’Religie is miskend in denken over ontwikkeling’

Samenwerking met charismatische kerken in het Zuiden moet je niet afkeuren, maar omarmen, vindt Gerrie ter Haar. De Mexicaanse Primitive Christian Church is zo¿n kerk. (FOTO AP) Beeld AP
Samenwerking met charismatische kerken in het Zuiden moet je niet afkeuren, maar omarmen, vindt Gerrie ter Haar. De Mexicaanse Primitive Christian Church is zo¿n kerk. (FOTO AP)Beeld AP

De onzienlijke wereld is van onschatbaar belang bij de ontwikkeling van niet-westerse landen. Toch is die factor schromelijk verwaarloosd, zegt hoogleraar Gerrie ter Haar. „Ik hoef het niet te geloven, als het maar werkt.”

Ontwikkelingswerkers zijn religieuzer dan ze zelf denken. Dat zegt professor Gerrie ter Haar bij het tienjarig jubileum van de leerstoel Religie en Ontwikkeling van het Institute for Social Studies (ISS).

Het idee dat er een perfecte wereld komt heeft zijn oorsprong in de christelijke traditie, betoogt ze. „Het koninkrijk Gods is verplaatst van de hemel naar de aarde, en niet God maar wijzelf zullen het tot stand brengen. Terwijl in veel landen waarop de ontwikkelingssamenwerking zich richt, mensen imperfectie accepteren op grond van hun wereldbeeld. Het kwaad zal er altijd zijn, je hoeft het niet uit te roeien. Je moet alleen een balans zoeken waarin het kwaad niet de overhand krijgt.”

De godsdienstwetenschapper en bekleder van de leerstoel heeft het de afgelopen tien jaar tot haar missie gemaakt het onderwerp religie op de agenda te zetten, zowel binnen als buiten het Haagse ontwikkelingsinstituut ISS. Omdat religie volgens haar een cruciale factor is in ontwikkeling. Zowel in het denken over wat ontwikkeling is, als in de ontwikkelingspraktijk.

Sinds de oprichting van de leerstoel heeft dit besef aan terrein gewonnen. Het ministerie van buitenlandse zaken richtte in 2005, met toenmalig minister van ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne, het Kennisforum Religie en Ontwikkeling op. Hierin onderzoeken beleidsmedewerkers, wetenschappers en vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties de rol van religie binnen het onderwijs en de gezondheidszorg, en bij het tot stand komen van vrede. Ook hebben verschillende NGO’s, waaronder ontwikkelingsorganisaties ICCO en Cordaid zich verenigd in het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling.

Maar werkelijk een verandering in denken en doen teweegbrengen in de geseculariseerde ontwikkelingswereld, blijft volgens Ter Haar een langzaam proces. Van een door de overheid betaald meerjarig onderzoeksprogramma naar religie en ontwikkeling, zoals in Engeland loopt, kan ze alleen maar dromen. Ze vergelijkt het met een olietanker op zee: die kan niet zomaar zijn koers wijzigen.

„In het ontwikkelingsdenken heerste lange tijd het idee dat modernisering uiteindelijk tot secularisering zou leiden, omdat dit bij ons het geval is geweest. Aan religie hoefde daarom geen aandacht te worden besteed, want dat zou vanzelf verdwijnen als factor van belang. Maar de institutionele scheiding tussen kerk en staat is heel specifiek verbonden met onze eigen geschiedenis. De Verlichting is geen natuurverschijnsel. In veel landen is religie altijd een aspect van bestuur geweest.”

De aanslagen van elf september en daarna, hebben volgens Ter Haar duidelijk gemaakt dat ook een opleving van religie een antwoord kan zijn op modernisering. Religie staat nu volop in de aandacht, maar in het huidige debat vooral op een negatieve manier, constateert de professor.

Ze pleit ervoor ook te kijken welke positieve mogelijkheden religie biedt. „Als godsdienstwetenschapper zie ik religie als een menselijk product. Mensen kunnen het voor goede en voor kwade dingen gebruiken.” Ze vergelijkt het met de economie. „Krachten binnen de economie zijn gebruikt voor zelfverrijking en corruptie, met de economische crisis tot gevolg. Maar we zeggen niet dat we ons verre van economie moeten houden. Waarom zouden we die conclusie bij religie wel trekken?”

Om daadwerkelijk duurzame ontwikkeling te bereiken, moeten we het idee loslaten dat andere landen zich net zoals wij zullen ontwikkelen, meent Ter Haar. „Duurzame ontwikkeling moet gebaseerd zijn op een wereldbeeld dat ontleend wordt aan de eigen geschiedenis. Bij mensen in ontwikkelingslanden maakt de ’onzienlijke wereld’ vaak deel uit van dit wereldbeeld.”

Goed begrip van wat religie voor die mensen betekent, is volgens Ter Haar daarom noodzakelijk. Ook omdat religie wat anders betekent dan bij ons. „In Nederland gebruiken we godsdienst vaak als synoniem voor religie. Maar dat is een exclusieve opvatting van religie, die voortkomt uit het monotheïsme. In veel andere delen van de wereld gaat het niet om een dienst aan één god, maar is er sprake van een universum vol krachten.”

De communicatie en relaties met wezens in die onzienlijke wereld zijn van belang voor je welzijn en welvaart, zegt Ter Haar. „Zo gelooft men in Afrika, het continent waar de meeste ontwikkelingssamenwerking zich op richt, vaak dat verstoorde relaties met een voorouder je ziek kunnen maken. Om beter te worden moet je die relatie herstellen. Je hebt dus zelf invloed op je genezingsproces.” Het idee dat voor veel mensen materiële ontwikkeling hand in hand gaat met spirituele ontwikkeling is volgens Ter Haar een belangrijk gegeven voor ontwikkelingssamenwerking.

„Je ziet in Afrika en Latijns-Amerika een opkomst van zelfstandige charismatische kerken. Waarom spreekt dit zoveel mensen aan? Die kerken zijn ook bezig met ontwikkeling, maar op een andere manier. Ze zetten hier hun religieuze overtuiging vol voor in: namelijk het geloof dat je je leven drastisch kunt veranderen, met behulp van God. Dat idee sluit aan bij traditionele opvattingen over hoe je met je eigen gedrag de onzienlijke wereld kunt beïnvloeden.”

De samenwerking met deze charismatische kerken afkeuren, op grond van bepaalde ideeën, is volgens Ter Haar het kind met het badwater weggooien. „Het zou beter zijn als we accepteren dat er meerdere wegen naar een doel kunnen leiden. En dan slaan we af en toe een bruggetje tussen de seculiere en religieuze weg.”

Zo was zij na de burgeroorlog in Liberia met een missie van mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Op de bonnefooi ging de voormalig mensenrechtenactiviste op bezoek bij een nieuwe charismatische beweging. „Er waren duizenden mensen bijeen onder een simpel dak. Als enige blanke kreeg ik meteen de microfoon in mijn handen om te vertellen wat ik daar deed. Wat een kans: je mag voor duizenden mensen je mensenrechtenevangelie verkondigen. Je moet wel een gaatje in je hoofd hebben dat niet te doen. Je hoeft elkaar niet lief te hebben om samen te werken.”

Ter Haar pleit voor een pragmatische houding bij ontwikkelingssamenwerking. „Het doel heiligt niet alle middelen, maar er is geen reden waarom spirituele middelen het doel niet mogen heiligen. Zolang ze niet crimineel zijn.” Als voorbeeld noemt ze heksenvervolgingen in Zuid-Afrika. Een van de dingen die aan heksen toegeschreven worden, is blikseminslag. „Maar blikseminslag komt nu eenmaal veel voor, doordat mensen veel in het open veld zijn en niet geloven in bliksemafleiders. Stel dat een kerk zegt: laten we ons beschermen door een symbool van Christus op ons huis te zetten. Als daardoor iedereen een bliksemafleider in de vorm van een kruis op het dak zet, vind ik het een goed idee. Ik hoef het niet te geloven, als het maar werkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden