Interview

Religieuze organisaties doen er wel degelijk toe, vindt de overheid

Beeld Idris van Heffen

Secularisatie en ontkerkelijking hebben ons land stukken minder religieus gemaakt. Maar voor de overheid zijn religieuze organisaties niet minder belangrijk geworden, zegt historicus James Kennedy.

De godshuizen lopen leeg, veel georganiseerde religie staat in een kwade reuk, en als de woorden 'kerk' en 'staat' in samenhang worden gebezigd is het altijd in combinatie met 'scheiding van'. Wat betekent dat voor de relatie tussen de Nederlandse overheid en de religieuze organisaties die vanouds zo'n grote rol spelen in het onderwijs, de zorg, de publieke omroep en andere sectoren van wat het maatschappelijk middenveld heet? 

In elk geval niet dat ze er niet meer toe doen, zo blijkt uit het onderzoeksproject onder leiding van historicus James Kennedy, dat werd uitgevoerd als onderdeel van een programma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (zie onder).

Duitsland

Kennedy, decaan van het Utrecht University College en columnist van deze krant, richtte zich bewust op religieuze organisaties, liever dan op de kerk, vanwege de manier waarop Nederland is georganiseerd. In Duitsland bijvoorbeeld omvat de kerk een veel groter maatschappelijk gebied, maar als je in Nederland wilt spreken over de plaats van religie in de samenleving, dan moet je de afgeleide organisaties daarbij betrekken, anders mis je een heel stuk.

"De jaren zestig zijn voor ons onderzoek het beginpunt, omdat toen de secularisatie in een stroomversnelling raakte. Anders dan je zou denken, leidde dat heel lang nauwelijks tot verandering. Pas in de jaren tachtig begint de overheid anders te denken over religieuze organisaties. Daarbij kijken wij vooral naar de institutionele verhoudingen. Daar blijkt wat er gebeurt, en dat hoeft niet per se in lijn te zijn met de retoriek van het publieke debat, die we ook hebben onderzocht. Sterker nog: het zijn in feite twee gescheiden geschiedenissen.

"Vanaf het einde van de 19de eeuw heerste binnen linkse groeperingen kritiek op de rol van de kerk. Maar dat verstomde na de Tweede Wereldoorlog, om in de jaren tachtig terug te keren, niet alleen bij links, ook bij sommige liberalen. Het leidde tot de beëindiging van de overheidsbijdrage aan kerkgebouwen en traktementen. Maar dat ging niet om grote bedragen en de beëindiging ervan gebeurde van beide kanten niet in vijandige sfeer, er waren altijd al kerken die helemaal geen geld aannamen van de overheid. Zo'n grote stap was het dus niet om hiervan af te zien. De grondwetsherziening van 1983 was het moment om schoon schip te maken en een einde te maken aan een enigszins troebele situatie."

Ons kent ons

"Voor het overige ging het contact tussen overheid en religieuze organisaties eigenlijk gewoon door: de staat heeft nu eenmaal belang bij een goede relatie met groepen die een maatschappelijke rol vervullen of dienst verlenen. De gevestigde kerken hebben daarbij een voorsprong: ze hebben een lange staat van dienst, en hun vertegenwoordigers zijn bij de overheid goed bekend.

"Ons kent ons. Nieuwkomers kost het veel meer moeite een plaats aan tafel te veroveren, het heeft bijvoorbeeld lang geduurd voordat moslims en hindoes hun geestelijk verzorgers kregen in de strijdkrachten. Voor het Humanistisch Verbond geldt hetzelfde.

"Via het CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, 28 christelijke en twee joodse kerkgenootschappen, red.) vormen de kerken, als een van de belangrijkste vrijwilligersorganisaties in de samenleving, nog steeds een belangrijk aanspreekpunt voor de overheid. De kerken kunnen hun verhaal kwijt over de staat van het land, de overheid klopt bij de kerken aan voor lokale initiatieven en voor allerlei diensten in de zorg. Denk alleen al aan het Leger des Heils, dat is enorm belangrijk voor Nederland. Maar ook aan de omroepen, de bijzondere scholen - een groot deel van het maatschappelijk middenveld is nog altijd religieus georganiseerd.

"Deze relatie is utilitair, het is nuttig: de overheid heeft baat bij het werk van religieuze organisaties, vandaar het contact. Tot in de jaren tachtig lag het accent anders. Toen werden kerken en hun organisaties meer beschouwd als de representanten van bevolkingsgroepen en vond men het belangrijk om hen ruim baan te geven om hun eigen mensen te bedienen. De bevolking vroeg daarom, de overheid voorzag erin. Op die manier erkende zij het pluralistisch karakter van Nederland.

"Dat veranderde in de jaren tachtig, niet alleen door de ontkerkelijking, maar ook omdat men überhaupt anders ging denken over de rol van de overheid. De staat werd een instantie die publieke diensten uit laat voeren door maatschappelijke organisaties, en eindverantwoordelijk is. Burgers maken geen deel meer uit van die organisaties, maar zijn afnemers van hun diensten. Een marktmodel.

"Het resultaat is dat de rol van religieuze organisaties ondanks de secularisatie nauwelijks kleiner is geworden. Secularisatie gaat gepaard met een zekere verkruimeling van de samenleving, maar dat neemt voor de overheid de noodzaak niet weg om samen te werken met allerlei organisaties. Vergelijk het met de vakbonden: minder leden, maar onmisbaar bij het maken van afspraken. Bovendien heeft de overheid zelf gewoon te weinig kennis en middelen in huis om zaken te sturen. Veel taken zijn afgestoten. Daardoor is de neiging om toenadering te zoeken tot maatschappelijke organisaties, ook religieuze, alleen maar toegenomen. Je ziet dat vooral op lokaal niveau, door de decentralisatie, al staan sommige gemeentes er meer voor open dan andere.

"Dat wil niet zeggen dat die organisaties stuk voor stuk een robuuste religieuze identiteit hebben, dat is lang niet altijd het geval. Maar dat zij nog steeds een rol van betekenis spelen, heeft juist ook te maken met de rekkelijkheid van hun religieuze denkbeelden en praktijken. Als alle katholieke scholen nog hetzelfde waren als in 1950, zou de overheid veel minder met hen kunnen. Daarnaast is ook de belangstelling van de overheid voor het godsdienstige aspect naar de achtergrond geschoven; het is er, maar het gesprek gaat over andere zaken."

Ter discussie

"Er zijn wel wat botsingen geweest op dit gebied - bijvoorbeeld rond Youth for Christ, dat niet meer in aanmerking zou komen voor jeugdwerk in Amsterdam als het alleen christenen in dienst nam - maar de laatste jaren is het rustig. Tussen zo'n beetje 2006 en 2012 werd religie op allerlei fronten ter discussie gesteld, het misbruikschandaal in de rooms-katholieke kerk speelde een rol, de opkomst van salafistische moskeeën, smadelijke godslastering verdween uit het strafrecht, er werd gediscussieerd over de vrijheid van godsdienst als aparte categorie, men probeerde de rituele slacht te verbieden. Dat alles is niet voorbij, maar het is wel minder geworden. Sowieso is in Nederland nooit aan de orde geweest dat religieuze organisaties niet zouden mogen bestaan, als er discussie is, dan gaat het om de voorwaarden waaronder ze subsidie kunnen krijgen of openbare diensten kunnen uitvoeren.

"De gevestigde christelijke organisaties hebben wel een andere relatie met de overheid dan de islamitische nieuwkomers. Anders dan bij de kerken, bemoeit de overheid zich bij de islam met het organiseren van hun vertegenwoordiging. Tegelijkertijd gaat het om surveillance, daar wordt ook geen geheim van gemaakt. Wel heerst er binnen verschillende overheidsinstanties onzekerheid over de vraag in hoeverre het salafisme voorwerp moet zijn van overheidsbeleid, en hoe dan. 

"Gaat het hier louter om theologische orthodoxie of bedreigt deze leer concreet de samenleving? Meer algemeen is het zeker zo dat de verhouding met de islam veel meer als een veiligheidsvraagstuk wordt gezien. Partnerschap is de ene kant, controle de andere, en het gaat erom aan het publiek te laten zien dat er wordt opgetreden als er misstanden zijn. Dat was altijd al zo, maar het is na 9/11 veel sterker geworden. In die zin is de scheiding tussen kerk en staat, als instituties die niets met elkaar te maken hebben, eerder afgenomen dan toegenomen.

"Intussen kent Nederland nog steeds een pluralistisch bestel, waar overleg de basis vormt van samenwerking. De kaders voor representatie zijn er, en dat biedt ook kansen aan nieuwkomers. Maar het idee van pluralisme staat wel onder druk. Het is niet meer 'leven en laten leven', maar het volk stelt vast welke normering er is en de overheid moet erop toezien dat ook anderen zich daaraan houden. Anders dan pakweg dertig jaar geleden verlangen mensen nu dat er een gedeelde cultuur is, met gedeelde normen. Waardering voor verschillen als waardevol in zichzelf staat ernstig op de tocht."

Negen projecten

Het onderzoeksproject van James Kennedy was een van de negen projecten uit het onderzoeksprogramma Religie in de moderne samenleving. Het onderzoek naar de relatie tussen de overheid en religieuze organisaties bestond uit drie delen: een studie naar de wettelijke status van godsdienstvrijheid (Hans-Martien ten Napel), een onderzoek naar de ontwikkeling van het publieke debat over religieuze organisaties (Mart Rutjes) en een promotie-onderzoek naar de concrete samenwerking tussen die organisaties en de overheid (Leonard van 't Hul).

Onderzoeksprogramma

Onder de titel 'Religie in de moderne samenleving' begon de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in 2011 in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau en het ministerie van binnenlandse zaken een groot onderzoeksprogramma. Dat leidde tot negen projecten, die nu bijna zijn afgerond. Op 24 oktober organiseert NWO er samen met Trouw in Utrecht een publieksdag over: welke rol speelt religie in de samenleving, wat betekent religie (of het verdwijnen) ervan voor onze identiteit, welke publieke rol speelt religie?

Kijk voor het programma en (gratis) kaarten op trouw.nl/exclusief.

Lees ook:

Minister Kaag negeert de rol van religie in duurzame ontwikkeling

Minister Kaag, erken dat u religieuze organisaties nodig hebt om uw doelen te bereiken, betoogt Joanne van der Schee, senior beleidsmedewerker bij Prisma. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden