Review

Religie is bijna onzichtbaar

Terwijl het publiek massaal oude kerken bezoekt, in musea eeuwenoude christelijk geïnspireerde schilderijen bewondert en verzamelaars voor oude kerkschatten een fortuin betalen, is het hedendaagse christendom bijna onzichtbaar.

Kerken steken nog amper boven woonhuizen uit, dominees en priesters gaan in spijkerbroek gekleed, symbolen als kruisen en vissen hebben hun specifiek christelijke betekenis verloren.

Religie heeft een marginale positie gekregen in de westerse wereld en de aanhangers lijken zich aan die positie te conformeren door zo min mogelijk op te vallen. Maar weg is religie allerminst. Wie goed kijkt, ziet de nieuwe, veel bescheidener beeldtaal van het geloof op talloze plekken opduiken.

Deze conclusie valt te trekken uit de tentoonstelling De God van Nederland in het Museum Catharijneconvent. Dit museum toont meestal kunstschatten uit de oude christelijke cultuur, maar heeft nu een tentoonstelling met het moderne medium fotografie over het hedendaags christendom ingericht. Hoe ziet de God van Nederland er tegenwoordig uit, was de vraag die het museum enkele fotografen meegaf.

De fotografen hebben ieder op eigen wijze een antwoord gezocht op het wie, wat, waar en hoe van het hedendaagse kerkleven. Zo onderzocht Maurice Scheltens de christelijke symboliek in esthetisch vormgegeven stillevens. Hoewel deze geënsceneerde foto's soms gekunsteld uitpakken (een spijkerbroek in kruisvorm gevouwen), zijn er ook zeer geslaagde beelden bij. De pepermuntjes die in kruisvorm uit een schoteltje waaieren, zijn een prachtige vondst, die oude en nieuwe symboliek verbindt.

Het fotografenduo Anuschka Blommers en Niels Schumm laat zien hoe subtiel en bijna onzichtbaar gezagsdragers van het christendom zich tegenwoordig vermommen. De toga's, kazuifels en mijters hebben plaats gemaakt voor mantelpakjes, colbertjes en stropdassen. De speld aan de kraag is het enige waaraan de functie van Majoor Bosshardt van het Leger des Heils te herkennen is. De in een ijdele pose neergezette Antoine Bodar heeft ook alleen een afwijkend kraagje. André Rouvoet draagt gewoon een stropdas en pastor Ibrahim Abarshi een zwart colbertje. Kerkelijke gezagsdragers lijken zich zo min mogelijk te willen onderscheiden van andere mensen, kijk maar naar lichting 2006 van Seminarie De Tiltenberg. (Zie pagina 13). Zelfs de vrolijke streepjes van de vrijgemaakte predikant Haitse Sjoerd Wiersma en zijn vrouw zijn vooral gewoon gezellig. (Zie pagina 8 en 9).

De portretten van het fotografenduo zijn over het algemeen sober, naar binnen gekeerd en verre van uitnodigend. De toeschouwer kijkt naar de geportretteerden als naar een vreemde diersoort, waarmee geen contact te maken is. De enige foto die nieuwsgierigheid naar de persoonlijkheid oproept, is die van abt Mathijsen, die in zijn lange pij met zijn rug naar de kijker gekeerd staat.

’Niet opvallen’, lijkt de boodschap die architecten van moderne kerkgebouwen meekrijgen. Deed een middeleeuwse gemeente er alles aan om de kerktoren van het buurdorp te overtreffen, moderne kerkgebouwen lijken verwikkeld in een wedstrijd, wie het meest karakterloze, steriele gebouw heeft.

Maar dat is slechts de materiële buitenkant, laat Gertjan Kocken zien. Tegenover de pracht en praal van de oudere Amsterdamse kerken die hij fotografeerde, zet hij bijvoorbeeld de sobere nieuwbouw van de gereformeerde Pauwenburg in Lelystad en de kapel van de monniken van Sint-Benedictus, waar de ruimte en stilte uitnodigen tot contemplatie. Het nederigste vertrek is het kamertje aan de Uiterwaardenstraat in Amsterdam, waar ’Maria van Alle Volkeren’ 56 maal verscheen aan Ida Peerdeman. Op dit gewoonste plekje van allemaal vond het opmerkelijkste mysterie plaats. (Zie pagina 15).

Maar wie zijn de bewoners van dit christelijk universum? Kunnen we hen nog herkennen aan zwarte kousen of zondags pak of hebben ook zij zich aangepast aan de hedendaagse onzichtbaarheid van het christendom?

Het werk van fotograaf Ari Versluis en styliste Ellie Uyttenbroek laat een verrassende uitkomst zien. Door representanten van leeftijdsgroepen bij elkaar te zetten, blijkt er toch een soort uniform te zijn voor christelijke groeperingen: communicantjes, reli-jongeren, kleurrijke Surinaamse en Antilliaanse vrouwen, EO-meisjes, oudere dames, die je feilloos herkent als de koffieschenksters na afloop van de dienst: ze gaan gekleed in herkenbaar tenue. (Zie cover).

Al met al is deze tentoonstelling een aanmoediging om beter te kijken. En dan blijkt de God in Nederland nog net zo zichtbaar als in de tijd van de grote, volle kerken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden