeft zich goed voorbereid om de opdrachten daarvoor binnen te slepen. Vanaf eind jaren veertig ging hij naaktmodellen schilderen. Dat was een belangrijk onderdeel voor historieschilderkunst zoals ze die in het stadhuis wilden hebben. Ook ging hij naar Antwerpen om de grote stukken van Rubens en Van Dijk te bestuderen. Want met zulke grote schilderijen als in het stadhuis nodig waren, hadden ze in de Republiek nog geen ervaring. Zijn stijl werd ook steeds Vlaamser en paste daardoor bij de gewenste internationale uitstraling. In deze tijd leek zijn werk echt niet meer op dat van Rembrandt."

Gegoede burgerij

Ook sociaal paste Flinck zich aan. "Hij was doopsgezind, maar werd remonstrants, net als overigens zijn vrouw. Een grote overgang was het niet, maar het was wel handig om remonstrants te zijn in een tijd met veel remonstrantse burgemeesters. Hij werd ook poorter - burger van de stad - zodat hij in aanmerking kon komen voor de opdrachten in het stadhuis. Zo nestelde hij zich in de gegoede burgerij. Rembrandt had met iedereen ruzie, maar met Flinck viel te praten."

De schilderijen in het toenmalige stadhuis, thans Paleis op de Dam, komen op ons nogal bombastisch over. Met al die klassieke en bijbelse voorbeelden van goed bestuur wilden de Amsterdammers zich wel erg graag goed voordoen. "Ik zie ook de protserigheid wel van die schilderijen. Maar het had ook als functie om protserig te zijn. Je zegt toch ook niet in de Sixtijnse Kapel: tjonge, wat is dit protserig. Ik vind het intrigerend dat in de zeventiende eeuw zo'n prestige-object werd gebouwd en dat kunstenaars daar een rol in hadden. Amsterdam was de belangrijkste stad van Europa, van de wereld dus, en daar ging men zich naar gedragen. Ik hoop dat mensen met een zeventiende-eeuwse blik naar Flinck willen kijken. Niet op zoek naar originaliteit of psychologische diepgang, wat we nu belangrijk vinden, maar naar hoe het gefunctioneerd heeft."

Ondertussen valt er best te genieten van de schilderijen van Flinck in het Paleis op de Dam. Van der Molen: "Let eens op de compositie, hoe hij de vlakken inricht. Ferdinand Bol, ook een goede leerling van Rembrandt, worstelt daar altijd mee, maar Flinck niet. Bij 'Salomon bidt om wijsheid' laat hij het gebed als het ware diagonaal de hemel ingaan. Hij houdt ook rekening met de plaats van de bezoeker, want het belangrijkste schildert hij beneden."

Hij is maar 45 jaar geworden. Had hij langer geleefd, dan was hij vast steeds 'Vlaamser' gaan schilderen, denkt Van der Molen. En dus misschien onder die schaduw van Rembrandt uitgekomen.

Meer informatie op www.museumkurhaus.de.

Zelfbewust zelfportret

Van 4 oktober tot 17 januari hangen op de tentoonstelling 'Govert Flinck, reflecting history' in Museum Kurhaus Kleve zo'n dertig werken van hem, uit Kleef en andere plaatsen in Duitsland, Nederland, de Verenigde Staten en Frankrijk.

Ook het 'Zelfportret' dat hij in 1643 maakte. Aan dit werk kun je goed zien dat hij naar Rembrandt heeft gekeken. Van der Molen: "Flinck beeldt zich af in een zelfbewuste pose die herinnert aan wat zijn leermeester Rembrandt deed, maar ook aan schildergrootheden uit vorige eeuwen, zoals Dürer, Raphael en Titiaan. Door de arm die over de leuning hangt, creëert hij de illusie dat de geportretteerde en de toeschouwer in dezelfde ruimte zijn. Dichter bij de schilder kun je niet komen!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden