Religieuze hetze om de macht in India

De haatcampagne van fanatieke hindoes in India heeft oude wortels die hun voedsel halen uit de koloniale geschiedenis, schrijft ontwikkelingseconoom dr Piet Terhal. Van de gedachtenis van de zestiende-eeuwse missionaris Franciscus Xaverius tot de onlangs vermoorde zendeling Graham Staines loopt in de beleving van sommige Indiërs een ongebroken lijn van westerse minachting voor hun eigen hindoespiritualiteit.

India met zijn bijna een miljard inwoners is van alle landen in de Derde Wereld nog een van de meest democratische. Het land worstelt echter wel met grote problemen van armoede en ongelijkheid. Opmerkelijk genoeg ging het er altijd nog min of meer tolerant aan toe. Maar steeds vaker rijzen ernstige conflicten tussen bevolkingsgroepen, waarbij godsdienst wordt ingezet voor machtspolitiek.

Recente gewelddadigheden tegen christenen in bepaalde delen van India (Gujarat, Orissa) staan in de context van meer algemene schendingen van de mensenrechten in dit land. Ongeveer een derde deel van de bevolking mist effectief het recht op een menswaardig bestaan. In hun verzet tegen het heersende systeem laten vele kasteloze burgers jaar na jaar het leven in moordpartijen, opgezet door knokploegen in dienst van de bezittende klasse, veelal met oogluikende toestemming van de plaatselijke politie en politici.

Het geweld tegen de relatief zeer kleine christelijke minderheid (nauwelijks twee procent) verdient echter bijzondere aandacht wegens de politieke achtergronden die typisch zijn voor het moderne India. Christelijke kerken zijn beschadigd of in brand gestoken, afbeeldingen vernield of besmeurd, er zijn agressieve massa-demonstraties met haatdragende leuzes tegen christelijke zendingsijver. Christenen worden geintimideerd en afgeschilderd als vijanden van het land. Eerder dit jaar werd de Australische zendeling Graham Staines met zijn twee zoontjes in een afgelegen dorp gruwelijk vermoord.

Er is ongetwijfeld sprake van een systematische hetze tegen christenen, al is de groep van actief-betrokkenen naar verhouding maar klein. De hetze van het moment hangt waarschijnlijk samen met een machtsstrijd in de Indiase nationalistische partij, de BJP, de grootste partner binnen de zittende regeringscoalitie. Deze BJP is in enkele jaren uitgegroeid tot een van de belangrijkste partijen. Haar aantrekkingkracht komt voort uit haar sterk nationalistische signatuur. Ze legt de nadruk op India's eigenheid ten opzichte van het buitenland: India moet zich economisch minder afhankelijk maken van het buitenland. Zo speelt de BJP in op gevoelens van onzekerheid en onveiligheid die de liberalisering bij velen oproept.

De ondergrondse kernproef in mei 1998 paste perfect in dit beeld van een sterk en onafhankelijk India. Ook op het gebied van de religie - vinden velen - moet India meer 'zichzelf' zijn. De BJP heeft sterke banden met de Hindutva-beweging, die van India een hindoe-staat wil maken (ongeveer tachtig procent van de bevolking is hindoe).

Maar hiermee heeft de BJP wel een kolossaal politiek dilemma: de grondwet erkent volledige godsdienstvrijheid. Dat is de militante hindoe-fundamentalisten een doorn in het oog. Aan de ene kant kan de BJP de band met de fundamentalisten niet verbreken zonder als partij te desintegreren, aan de andere kant is de BJP als regeringspartij aan de grondwet gebonden; de coalitiepartners wantrouwen de bedoelingen van deze partij op het punt van de vrijheid van godsdienst. Door eigengereide en gewelddadige acties proberen de extremisten in de Hindutva-beweging hun zin door te drijven en het dilemma van de partij in hun voordeel te beslechten.

Een vergelijking dringt zich op met de verwoesting in 1992 van de Babri Masjhid, een moskee in Ayodhya, in het Noorden van India. Het was een gewelddadige actie van hindoefanatici, toen gericht tegen de moslimbevolking. Dit vertoon van militant hindoeïsme zou de electorale prestatie van de BJP bij de daarop volgende verkiezingen hebben geholpen. In de Indiase politiek lijken sindsdien alle middelen toegestaan.

De moord op de Australische zendeling, die een groot deel van zijn leven in India had gewerkt onder de melaatsen, bracht in India een schok teweeg en leidde tot algemeen diep afgrijzen, ook buiten India. Velen realiseren zich het grote gevaar voor de hele Indiase samenleving, als niet krachtdadig en vastberaden tegen deze misdaden wordt opgetreden.

Voor christenen is er nog een andere dimensie aan deze moord. Er komt bij hen het vage maar pijnlijke vermoeden op dat de haat en onverzoenlijkheid van sommige hindoes jegens hen oeroude wortels hebben van vervreemding en minachting.

Toen Franciscus Xaverius in de zestiende eeuw naar India kwam en er het evangelie predikte, beschouwde hij het hindoeïsme als afgoderij, werk van de duivel. Bekering was het redden van zielen uit de macht van de duivel. Weliswaar is de houding van kerk en christendom in de loop van de eeuwen drastisch veranderd. Talrijke christenen hebben op vaak grootse en onbaatzuchtige wijze in de Indiase samenleving gediend in onderwijs en gezondheidszorg. Ook de geloofsijver sloeg een andere richting in en er is meer respect voor de geestelijk rijkdom van het hindoeisme. Tegelijk was het christendom altijd de godsdienst van de kolonisator. Goed en kwaad zijn in de verhouding tussen christendom en hindoeïsme op een onontwarbare wijze met elkaar verstrengeld geraakt, getuige de koloniale en neokoloniale arrogantie van vele christenen enerzijds, en de verdiensten van vele christenen voor de opbouw van een onafhankelijk India anderzijds.

De onafhankelijkheid heeft aan de ongelijkheid echter geen eind gemaakt. Veel Indiërs zijn extra gevoelig voor nationalistische sentimenten, juist in een periode dat India het aanvankelijk gekozen gesloten ontwikkelingsmodel moest gaan verlaten en zich bloot moest gaan stellen aan een door westerse bedrijven beheerste wereldeconomie.

De moord op de Australische zendeling geeft te denken over de lange geschiedenis van vernederende collectieve ervaringen voor de Indiase samenleving, juist op het punt dat in India zo zwaar telt: de eigen geestelijke identiteit. Misschien bestaat er in de verhouding tussen groepen mensen een zelfde psychologisch mechanisme, zoals zich dat voordoet tussen individuele mensen: wie als duivel wordt benaderd, gaat zich als duivel gedragen. Het duivelse karakter van die volstrekt verwerpelijke moord roept onontkoombare vragen op over gelijkwaardigheid in het gesprek tussen christendom en hindoeïsme.

Belangrijker dan een theologisch debat is de concrete samenwerking tussen hindoes en christenen voor de leniging van de noden. De vele tientallen zo niet honderden miljoenen mensen in een volstrekt mensonwaardig bestaan vormen een niet te dulden schande voor het land. Naast de bijdrage van christenen aan de Indiase ontwikkeling zijn er ook krachtige bewegingen die zich door het hindoeïsme laten inspireren. Een daarvan is de Swadhyaya beweging, die wel beschreven wordt als een 'stille revolutie' in meer dan honderdduizend Indiase dorpen. Ze probeert de spiritualiteit van de Gita en de Upanishaden opnieuw tot leven te wekken, met centrale waarden als bewustwording van eigen waardigheid en de fundamentele gelijkwaardigheid en verbondenheid van alle mensen. De beweging is absoluut niet sectarisch en heeft al opmerkelijke resultaten geboekt.

Zo tekenen zich de contouren af van een alternatief voor de materialistische vooruitgangsideologie die ook India bedreigt. India's spirituele energie is er niet om opgesloten te blijven in zichzelf, of - wat erger is - te worden ingezet in interreligieuze hetzes. Zij is in potentie een formidabele bron voor ontwikkeling en emancipatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden