Religieuze kunst die niet naar het hemelse reikt

De tijd rond het jaar 1000 wordt in Frankrijk het Romaans genoemd. De kunst uit die tijd is klein en nederig. Voor de kerken is deze periode vruchtbaar geweest. Op een tentoonstelling in het Louvre in Parijs is te zien, dat de kloosterorden een ongekende bloeitijd doormaakten.

Klein en nederig is de kunst die rond het jaar 1000 in Frankrijk werd gemaakt. Christus is niet veel groter dan de mensen om hem heen en maakt zich ondanks de kruisiging die Hem verheft niet echt los van hen. Het zal nog geruime tijd duren voordat de eerste 'majesteiten' worden gemaakt, de tronende Maria's of heiligen, zo groot als een stevig borstbeeld en, voor het eerst in de geschiedenis van de religieuze beeldhouwkunst, driedimensionaal. Tot dan wordt de menselijke figuur behalve in het platte vlak -in manuscripten, getijdenboeken en missalen- vooral in reliëfvorm weergegeven: als deel van het platte vlak, maar zich daar toch al enigszins van losmakend.

De tijd rond het jaar 1000 wordt in Frankrijk meestal het Romaans genoemd, een periode die dertien jaar eerder begint met de dood van de laatste karolingische vorst Louis X in 987 en de vlak daarop volgende troonsbestijging van Hugo Capet, de eerste Capetinger vorst. Met Hugo aan de macht breken nieuwe tijden aan.

Voor de kerkelijke wereld is de tijd van het romaans een vruchtbare periode geweest. Op een grote, maar toch intieme tentoonstelling die het Louvre in Parijs aan deze tijd wijdt, is te zien, dat de kloosterorden een ongekende bloeitijd doormaakten. Het is wel een kunstvorm die op het platteland wordt bedreven, de grote steden die Frankrijk toen ook al kenden, komen er niet aan te pas. Parijs kent zelfs geen bewijs van de romaanse tijd. Wat dat betreft is deze eerste expositie over de bewuste periode een inhaalslag die tien eeuwen heeft geduurd.

De kloosterorden hebben hun abdijen en kerken in vruchtbare, soms vrijwel onbewoonde streken gebouwd. De reden hiervoor kan gezocht worden in het feit dat de steden niet altijd bescherming boden tegen binnenvallende troepen: Hongaren, Vikingen (die de Seine tot Parijs opvoeren om daar voor een schrikbewind te zorgen) en de Saracenen bestreden in de eerste plaats de politieke en economische machtsbolwerken.

De nieuwbakken kloosterlingen hadden als voornaamste zorg het vinden van een bron, die is dan ook altijd in de buurt. Veel kloosters ontleenden er ook hun naam aan, talloos zijn de plaatsen als Fontfroide, Fontdouce en Fontevraud. De meeste kloosters waren wat hun voedselvoorziening betrof geheel op zich zelf aangewezen. Ze stonden en staan in verre gewesten als de Bourgogne, Normandië waar van meet af aan contacten worden onderhouden met de Normandische edelen die de reis naar Engeland ondernemen (waar in 1066 Koning Harold wordt verslagen om de weg vrij te maken voor Normandische overheersing), de Poitou en de Limousin en de Languedoc, waar de huidige grens met Spanje tot vlakbij de met sneeuw bedekte bergtoppen ligt. De kloosters vormen soms op de flanken van deze bergen kleine dorpen waar de middenstand van kleine burgers afhankelijk wordt van de aan de kloosters geboden diensten. In de tijd van het romaans was Sint Michiel een populaire heilige, menige abdij werd dan ook naar hem genoemd: de Mont-Saint-Michel in Normandië, de Saint-Michel-de-Cuxa en de Saint-Michel du Canigou (op de gelijknamige berg in de Pyreneeën). In de Bourgogne zijn de namen nog beroemder: het benedictijnse Cluny wordt al in 910 gesticht, het cisterciënse Citeaux in 1098, Vézelay en Autun in dezelfde tijd. In het diepe zuiden liggen het verstopte Conques (dat nog altijd een onwaarschijnlijk fraaie kerkschat bezit) en het beeldenrijke Moissac, niet ver van Toulouse. Van alle ordes hebben de Cisterciënsers de meest vergaande opvattingen over de kloosterarchitectuur: zij bouwen hun liturgische ruimte louter uit licht, dat nogal eens met simpelheid wordt verward.

Op de expositie in het Louvre liggen twee 'getuigstukken' van het feit dat de Cisterciënsers een grote mate van intellectualiteit beschikte, zoals te zien is aan een uit 1109 daterende bijbel en een manuscript dat deel uitmaakt van de zogeheten Moralia in Job, eveneens uit de eerste jaren van de 12de eeuw.

Beide boeken, die met grote toewijding gemaakt lijken te zijn, brengen voorstellingen waarvoor pogingen worden aangewend om de rijk gedetailleerde figuren zo naturalistisch mogelijk weer te geven.

De grote productie aan manuscripten, de bouwwoede van de orden die elkaar soms duchtig wilden beconcurreren en de grote productie aan met de bouwkunst verbonden versieringen (kapitelen, vensters) laten onverlet dat er geen eenduidige stijl is ontstaan.

Per orde worden kloosters volgens een vaststaand plan gebouwd en georganiseerd, maar er zijn zeker verschillen tussen bijvoorbeeld Benedictijnen en Cisterciënsers. In sommige streken echoot de invloed van het Karolingisch en zelfs het Byzantijns nog door, terwijl in Normandië en het noorden het Karolingisch zich met het Angelsaksisch verweeft.

Op een heel ander niveau raken stijlkenmerken verspreid: kloosters die langs een pelgrimstocht liggen (de verschillende routes die naar Santiago de Compostella leiden bijvoorbeeld) krijgen bezoekers die de islam in de ogen hebben gezien.

Anderzijds spelen de vroegste kruistochten (1096-1099) naar het bedreigde Heiligland een bijzondere rol. Voor de talloze relikwieën die in Constantinopel en Klein-Azië worden buitgemaakt zijn reliekhouders nodig die met prachtige stenen of met geëmailleerde vormen worden bekleed.

Langzaam groeit de kerk uit tot een culturele machtsfactor die nog lang geen burgerlijke equivalent heeft. Nog ontbreekt de verhevenheid, het boven de mensheid uit reiken naar het hemelse dat zo'n wezenlijk element van de gotiek wordt, maar de kerk staat nog dicht bij de gewone man. Al was het alleen maar door de schaalverhoudingen, de wereldse maat die voor de romaanse mens niet verder reikte dan de plaats of de streek waar hij was geboren en zijn leven lang zou blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden