Religieuze, linkse utopie gesmoord in bloed en gif

Toneelstukken, films, onderzoeksprojecten, boeken: de 25ste 'verjaardag' van de slachtpartij in Jonestown (Guyana) houdt nog steeds de gemoederen bezig. Overlevenden vertellen hoe het hen sindsdien verging.

Lodewijk Dros

Het beeld ging de wereld over: een vuilnisbak, omgeven door lichamen. De foto was genomen in Brits Guyana, november 1978. Honderden volwassenen en kinderen, bekend als People's Temple, hadden, vrijwillig, halfvrijwillig en onvrijwillig, de dood gevonden in Jonestown.

Hij had een eigen kerkgenootschapje in de Amerikaanse staat Indiana, dat al gauw opging in een grotere, gewone kerk: Disciples of Christ, lid van de Nationale raad van kerken. Dominee Jim Jones begon onopvallend. Zijn People's Temple groeide uit tot een sociale beweging, met een vleugje bevrijdingstheologie, tegen raciale scheiding, voor vrouwenrechten, homo's, maatschappelijk actief. In de beginjaren, tot diep in de jaren zestig, deinde de groep rond Jones mee op de tegencultuur van die tijd. Scepsis was ongepast - de volgelingen wilden goed doen.

,,Het was één grote familie, waar ik deel van uitmaakte'', schrijft Vern Gosney. ,,We vochten voor een betere wereld waarin zwarten niet opgroeiden voor galg en rad. Het was het waard: geen eigendom, geen biologische familie, alles voor de droom van gelijkheid.'' Gosney is een van de 'Templars' die nu voor het eerst hun verhaal doen.

Vanaf de jaren zeventig veranderde de Temple. Jones met zijn onafscheidelijke zonnebril werd grotesk ('Het valt niet mee om God te zijn'), zijn ideeën werden apocalyptischer, zeker toen ze allemaal van Californië naar de jungle van Guyana verhuisden. Daar, in het isolement van Jonestown, raakte de Temple naarbinnen gericht, onttrokken aan het zicht.

De doorsnee Templar was geen bigot die bereid is alles te geloven, eerder een linkse idealist met gevoel voor religie, een zoeker van Utopia. Overlevenden spreken nog steeds met warmte over het pastorale ideaal in Guyana, een tropisch land, beetje babbelen met de bevolking, op de markt citroentjes kopen -al was het niet het beloofde land. Soms leek het op een concentratiekamp, met luidsprekers waaruit het gepreek van Jones schalde.

De opkomst van de People's Temple viel samen met die van de Amerikaanse anti-cult movement, de sektebestrijding, maar stond er -achteraf gezien ironisch- los van. In 1976 verscheen een alarmerend rapport van John G. Clark. De Harvard-onderzoeker concludeerde daarin dat de 'gezondheidsgevaren' van sekten 'extreem' zijn: het rapport wekte grote beroering. Een sekte, dat was 'sadistisch' en 'vernederend', levensgevaarlijk. Clark noemde een paar voorbeelden: De Verenigingskerk van Moon, Hare Krishna, Scientology. De anti-cult movement had extra reden om te pleiten voor wetgeving tegen sekten en het deprogrammeren van hun leden.

In het rijtje enge groepen ontbrak People's Temple, en zo vreemd was dat niet. Ds. Jones was gerespecteerd, hij voorzag politici tot het hoogste niveau van steun en goede raad. Rosalynn Carter bedankte Dear Jim voor zijn diensten en gezelschap. Ze had een adder aan haar borst gedrukt: volgens de CIA beraamde Jones een moordaanslag op president Jimmy Carter.

Die moord is niet doorgegaan. Het eerste echte slachtoffer van wat een killer cult bleek te zijn, was wel een politicus: congreslid Leo Ryan. Hij had bij de overheid aangedrongen op maatregelen tegen de Temple en landde op 18 november 1978 op het vliegveldje van Port Kaituma, met een paar journalisten en een meisje dat uit Jones' commune weg wilde. Doel: onderzoek naar de agrarische leefgemeenschap. Ryan en zijn reisgenoten werden vermoord. Dat gaf het startsein voor een actie die al een week was geoefend in de bossen van Noordwest-Guyana: de massale zelfmoord van de People's Temple.

Volgens onderzoekers pleegden zo'n 200 Templars zelfmoord, door het drinken van gif. Vrijwillig? De ex-vriend van Linda Harris, een van de doden, was verbijsterd. ,,Maar Linda hield van haar dochter!'' Ook dochter Liane was gestorven. De ex-vriend: ,,Later kwam ik erachter dat als er maar dertig mensen dood waren gegaan, Linda erbij was geweest. Ze hoorde bij Jims ware gelovigen.''

Waren de zelfmoordenaars gehersenspoeld door de charismatische leider Jones, die zelf paranoïde en drugsverslaafd was? Was het de schuld van een kleine kring rondom hem, terwijl Jones' rol feitelijk uitgespeeld was?

De wrangste term die de ronde deed over de doodsoorzaak was 'gedwongen suïcide'. Catherine Wessinger, een van de vele academici die zich de waarom-vraag hebben gesteld, zegt dat de bereidheid om te sterven zo groot was, omdat de Templars iets voelden dat hun individuele leven oversteeg: de ongeschonden gemeenschap. Die zou met de komst van Ryan (en diens verwachte bevindingen) kapotgaan. Dus, zegt Wessinger, doodden ze zichzelf en hun commune liever, dan de teloorgang ervan onder ogen te moeten zien.

Voor de meeste Templars was slechts één begrip van toepassing: moord. Op één dag stierven 914 mensen. Vern Gosney had moeten sterven. Een van zijn broeders, Larry Layton, schoot hem neer. Hij overleefde het. Zijn zoontje van vijf niet.

Volgens een medicus die hielp bij het bergen van de lijken was het slagveld een verschrikking. Erger dan Vietnam, zei hij. Wat hem in Azië niet was gebeurd, overkwam hem in Guyana: hij verloor er zijn geloof.

Precies tien jaar geleden waren het vooral de drie zonen van Jim Jones - ze waren elders tijdens de moordpartij - die op tv en in kranten verschenen. Ze werden publicitair opgejaagd nadat eerder dat jaar de groep van David Koresh in Waco was omgekomen.

In 2003 zijn het mensen als Mike Carter die hun coming out beleven. Carter is een van de ongeveer tachtig mensen die op die dag aan Kool-Aid (de fatale gifbeker), de kogels en de messen wisten te ontkomen. Twintig was hij toen, en sindsdien verzweeg hij op feestjes en op z'n werk maar liever dat hij jaren in Jonestown had gewoond. ,,Zelfs mensen die ik goed had leren kennen, gingen me uit de weg. Alsof ik de pest had. Slechts enkelen zagen in dat als een normaal mens in People's Temple terecht kan komen, dat er meer aan de hand is dan het cliché van de massamoordsekte.''

Carter leed jaren aan depressies - een constante in de levensgeschiedenissen van de overlevenden. Patti Chastain Haag was lang suïcidaal, neerslachtig en in de rouw. Bij Hattie Newell duurde het tot 1979 eer ze Jim Jones durfde haten, zoveel loyaliteit koesterde ze jegens de man die de dood van twaalf van haar familieleden op z'n geweten had. Veel Jonestown survivors volgden hun geloofsgenoten tot in de dood; ze pleegden alsnog zelfmoord, soms nadat ze gezinsleden hadden vermoord. Het druggebruik onder overlevenden ligt hoog.

Ook Vern Gosney tekende zijn biografie op. Eerst, schrijft hij, viel hij in een diep gat. Zijn droom van de ideale samenleving was vermoord, het schuldgevoel over de dood van zijn zoontje knaagde, hij was woedend over wat hun was aangedaan. ,,Duizend geesten achtervolgden me. Alleen vergeving kon me bevrijden.'' Hij vergaf Larry Layton.

Naast alle woede over het uitroeien van de Temple (en het misbruik door Jones) wijst Laurie Efrein Kahalas nog altijd naar de schuldigen buiten Jonestown. ,,Jim Jones was slechts een radertje in een tragische matrix. Wie trokken er echt aan de touwtjes?'' Kahalas weet het antwoord: de mensen die nu zelf niet meer een 'sterke, interraciale, uiterst linkse groep' hoefden uit te schakelen, midden in de Koude Oorlog.

Kahalas is niet de enige die er samenzweringstheorieën op nahoudt. Taxichauffeurs en wetenschappers dachten dat de CIA zat erachter zat ('Die deed er mensproeven'), de FBI of Russen. Volgens Scientology wist de regering er meer van, anderen beweerden dat de honderden lijken gemaakt waren om er drugs in te smokkelen.

De theorieën wijzen op een achtervolgingswaan, vergelijkbaar met die van Jim Jones. Maar Rebecca Moore begrijpt ze wel. Ze is hoogleraar godsdienstwetenschappen en verloor twee zussen in Guyana. Nabestaanden én overlevenden rehabiliteren met zulke theorieën de slachtoffers, meent Moore; ze kunnen wijzen naar een kwade genius van buiten. Bovendien maken ze daarmee van het drama in 1978 een strijd op het politieke toneel en verdwijnt de godsdienstige component uit beeld. De werkelijkheid is, zegt Moore, dat ,,fatsoenlijke, keurige mensen, zich schuldig hebben gemaakt aan buitensporig kwaad. Dat ontwricht de morele orde.''

Bronnen, artikelen en reacties zijn te vinden op http://jonestown.sdsu.edu/

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden