religie / ’Afvallige moslim loopt in Nederland gevaar’

De godsdienstvrijheid is Nederland onvoldoende gewaarborgd. Met Postbus 51-spotjes zou de overheid duidelijk moeten maken dat breken met het geloof óók is toegestaan.

Volgens de Nederlandse grondwet is ieder vrij om te kiezen welke godsdienst hij wil aanhangen. Daarmee is iedereen in Nederland dus ook vrij om te kiezen welke godsdienst hij juist níet wil aanhangen. Maar, stelt publicist Michiel Hegener: „Honderdduizenden Nederlanders zijn druk met het belemmeren van de geloofsvrijheid van anderen. Ze worden daarbij niet gehinderd door overheid en politiek, want die onderschatten het probleem of hebben het zelfs niet opgemerkt.”

Hegener betoogt dit in het themanummer ‘Religie en grondrechten’ van Justitiële verkenningen, orgaan van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie.

Sociaal geograaf Hegener schreef in 2005 het boek ’Vrijheid van godsdienst’, waarin hij al constateerde dat artikel 6 van de Grondwet – de vrijheid van godsdienst – contrasteert met het taboe op godsdienstverlating onder moslims.

In Justitiële verkenningen noteert Hegener dat godsdienstvrijheid in Nederland vooral ’verticaal’ werkt, en niet ’horizontaal’. Van de wet mag iedereen zelf zijn godsdienst kiezen, maar van medeburgers mag dat niet. Dat geldt vooral voor de islam; wie in die traditie wordt geboren, mag er niet vrijwillig mee breken (zie inzet).

Hegener citeert arabist Hans Jansen: „Zelfs tegen hun beste vrienden en hun ouders durven twijfelaars hun twijfel niet te uiten want ze kennen de regels van de islam over afvalligheid en uittreden: daarop staat de doodstraf.”

Vooral als afvalligen op familiebezoek gaan in landen met een islamitische meerderheid zouden zij grote risico’s lopen.

Natuurlijk, stelt Hegener, worden ook christelijke kinderen geboren en opgevoed in een bepaalde traditie. Maar zij maken op enig moment (vormsel, belijdenis) een eigen keuze voor het geloof. En wie ervoor kiest ’eruit te stappen’ hoeft niet voor zijn leven te vrezen. Voor moslims ’ontbreekt een dergelijk keuzemoment categorisch’, aldus Hegener.

„Bij de geboorte wordt van deze kinderen de vrijheid van godsdienst afgenomen. Dat is in strijd met de wet, maar op hulp van de Nederlandse overheid hoeven de slachtoffers niet te rekenen. Voor zover het probleem door Nederlandse beleidsmakers en politici wordt onderkend – en dat is slechts incidenteel het geval – staat respect voor de islam boven respect voor individuele vrijheid van godsdienst.”

Van de slachtoffers van geloofsdwang kan moeilijk verwacht worden dat zij hun godsdienstvrijheid opeisen, denkt Hegener. Zij zijn immers van jongsaf geïndoctrineerd dat uittreden geen optie is.

En als derden nu eens aangifte zouden doen van beperking van godsdienstvrijheid? Hegener: „Dan vormt de bestaande jurisprudentie juist een bezwaar. Rechters bepaalden meer dan eens dat sekteleden niet tegen hun zin uit sektes gehaald mochten worden voor een therapie bij een cult buster.” Met andere woorden: als iemand zelf voor een bepaalde godsdienst kiest, mag de overheid hem daarin niet belemmeren.

Om deze impasse (zomin als de overheid iemand kan dwingen zich tot een godsdienst te bekeren kan ze iemand dwingen die te verlaten) te doorbreken stelt Hegener voor dat we vrijheid van godsdienst op dezelfde wijze gaan toepassen als het verbod op discriminatie. Zoals er Postbus 51 tv-spots waren die varieerden op het thema ’discrimineren mag niet’, moeten die er volgens de auteur óók komen voor godsdienstvrijheid: ’anderen belemmeren in hun vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing mag niet’.

„Laat de overheid dat idee maatschappijbreed uitdragen, ook met folders in het Turks en het Arabisch. Maak voorlichtingsfilms en vertoon ze op artikel 23-scholen (bijzonder onderwijs, red.), met discussie na. Hang posters in moskeeën en uiteraard ook in synagogen, kerken en tempels.”

Deze boodschap moet ook verspreid worden onder aanhangers van het atheïsme of materialisme. Hegener: „Ze vormen omstreeks twintig procent van de Nederlandse bevolking en ze kunnen soms verrassend intolerant optreden tegen afvallige geloofsgenoten.”

Die mening deelt Bas van Stokkom, onderzoeker van het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schrijft in zijn bijdrage aan deze editie van Justitiële verkenningen dat er in Nederland sprake lijkt te zijn van een ’trivialisering van vroomheid’.

Volgens Van Stokkom veronderstellen ’de verborgen codes’ van de geseculariseerde Nederlandse cultuur dat je elkaar niet met je godsdienst moet ’lastigvallen’.

Hij citeert historicus James Kennedy die waarschuwde dat als de liberale, seculiere, blanke meerderheid van tolerantie een ideologie maakt, het fundament van de verdraagzaamheid aan het wankelen kan raken. Overtuigingen van religieuze minderheden worden dan afgedaan als ’achterhaald’. „De meerderheidscultuur breidt de gemeenschappelijke regels uit, en moslims of bevindelijk gereformeerden hebben die maar te slikken.”

Een van die ’gemeenschappelijke regels’ is volgens Ruud Peters (hoofddocent Arabisch) en Sipco Vellinga (docent godsdienstsociologie) van de Universiteit van Amsterdam de acceptatie van homo’s. Om die in stand te houden en te bevorderen, kunnen we er volgens Peters en Vellinga „niet van uitgaan dat we de waarden van de meerderheid aan minderheden kunnen opleggen”.

Wel is volgens de auteurs ’van groot belang’ aan allochtonen én autochtonen (orthodoxe protestanten, bijvoorbeeld) duidelijk te maken welke normen in Nederlanden gelden ten aanzien van homoseksualiteit. Ook zou de overheid hulp moeten bieden aan homo’s die in een ’homovijandige omgeving’ verkeren.

Ten slotte pleiten Peters en Vellinga voor dialoog. Als groeperingen en personen met diepgaande bezwaren tegen homoseksualiteit serieus genomen worden, „is de kans het grootst dat zij ondanks hun bezwaren respect en tolerantie kunnen opbrengen voor de opvattingen, keuzes en gedragingen van andersdenkenden.”

M. Buwalda e.a.: Religie en grondrechten, WODC-reeks Justitiële verkenningen, uitg. Boom Den Haag, ISBN 01675850. Ook te lezen op: www.wodc.nl/publicatie/justitieleverkenning

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden