Review

Rem Koolhaas te groot voor de wereldArchitect kent loopbaan vol onvervulde ambities

'S,M,L,XL' door Rem Koolhaas/OMA, foto's Hans Werlemann, vormgeving Bruce Mau, uitgave 010 Publishers, Rotterdam, 1376 blz, ¿ 135. Koolhaas signeert zijn boek volgende week zaterdag van 14-16 uur in de Kunsthal Rotterdam.

Wat dat betreft moet Rem Koolhaas zich uiterst gefrustreerd voelen. Koolhaas, algemeen beschouwd als Nederlands 'beste' architect van dit moment, is een beetje te groot voor deze wereld. Hij maakte in de afgelopen twintig jaar een veelvoud aan plannen die slechts ten dele zijn uitgevoerd. In Amsterdam staan zijn vrolijkgekleurde flats aan het IJ-plein en aan het Leidsebosje het Byzantium, de uit de hand gelopen HAT-persiflage voor overbetaalde yupjes.

In Rotterdam staat zijn Kunsthal waar het slecht werkende wandeltraject al zo vele vrouwen hun hoge hakken heeft gekost, in Flevoland het Nederlands Sportmuseum (onopvallend, maar technisch gezien innoverend) en in Den Haag het Danstheater (van zijn Nederlandse projecten het meest geslaagd). In het Noordfranse Lille heeft hij een congrescentrum neergezet met een grootstedelijke allure die verder reikt dan de stad kan torsen. In een aantal plaatsen heeft hij woningen gebouwd, hier en daar een kantorencomplex, maar dan heb je de belangrijkste gerealiseerde projecten wel gehad.

De lijst projecten die om honderd-en-een redenen niet zijn doorgegaan is waarschijnlijk langer. Zo miste Koolhaas op een haar na de opdracht om het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam te bouwen (de opdracht ging naar Jo Coenen) en hij verloor de bouw van een zeeterminal in het Belgische Zeebrugge. Den Haag zat hem dwars toen hij de uitbreiding van de Tweede Kamer aan Pi de Bruin verloor. In dezelfde stad zag hij de opdracht voor het stadhuis naar zijn grootste rivaal Richard Meier gaan. Maar echt gefrustreerd moet hij toch zijn geworden toen zijn hoogst ambitieuze plan voor een centrum voor kunst en mediatechnologie (ZKM) in het Duitse Karlsruhe werd afgeblazen. Het ZKM moest een elektronisch Bauhaus worden, maar werd in laatste instantie, drie jaar nadat Koolhaas de wedstrijd had gewonnen, door de gemeenteraad afgestemd.

Al die plannen, de uitgevoerde zowel als de nooit gerealiseerde, komen aan bod in een bijzonder boek dat Rem Koolhaas deze week laat verschijnen. Het vorige boek van Koolhaas, 'Delirious New York', dateert uit 1978 en werd toen zo gretig afgenomen dat het spoedig was uitverkocht. Het heeft jaren geduurd voordat er een tweede druk kwam, maar nog langer moest er gewacht worden op een nieuw boek. Koolhaas mag dan Neerlands beroemdste architect zijn, een behoorlijke studie naar zijn werk of een biografie is er nooit van gekomen. Een van de redenen van dat gebrek kan zijn dat Koolhaas zo ongrijpbaar is: weinigen krijgen vat op zijn werk, en al helemaal niet op de persoon Koolhaas.

In het nieuwe boek 'S,M,L,XL' poogt Koolhaas zijn beweegredenen te verklaren. Dat gebeurt in samenhang met een uitleg over zijn projecten, aan de hand van foto's en werktekeningen die weliswaar heel fraai zijn uitgevoerd, maar door vormgeving van het bijbeldikke, maar smalle boek niet goed overkomen. Koolhaas legt zijn beweegredenen op twee niveaus uit: aan de hand van essay-achtige artikelen die beurtelings heel open, en dan weer totaal ontoegankelijk zijn geschreven en hij heeft een soort van encyclopedie van begrippen geschreven, die zich in de marge van de bladzijden bevindt.

De grilligheid die uit Koolhaas' vermogen om te essayeren spreekt, komt ook tot uitdrukking in zijn architectuur. Kijk je naar de Kunsthal in Rotterdam, dan zie je een gebouw dat er alles aan doet om niets van zijn innerlijk te verraden. Het uiterlijk komt hard en afwerend over, alles heeft Koolhaas er aan gedaan om de eventuele bezoeker buiten te houden. Heeft de bezoeker zich door de kleine entree gewrongen, dan wacht een teleurstelling: geen kunst in de entreehal, maar een aula die slecht van maat is en nergens verwijst naar wat elders wordt getoond.

De rhizome structuur van de Kunsthal (verwijzend naar de grilligheid van een bepaald type wortel) is gelukkig niet Koolhaas' handelsmerk geworden. In de Villa D'Alva in de Parijse voorstad Saint-Cloud, gereedgekomen in 1991, heeft hij juist veel openheid betracht. De begane grond, niet meer dan een sokkel voor de bovenbouw, laat het 'woongebeuren' mee-beleven door iedere buitenstaander. Ook het bovendeel, een blokkendoosje dat een flink deel boven de sokkel uitsteekt en met dunne pilaartjes wordt geschraagd, geeft met de hoge ramen riant uitzicht op het leven van de bewoners. De bovenbouw maakt door het gebruik van golfplaten een lichtvoetige indruk, waarmee Koolhaas refereert aan het deconstructivisme waarmee Frank Gehry naam als architect maakte.

Onder verwijzing naar de titel (Small, Medium, Large, Extra Large, maten voor unisex-kleding) rubriceert Koolhaas zijn projecten in verschillende maten. Dan blijkt dat hij zichzelf als een grootsteeds bouwer ziet; van de meer dan 1300 pagina's in het boek gaan er zeker 800 over grootschalige projecten.

Die vragen natuurlijk ook door hun omvang meer illustraties, maar Koolhaas gaat er ook dieper op in omdat hij ze nu eenmaal belangrijker vindt. Kleine opdrachten krijgen weinig of zelfs geen aandacht. Byzantium in Amsterdam is er een voorbeeld van. Dit project vond de architect niet meer dan acht pagina's waard. Ze zijn niet eens door hem zelf geschreven, maar in de vorm van een strip door zijn zoon Tomas getekend.

Koolhaas kon in deze opdracht weinig realiseren wat hem bezighield: geen ronde ramen maar vierkante (die dan ook uitgesproken lelijk werden, als Koolhaas iets móet doen, gebeurt het contre-coeur), niet een urbane maar een sub-urbane aanpak en een gat in de begroting van een miljoen dollar. 'Why the hell did you hire me' roept Koolhaas in de strip uit, waarop de opdrachtgever explodeert met de uitroep 'Kut details'.

Nee, Koolhaas groeit als hij groot mag denken. In de encyclopedie, een lijst van honderden trefwoorden die zijn visie omvatten, meldt hij onder het begrip 'big': 'Ik houd er van groot te denken, dat heb ik altijd gedaan. Voor mij is het eenvoudig, als je toch bezig bent te denken, kun je net zo goed groot denken'.

Koolhaas wil groot zijn (het boek opent met grafieken over de toenemende werkomvang, de dalende inkomsten van bureau OMA en het stijgende aantal nachten dat Koolhaas in hotels doorbrengt, hij is nooit meer in Nederland), hij denkt van nature in grootschalige projecten. En omdat Nederland niet gewend is in dergelijke termen te denken, zal hij hier weinig gelijkgestemde geesten vinden. Maar waar wel? Bij gebrek aan bescheidenheid zou Koolhaas het liefst een heel land willen bouwen. Globalization in optima forma. Dat soort landen zijn er niet zo veel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden