’Religiecanon is nuttiger dan inburgeren’

Naturalisatiedag. Volgens professor De Vries helpt religiekennis meer dan inburgeren. (Trouw) Beeld
Naturalisatiedag. Volgens professor De Vries helpt religiekennis meer dan inburgeren. (Trouw)

Er zijn al vele canons, maar er is beslist behoefte aan nóg een, vindt hoogleraar filosofie Hent de Vries: de religieuze canon. „Er zijn religieuze feiten die voor iedereen in de maatschappij van belang zijn om te weten.”

Het is tijd voor een brede religieuze canon, te gebruiken in het onderwijs en door beleidsmakers. Niet een korte samenvatting van de Nederlandse kerkgeschiedenis, maar een brede ’opening van allen naar allen, inclusief degene die religie verwerpen’.

Dat stelt Hent de Vries, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en de Johns Hopkins University in Baltimore. De Vries is ook voorzitter van het programma The Future of the Religious Past van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Afgelopen week brak De Vries op een debatavond over ’Religie en Beleid’ in Amsterdam een lans voor een religieuze canon. Hij is hiermee niet de eerste, al gaan zijn ideeën wel veel verder dan die van zijn voorgangers.

Het oecumenische opinieblad VolZin vond in 2007 dat het, na een bètawetenschappelijke en een geschiedkundige canon, tijd was voor een religieuze canon. Vijfentwintig ’vensters’ werden samengesteld, te beginnen bij Bischop Servaes en eindigend met het rapport over ontkerkelijking in Nederland van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2006. Hierna volgde ook een bundel artikelen over deze vensters. De publieke discussie was aangezwengeld, debatavonden werden georganiseerd, maar een onderwijskundig vervolg kwam er niet.

Er was ook kritiek op de vijfentwintig vensters, samengesteld uit lijstjes die waren ingezonden door de leden van de Vereniging Nederlandse Kerkgeschiedenis. De vensters zouden te theologisch zijn, te protestants en te weinig gefocust op de religieuze ervaring van de gewone gelovigen.

Hent de Vries denkt dat het beter kan. „Het moet geen samenvatting van de Nederlandse kerkgeschiedenis worden, maar het moet alles bevatten wat relevant is voor het Nederland van de 21ste eeuw.” Het zou, volgens De Vries, een ’opening van allen naar allen’ moeten zijn, „inclusief degenen die religie verwerpen, want religiekritiek, atheïsme, en humanisme zouden er natuurlijk integraal deel van uit moeten maken.” Liefst ziet De Vries de canon vormgegeven rond thema’s die vanuit de verschillende religieuze en levensbeschouwlijke kanten belicht kunnen worden, en niet zozeer met vensters, plaatsnamen en jaartallen.

Zo’n religieuze canon, samengesteld door een commissie van godsdienstwetenschappers en mensen uit de religieuze praktijk, gaat verder dan kerkgeschiedenis en kan gaan over zaken als internetreligie, interreligieuze dialoog en de recente discussies over de scheiding van kerk en staat. Het zou, volgens De Vries, met name gebruikt moeten worden op scholen en het liefst in boekvorm verschijnen voor elke geïnteresseerde Nederlander, in het bijzonder beleidsmedewerkers, politici en onderwijzers.

Ook zonder een religieuze canon is er al veel aandacht voor religie op scholen. Nu biedt twee derde van de Nederlandse middelbare scholen religieus of levensbeschouwelijk onderwijs aan. Volgens Taco Visser, voorzitter van de Vereniging Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst, zijn dit vooral de bijzondere scholen, maar ook een enkele openbare school. Deze lessen worden, volgens hem, over het algemeen breed en steeds meer humanistisch ingevuld. Slechts een kleine minderheid focust sterk op de eigen, vaak gereformeerde of reformatorische religieuze traditie. Onder openbare scholen ziet Visser een trend om de school niet meer ’neutraal’ maar ’actief pluriform’ te profileren. Het gaat daarbij niet om het aanbieden van een religieus of levensbeschouwelijk vak, maar om tijdelijke projectweken rond diversiteit en religie.

Religieus en levensbeschouwelijk onderwijs op openbare en bijzondere scholen staat al langer in de publieke en politieke belangstelling, maar een standaardisatie in de vorm van een canon is nieuw.

Volgens Hent de Vries is dit wenselijk om dezelfde redenen die gelden voor de bètawetenschappelijke en de geschiedkundige canon: er zijn nu eenmaal religieuze feiten die voor iedereen in de Nederlandse maatschappij, ongeacht religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond, van belang zijn om te weten.

Het voorstel om te komen tot een religieuze canon is volgens De Vries ook een reactie op een stelling van een hoge ambtenaar van het ministerie van justitie. Die zei vorige week tijdens het debat met De Vries in Amsterdam dat hij best beleid over religie kan maken zonder hulp van godsdienstwetenschappers. Hun onderzoeken zouden vaak onbruikbaar zijn en te lang duren om er problemen mee op te lossen.

Volgens hoogleraar De Vries zou een canon dit probleem kunnen ondervangen door mensen al vroeg via het onderwijs toe te rusten met een breed religieus kader.

Daarnaast, zegt De Vries, is religie zo’n belangrijke kracht in de samenleving dat ’een religiecanon een effectiever – want breder gedragen – instrument kan vormen dan, bijvoorbeeld, inburgeringscursussen’. Religieuze elementen lenen zich volgens hem ’op een nieuwe en vaak verrassende wijze voor consensus en grotere creativiteit’.

Onderwijsman Taco Visser is sceptischer over het nut van een religieuze canon. „Het zal, net als bij andere standaardiseringspogingen in het onderwijs, alleen maar een Pavlov-reactie opleveren”, zegt hij. Sinds 2007 kunnen scholen ervoor kiezen om de vakken godsdienst en levensbeschouwing als schoolexamenvakken aan te bieden. Er was toen de keuze tussen werken met een verplicht gestandaardiseerd examenkader of een document waarin elke docent zelf accenten kan leggen. Al snel bleken de meeste docenten te kiezen voor dat laatste. Zij willen, zeker voor godsdienst en levensbeschouwing, geen verplichte norm.

Hoe lastig het is een verplichte canon in het onderwijs in te voeren, bleek eerder dit jaar. Toen werd besloten het advies van de Raad van State op te volgen om de geschiedkundige canon niet te verplichten, omdat dit afbreuk zou doen aan de autonomie van de scholen.

Volgens Hent de Vries hoeft een religieuze canon ook niet verplicht te worden. Hij denkt dat een brede en goede canon zijn eigen nut zal bewijzen en onmisbaar zal blijken.

Lees hier het stuk van Hent de Vries: 'Diep pragmatisme: wat de geesteswetenschappers aan beleidsmakers nog steeds, vooralsnog en misschien wel meer dan ooit tevoren te bieden hebben'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden