Reli-somberaars en anderen

Religie in een ontkerkelijkte samenleving - dat was het thema van het symposium 'Ziel en zaligheid in Nederland na 1950', gisteren aan de Amsterdamse Vrije Universiteit. De ene deskundige ziet een dramatische neergang, de andere signaleert transformatie. Maar de cijfers liegen niet.

Elma Drayer

Het is altijd lastig, zegt dagvoorzitter Peter van Rooden bij voorbaat, om over je eigen tijdsgewricht te spreken. Voor hem staat niettemin vast dat de huidige ontkerkelijking een even spectaculaire omslag is als de Reformatie ooit was. ,,Het georganiseerde, traditionele christendom is dood. Maar dat wil niet zeggen dat de godsdienst weg is.''

Het is een bewering die in vele toonaarden langskomt vandaag. Maar klopt de observatie?

James Kennedy, zojuist geïnaugureerd hoogleraar Nieuwste Geschiedenis, bestrijdt de 'dominante' opvatting dat secularisatie een rap voortschrijdend proces is. Je kunt er ook anders naar kijken, vindt hij: de kerken ondergingen de afgelopen halve eeuw een 'transformatie'. Begin jaren zestig wierpen ze zich en masse op maatschappelijke thema's. Eind jaren tachtig verschoof de aandacht naar individuele, spirituele ervaringen.

En dat Nederland zo'n onkerkelijk land is - het is maar net hoe je het beziet. Kennedy: ,,Ik sprak laatst met een zendeling uit Zweden. Die vond het juist heerlijk in Nederland, omdat hier zoveel christenen zijn.''

Maar ja, de cijfers liegen niet. Jos Becker, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, zet ze op rij. Uitvoerig verklaart hij de discrepantie tussen de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en van zijn eigen club: het CBS telt 40 procent onkerkelijken, het SCP 60 procent. Dat zit zo. Het CBS gebruikt een 'eentrapsvraag': beschouwt u zichzelf als horend tot een van de volgende kerkgenootschappen? Het SCP stelt er twee: beschouwt u zichzelf als kerkelijk, en zo ja, bij welk genootschap hoort u? Daardoor slaan mensen, zegt Becker, aan het denken. Ofwel: de vraagstelling jaagt de randkerkelijken de kerk uit.

En speciaal voor de somberaars: uit ander onderzoek blijkt dat op dit moment ook binnen de kerken nog een 'flinke voedingsbodem' voor ontkerkelijking schuilt. In 2002 ging bijna de helft van de mensen die zich nog echt als kerklid beschouwt, niet of amper meer ter kerke. En de opvattingen van deze 'randleden' omtrent geloof en moraal verschillen nauwelijks van die van buitenkerkelijken.

Aardig uitstapje biedt David Bos, theoloog en hoofdredacteur van het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. Hij zet het beruchte Ezelsproces tegen Gerard van het Reve in nieuw perspectief. In 1968 werd de schrijver vrijgesproken van 'smalende godslastering'. De theologen die zich met het proces bemoeiden waren allerminst 'rare conservatieven', zegt Bos. Ze wilden juist begrip kweken voor de noden van de 'homofiele' medemens. Meer in het algemeen vonden juist dominees en priesters, in hun nieuwe rol van hulpverlenende pastors, in homoseksualiteit 'een dankbaar thema'. De nu brede acceptatie van homo's heeft confessionele wortels, concludeert Bos. En dat is volgens hem in dit tijdperk van de 'liberale djihad' een aardige gedachte.

Terug naar het thema: wat is religie nu nog in dit land? SCP-onderzoeker Jos Becker had zich onthouden van bezorgd commentaar. De Nijmeegse hoogleraar kerkgeschiedenis Peter Nissen doet dat niet. Hij beperkt zich tot het wel en vooral wee van zijn eigen rooms-katholieke kerk. In 1947 constateerde de jonge Poolse priester Karel Wojtyla, op rondreis door Europa, veel dadendrang en zichtbare aanwezigheid bij de Nederlandse katholieken, maar weinig diepgang en aandacht voor het innerlijk geloofsleven. De latere paus had het gevaar scherp gezien, vindt Nissen.

Van die 'zichtbare aanwezigheid' is nu weinig meer over. En juist onder katholieken, blijkt uit onderzoek, is het traditionele godsbeeld vervangen door een zelfgebreid concept van een hogere macht. Nissen: ,,Ik weet dat het normatief is, maar ik kan dat niet anders dan als een verschraling betitelen. Het leidt tot een ontzieling van de presentie van de katholieke kerk in de samenleving.'' De rk kerk, vindt hij, moet het 'binnenkerkelijk ietsisme' afwijzen en investeren in 'diepgang'. ,,Het gaat per slot om ziel en zaligheid.''

De kerkelijkheid neemt af, maar de behoefte aan rituelen lijkt toe te nemen. Hoogleraar liturgiewetenschap Paul Post uit Tilburg schetst het bonte scala: van pelgrimages naar Santiago de Compostela tot het inmiddels stevig gevestigde fenomeen van de stille tocht. Christiane Berkvens, remonstrants predikant, runt een bureautje (moederoverste.nl) dat doet in 'overgangsrituelen'. Gericht op buitenkerkelijken. De kerk heeft zo'n schat aan instrumenten in huis, zegt ze. Waarom zou je die voor jezelf houden? Zo kan het homostel (hij joods, hij christen) onder haar leiding scheiden met een ritueel: ze geven ringen terug, overhandigen elkaar een héél glas, en zegenen hun ex. En zo wordt het babydochtertje van de joodse moeder en de katholieke vader spiritueel welkom geheten in dit bestaan, met zegening en belofte.

Hoe nu dit alles te duiden? De antwoorden blijven tastend en vermoedend. Volgens VU-hoogleraar godsdienstfilosofie Anton van Harskamp neemt de belangstelling voor religie weliswaar toe. Maar de invloed van al die religieuze interesse op het dagelijks leven van het individu is gering. Waarna hij terecht vaststelt dat het raadsel alleen maar wordt vergroot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden