Religieus evenwicht Indonesie in gevaar

Dit is de tweede en laatste aflevering van 'de islam in Indonesië'. Het eerste deel verscheen op 23 maart.

Wahid (55) is de leider van de Nahdatul Ulama (Opstanding der Schriftgeleerden) met dertig miljoen leden de grootste sociaal-religieuze moslimorganisatie van Indonesië én van de hele moslimwereld. Opgericht in 1926 houdt de NU zich bezig met islamitische zending en moslim-onderwijs, maar ook met de bouw van scholen en ziekenhuizen, het opzetten van lokale gezondheidsprojecten en met hulp aan armen.

Haar voorman, een kleine gezette Javaan, heeft niet alleen grote invloed op het godsdienstige leven in zijn land, maar speelt tevens een belangrijke, ofschoon informele rol op politiek terrein. Dit ondanks het feit dat de NU zich in 1984 van het partijpolitieke toneel heeft teruggetrokken.

Gedwongen

Wahid: “Hoewel Soeharto in het kader van de Nieuwe Orde de islam heeft gedepolitiseerd - de PPP, de Eenheidspartij voor Ontwikkeling waarin de islamitische partijen in 1971 gedwongen opgingen, is formeel niet-islamitisch - moet de president bij zijn beleid wel degelijk rekening houden met de islamitische beweging. En daarvan vormen wij een belangrijk onderdeel.” Als religieuze instelling bezit de Nahdatul Ulama daarom indirekt veel politieke invloed.

Naar het 'hoe' gevraagd, zegt Wahid glimlachend: “Soeharto heeft het gezag, maar wij hebben de kiezers.” Als de NU aan regeringsmaatregelen haar steun onthoudt, wordt het voor de overheid moeilijk desondanks haar zin door te drukken.

Wahid heeft in het verleden niet geaarzeld van die macht gebruik te maken. Dit was de voornaamste reden, waarom hij de laatste keer slechts met een nipte meerderheid als voorzitter van de Nahdatul Ulama werd herkozen. Soeharto wist de 'buitengewesten' zover te krijgen, dat zij steun gaven aan de kandidaat, die de regering naar voren schoof. De Javaanse thuisbasis van de NU bleef echter achter zijn geestelijk leider staan en stemde massaal voor Wahid.

Traditionalisten

In het bescheiden hoofdkwartier van zijn organisatie aan de drukke Jalan Selamba Raya legt Abdurahman Wahid uit dat de NU orthodox is in de manier waarop de islam moet worden beleefd, maar progressief in de wijze waarop men tegen de samenleving aankijkt. “We zijn traditionalisten waar het de leer van de Profeet en het vervullen van de religieuze plichten aangaat, maar modernisten op het maatschappelijk vlak. Zo zijn we voor technologische vooruitgang, vinden we dat vrouwen een gelijkwaardiger plaats in de samenleving toekomt, en staan we achter het regeringsprogram ter beperking van het aantal geboortes in ons land.”

Wahid vindt dat de NU 'en trouwens de hele islam', moeten opkomen voor de 'stemlozen', voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Ook in Indonesië blijken zij de kinderen van de rekening. In een land waar elk sociaal vangnet ontbreekt, lijden zij zonder verdoving aan de gevolgen van technologisering en modernisatie. “De overheid dient zich hun lot aan te trekken. En als ze dit verzuimt moeten wij haar daarop attenderen. Anders kunnen we ons beter niet langer islamitisch noemen. Wat dat betreft, kunnen we leren van het christendom: van uitspraken door de Wereldraad van kerken en de sociale encyclieken.”

Wahid vindt dat 'zeker in dit land' islam en staat strikt gescheiden dienen te blijven. “De islam moet anderen niet zijn geloof opdringen. Dat is in strijd met de goddelijke wet. Wij dienen juist samen met andere religies te proberen de wereld, waarin we leven, in positieve zin te hervormen.”

Wahid veroordeelt elke vorm van religieus fanatisme - “ik put mijn spirituele inspiratie uit de woorden van de Profeet, maar ook uit de symfonieën van Beethoven; ik lees de Koran, maar ook Das Kapital”.

Moslimextremisten in Egypte die bussen met westerse toeristen beschieten, zijn in de ogen van Wahid 'geen haar beter dan moordzuchtige protestanten of katholieken in Ulster'. “Zich islamitisch noemende Pakistani die te hoop lopen tegen onschuldige christenen, deugen evenmin als de Servisch-orthodoxen, die oproepen tot een heilige oorlog tegen de moslims in Bosnië-Hercegovina. Hetzelfde geldt voor de Iraanse leiders die het doodvonnis uitspraken over Salman Rushdie. Versta me goed, ik haat die schrijver vanwege de manier waarop hij de islamitische waarden door het slijk haalt. Maar daarom heeft hij nog wel recht op een eerlijk proces. Aan ons de taak de moslimwereld hierop te wijzen.”

Verbitteren

Hoewel het aantal extreme moslims in Indonesië niet groot is, acht Wahid het zeker niet uitgesloten, dat ook hier het moslimextremisme de kop op steekt. “Als de overheid blijft weigeren sociale gerechtigheid en democratie hoog op haar politieke agenda te zetten, zal dit veel moslimjongeren verbitteren en radicaliseren. Het gevaar is dan zeer reëel, dat dit gaat leiden tot gewelddadige onrust als in Algerije. De onlusten in Jakarta (1984), Lampoeng (1989) en op Atjeh (1989-'93) zijn evenzovele tekenen aan de wand.”

De overheid treedt regelmatig repressief op. Bijvoorbeeld drie weken geleden tegen het Informatiecentrum en actie-netwerk voor hervormingen, Pijjar, waar studenten elkaar plachten te treffen om te discussiëren over democratisering. Of tegen het kritische parlementslid Sri Bintang Pamoengkas, die onder regeringsdruk uit de PPP werd gezet. Wahid ziet het als het gooien van olie op een toch al gevaarlijk opvlammend vuur.

De moslimleider vindt anderzijds dat Soeharto te veel toegeeft aan hen die het land willen islamiseren. “Bapa president denkt dat hij de tijger van de militante islam ongestraft kan berijden. Hij denkt, dat hij de diverse machtsgroepen - het leger, de 'traditionalistische' moslimintellectuelen van de ICMI, militante moskee-verenigingen - tegen elkaar kan blijven uitspelen. De vraag is echter voor hoelang nog?”

“Door naar het 'fundamentalisme' neigende moslims toe te laten tot het officierskorps en tot de hoogste rangen van de ambtenarij, door hen zelfs tot minister te benoemen - neem meneer Habibie van technologie - ondermijnt hij zijn eigen positie en die van de gematigde krachten in het land. Met dit beleid moedigt Soeharto onbedoeld militante moslims aan en lokt hij religieuze spanningen uit.”

Wahid: “Als je de eenheidsideologie van de Pancasila zou afschaffen en vervangen door de shari'a, de islamitische wetgeving, zou dat de eenheidsstaat in gevaar brengen. De Pancasila is niet voor niets een compromis. Verbreek je de balans, dan komt de chaos in zicht. En dat is wel het laatste waar we op zitten te wachten.”

Wahid begrijpt de bezorgdheid in christelijke kring, nu er op Java kerken in brand zijn gestoken, voorgangers door lokale moslim-ambtenaren worden dwarsgezeten en de christelijke hoofdredacteur van het blad Monitor het gevang in draaide na pressie van radicale moslims. (Bij een populariteitstest van de redactie eindigde Mohammed op plaats elf).

Overreactie

“De christenen moeten goed begrijpen dat zeker niet alle moslims gek zijn geworden. Mensen van het verbond van moslimintellectuelen (ICMI) willen alles islamiseren. Maar de meerderheid van de bevolking zal dit beletten. De niet-moslims moeten niet overreageren. Alle gematigde krachten in het religieuze veld moeten elkaar blijven vasthouden. Dat is het beste.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden