Column

Religie heeft niet het monopolie op zingeving

"Of we het willen of niet: in de Hema of in de Rotterdamse Markthal komen Nederlanders van allerlei soorten en maten elkaar tegen." Beeld anp

LEONIE BREEBAART   Miskennen Nederlanders de inspiratie die kan uitgaan van het christelijk geloof - juist bij het oplossen van grote maatschappelijke problemen? Die vraag wierpen Arie Slob en Gert-Jan Segers van de ChristenUnie vorige week op in Trouw. Aanleiding waren voorstellen van D66 die volgens hen getuigden van 'religiestress'. Een mooie term: veel lezers van deze krant weten hoeveel onnodige irritatie geloof in Nederland oproept.

Heeft de ChristenUnie bovendien niet een punt? Zeker nu de samenleving uit elkaar lijkt te groeien - in klasse, opleiding en levensovertuiging - hebben Nederlandse burgers een stevige basis van goede intenties nodig om de boel bij elkaar te houden.

Religieuze organisaties bieden de inspiratie die in de dagelijkse realiteit nogal eens lijkt te ontbreken. Vandaar dat de twee mannen van de ChristenUnie in hun brief pleiten voor het beschermen van kerken, christelijke scholen enzovoorts. "Want religieuze organisaties werken met een bezieling waar onze participatiesamenleving het ook van zal moeten hebben.''

Unicef
Ongetwijfeld doen ze dat. De vraag is wel of religieuze instituties een belangrijker bijdrage leveren dan niet-religieuze. Want hoewel kerkelijken bijvoorbeeld veel vrijwilligerswerk verrichten, vraagt juist onbetaalde hulp van de ontvangende partij extra dankbaarheid - en vanuit die lagere positie is het lastig kritiek te uiten of te vragen naar het effect. Voor dat probleem vroeg Unicef laatst aandacht: mooie projecten met kinderen in ontwikkelingslanden dienen eerder de inspiratie van de jonge hulpverleners dan de kinderen zelf. Dat is het gevaar van geïnspireerde hulp, die we vroeger nog liefdadigheid noemden.

Juist daarom vraag ik me af of de belangrijkste taak die Nederland wacht - het verzoenen van ongelijksoortige mensen - niet minstens zo vaak met succes wordt volbracht op plekken waar de ChristenUnie het niet zou verwachten, terwijl die openbare ruimtes toch al eeuwenlang verbindend werken - of kunnen werken.

Neem alleen al de werkvloer. Daar prediken we misschien niet openlijk de deugd van naastenliefde, maar we dienen er wel samen te werken op voet van gelijkheid: een uitstekende oefening in sociaal gedrag. Of neem de oeroude praktijk van het winkelen. Die kan bij de kleine christelijke partijen zelden rekenen op enthousiasme. Maar als er één publieke ruimte is die mensen van de verschillendste gezindten zonder onderscheid des persoons verbindt, dan is het wel de markt of het warenhuis.

Lichte ergernis
Of we het willen of niet: in de Hema of in de Rotterdamse Markthal komen Nederlanders van allerlei soorten en maten elkaar tegen. En wie een pond olijven wil kopen (of verkopen) zal zich beleefd moeten gedragen. Misschien krijgen zondagse winkelaars wel meer oefening in verdraagzaamheid dan thuisblijvers die met gelijkgezinden op die deugd reflecteren.

Voor alle duidelijkheid: we hoeven kerken het leven niet zuur te maken. Ze bieden veiligheid en troost. Ze doen veel goeds. Maar bij niet-gelovigen ontstaat lichte ergernis als de bezieling waarmee zij dagelijks werken aan een vreedzame samenleving niet op waarde wordt geschat, alleen omdat die niet opborrelt uit expliciet religieuze bron.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden