Religie biedt velen opnieuw moreel houvast

Nederlanders beschouwen kerken steeds meer als 'gewone' maatschappelijke instituten die net als sportclubs en culturele instellingen in aanmerking kunnen komen voor overheidssteun. Dat blijkt uit het gisteren gepresenteerde Kaski-onderzoek 'Religie als sociaal kapitaal'.

De gemiddelde Nederlander hecht aanzienlijk meer waarde aan de rol van godsdienst in de samenleving dan het aantal geregistreerde kerkleden zou doen vermoeden. Het vertrouwen in de kerken als instituties is daarentegen relatief laag, vergeleken met bijvoorbeeld wetenschap, politie, justitie en ook kranten en vakbonden. Alleen in grote ondernemingen, de regering en de politieke partijen hebben de meeste Nederlanders nóg veel minder vertrouwen, zo blijkt uit een recent publieksonderzoek van het Nijmeegse bureau Kaski.

Kaski-onderzoeker Ton Bernts presenteerde de onderzoeksgegevens gisteren op een symposium in Nijmegen, dat gehouden werd ter gelegenheid van het afscheid van Kaski-directeur dr. Leo Spruit.

Het (representatieve) opinie-onderzoek bestond uit een telefonische enquête onder driehonderd Nederlanders, gecombineerd met interviews met sleutelfiguren uit kerk, overheid, samenleving en wetenschap, zoals NCRV-directeur prof.dr. Kees Klop, europarlementariër Maria Martens, oud-minister Roger van Boxtel, CNV-voorzitter Doekle Terpstra en secretaris van de Raad van Kerken in Nederland drs. Ineke Bakker.

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau beschouwt ongeveer 40 procent van de Nederlanders zich als lid van een kerkgenootschap. Dat zegt echter weinig over de maatschappelijke rol die zij toekennen aan religie, zo blijkt uit het Kaski-onderzoek. Bijna driekwart van de Nederlanders (72 procent) vindt religie in de privé-sfeer belangrijk - met name bij de opvoeding van de kinderen (moreel) en bij belangrijke levensmomenten zoals geboorte en overlijden (ritueel).

Ook op samenlevingsniveau heeft religie een belangrijke inbreng, vindt 63 procent van de bevolking: moreel, waar het gaat om het behoud van waarden en normen en het ons voorhouden hoe we goed moeten samenleven, en ritueel -bij rampen, herdenkingen en feesten.

Een maatschappijkritische rol zien de meeste Nederlanders overigens niet direct weggelegd voor religie en levenbeschouwing en ook voor hun identiteit -als Nederlander of Europeaan- vinden zij godsdienst niet al te belangrijk.

Het zijn vooral de lager opgeleiden en de ouderen, die veel belang hechten aan de rol van religie. De verschillen naar politieke voorkeur zijn erg groot. Van de aanhangers van ChristenUnie en CDA noemt 95 repectievelijk 80 procent religie (enigszins) belangrijk voor de samenleving. Van de stemmers op niet-christelijke partijen vindt ongeveer de helft tot twee derde religie een beetje belangrijk; de VVD- en D'66-stemmers onder hen hechten aan religie het minste belang.

Volgens Bernts bevestigen de uitkomsten van het Kaski-onderzoek wat mensen als schrijver Leon de Winter en socioloog-publicist Paul Scheffer de laatste tijd in de media signaleren. Namelijk dat de samenleving sociaal kapitaal mist, dat de essentie van wat ons bindt verloren dreigt te gaan en dat sommigen daarom weer met een schuin oog richting godsdienst kijken -als moreel ijkpunt- of naar de kerken als sociale gemeenschappen.

Bernts: ,,Deze gedachtevorming beperkt zich blijkbaar niet meer tot confessionele kringen, hetgeen mijns inziens op deze schaal vijf jaar geleden nog nauwelijks denkbaar was.''

De kerken hebben het tij dus mee, wat overigens niet wil zeggen dat zij hun rol altijd kunnen waarmaken. Veel van de sleutelfiguren uit kerk en samenleving, die door de onderzoekers van Kaski zijn geïnterviewd, hebben fikse kritiek op de kerken en voorzien die kritiek van kwalificaties als 'naar binnen gekeerd', 'dogmatisch', en 'gebrek aan bestuurlijke kracht en inhoudelijke expertise'.

Uit de representatieve steekproef blijkt eveneens dat over de kwaliteit van de kerken verschillend wordt gedacht. Terwijl ruim de helft van de Nederlanders vindt dat de kerken ook niet-gelovigen iets te bieden hebben en dat zij bekwame priesters en dominees in dienst hebben, is ook bijna de helft (49 procent) van mening dat de kerken niet de goede antwoorden hebben op spirituele vragen en behoeften; 47 procent vindt dat ze geen zinnige dingen hebben te zeggen over de wereldpolitiek en maar liefst 66 procent is uitgesproken negatief over de kerkelijke uitspraken over euthanasie. Vooral VVD-, GroenLinks- en SP-stemmers zijn opvallend kritisch over de kwaliteit van de kerken.

Merkwaardig blijft het relatief lage vertrouwen dat de kerken in Nederland genieten. Volgens Kaski-onderzoeker Bernts hangt dit oordeel samen met het lage vertrouwen in de politiek. Ook zou een mogelijk democratisch 'tekort' dat men in kerkelijke instituties meent te bespeuren, hieraan debet kunnen zijn.

Tekenend voor de verschuivingen in het denken over de betekenis van religie in de samenleving, is de mening van veel Nederlanders over de rol van de overheid met betrekking tot de kerken. Bijna driekwart van de Nederlandse bevolking is het enigszins of volkomen eens met de stelling dat de overheid moet garanderen dat er in elk dorp een kerkgebouw blijft, waar mensen kunnen samenkomen. En bijna de helft vindt dat de overheid parochies of kerkelijke gemeenten dient te steunen wanneer zij het financiële hoofd niet meer boven water kunnen houden.

Als we kijken naar de omvang van de steun die Nederlanders bereid zijn eventueel te geven, constateerde Bernts gisteren, worden kerken nagenoeg gelijkgesteld aan de sector kunst en cultuur. Ook dat getuigt volgens hem van het al gesignaleerde maatschappelijk belang dat kennelijk aan religie en kerken wordt gehecht. Bovendien blijkt uit deze opvattingen dat de gemiddelde Nederlander ,,in de scheiding van kerk en staat kennelijk geen beletsel ziet om de continuïteit van kerken en religie waar nodig van overheidswege te garanderen''.

Bernts pleitte voor nader onderzoek wat de rol van de overheid hierbij kan zijn, en welke implicaties dat heeft voor de betrokken kerken en levensbeschouwelijke organisaties.

De Rotterdamse bisschop A. van Luyn, gevraagd om een reactie op het Kaski-onderzoek, was tamelijk terughoudend ten aanzien van de suggestie kerken van staatswege financieel te steunen. Het zou interessant zijn, zei hij, om hierover de mening te horen van de Commissie Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, ,,die haar bestaansrecht richting overheid ruimschoots heeft bewezen''. Volgens Van Luyn bieden bestaande subsidieregelingen al de nodige ruimte voor overheidssteun, bijvoorbeeld in de sfeer van de monumentenzorg.

Ronduit kritisch was de bisschop over de opzet van het Kaski-onderzoek. ,,De aandacht is vooral gericht op de kerk als instituut en heeft veel minder als invalshoek de samenhang tussen maatschappelijke attitude en handelen van burgers enerzijds en hun geloof en kerkelijkheid anderzijds.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden