'Rembrandt en ik' is één grote hutspot

De acteurs zijn van niveau, de scenarioschrijvers gekwalificeerd en regisseur Marleen Gorris is zelfs Oscarwinnares. Toch blijft ’Rembrandt en ik’ één grote hutspot. Dat zit ’em allereerst in dat ’ik’. Het perspectief van waaruit Rembrandt wordt bekeken, ligt elke aflevering bij iemand anders: een collega-schilder, zijn vrouw, zijn dochter. Dat zijn wel erg veel gezichtspunten voor een vierluik. Gevolg is dat elk deel blijft steken in fragmentarische observaties. Wil je Rembrandt per se van buiten beschouwen dan was het in zo’n kort kostuumdrama verstandiger geweest te kiezen voor één perspectief: dat van zijn vrouw(en) of kunstbroeder(s).

Beter nog hadden de scenarioschrijvers (onder wie Ger Beukenkamp van ’De troon’) Rembrandt zélf tot uitgangspunt kunnen nemen. Was zijn ’Nachtwacht’ tot centraal thema gekozen, dan was een veel rustiger en evenwichtiger serie ontstaan. Ook rond zijn meesterwerk, dat er in deze serie maar bekaaid afkomt, had je je allerlei verwikkelingen kunnen voorstellen, maar de kunst had dan in elk geval de hoofdrol gekregen, terwijl de kijker nu heen en weer wordt geslingerd tussen een beetje human interest (Rembrandt als losbol en ruzieschopper), een beetje schilderen en veel geloof (’t is de EO ten slotte).

De makers hadden ’Girl with a Pearl Earring’ (Peter Webber, 2003) tot voorbeeld kunnen nemen, een speelfilm die geheel is gedrapeerd rond de creatie van Vermeers meesterwerk. Tussen de entree van boerendochter Griet als dienstertje van de kunstenaar en de uiteindelijke schepping van ’Het meisje met de parel’, waarvoor Griet model staat, verveelt de kijker zich geen moment, omdat langzaam het mysterie van de schilder wordt onthuld: zij schonk hem de blik die eeuwig zou duren.

Bij Vermeer heb je het idee dat je in de Gouden Eeuw rondwandelt, bij ’Rembrandt en ik’ bepaald niet. Goed, de kostuums zijn prachtig, maar de meubels te vaak negentiende eeuws, de straten té schoongeveegd voor 1659 en hier en daar zie ik straatlantaarns die mijn grootvader nog had kunnen aansteken. Dan het taalgebruik. Constantijn Huygens (Mark Rietman) heeft een meningsverschil met de jonge Rembrandt (Dragan Bakema) over een opdracht van de stadhouder en concludeert: „Hier gaan wij niet uitkomen”. Het lijkt een zin uit een reclamespotje: ’Gaat u er niet uitkomen als schilder? Bel dan de Kunstenbond FNV!’ Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar deze serie is zo’n puinhoop dat je bijna de Ongevallenraad van Pieter van Vollenhoven zou waarschuwen.

Van het afscheidsprogramma rond onze nationale rampeninspecteur heb ik wél genoten. Al was het maar om voor het eerst een prinses koffie te zien zetten. Tot halverwege dacht ik dat Van Vollenhoven van alles en nog wat ergerlijk vond, totdat ik merkte dat hij ’eiglijk’ zei. Ook heeft hij het over ’ment’, in plaats van ’ moment’. In het interview met Rob Trip kwam Van Vollenhoven tevoorschijn als een gedreven onderzoeker en harde doordouwer, kortom de juiste man op de juiste plaats.

Alleen jammer dat Trip niet wat langer doorhengelde naar druk die politici op de rapportenschrijvers hebben uitgeoefend. Van Vollenhoven lijkt me openhartig genoeg om uit de school te klappen. Eiglijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden