Relatie Israël geen reden voor geheim

Welke rol spelen privileges voor de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al in de omzichtigheid rond de lading van het rampvliegtuig in de Bijlmer?

De bewoners van de Bijlmer hebben jarenlang geworsteld met onzekerheid over de de lading van de neergestorte El Al-Boeing. Door de hoorzittingen kunnen we nu voor het eerst een kijkje nemen achter de schermen van de besluitvorming ten tijde van de ramp. Die wijst er in deze fase van de enquête sterk op dat de betrokken ambtenaren, de verantwoordelijke minister Maij-Weggen ('er zaten bloemen en parfum aan boord') en El Al er, ieder op eigen wijze, op uit waren zo min mogelijk informatie te verschaffen over de lading.

De afgelopen dagen is druk gespeculeerd wat de oorzaak van deze geheimzinnigheid is geweest. Helemaal alleen aan El Al kan dit niet gelegen hebben. Uit de inmiddels beruchte bandopname een halfuur na de crash blijkt dat El Al aan de Luchtverkeersbeveiliging verteld heeft, dat er chemicaliën, explosieven, gif en brandbare gassen aan boord waren. (Anders dan over het algemeen gesuggereerd wordt, blijkt uit de transcriptie van het gesprek niet dat El Al expliciet verzocht heeft deze gegevens 'onder de pet te houden'). Twee uur na de ramp haalde de politie de samenvatting van de ladingsdocumenten bij El Al op. Op grond van die documenten concludeerde directeur luchtvaartinspectie Wolleswinkel dat de lading niet gevaarlijk is. Wat er volgens de documenten van El Al (zelfs al waren die onvolledig) dan wel in de Boeing zat, bleef evenals de inhoud van de beruchte bandopname in oktober 1992 voor het publiek verborgen.

De meest gehoorde reden voor dit zwijgen is de bijzondere band die Nederland en Israël hebben. Die zou El Al privileges op Schiphol verschaffen waardoor zaken die het daglicht niet verdragen onder de tafel geveegd worden. Volkskrant-journalist Hans Wansink meende op de opiniepagina van zijn krant (5 februari) zelfs, dat Israël zich van alles kan permitteren wegens de onverwerkte schuldgevoelens van Nederlanders over het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland wil volgens hem 'Israëls beste vriendje zijn'. Toch raakt dit soort suggestieve beweringen niet de kern. Zouden immers Nederlandse ambtenaren niet op eenzelfde geheimzinnige wijze gehandeld hebben als een vrachtvliegtuig van een ander bevriend land op de Bijlmer gestort was?

Natuurlijk is het waar dat Nederland en Israël goede relaties hebben. Dat komt tot uiting in de politieke en militaire steun van ons land voor Israël op essentiële momenten. Tijdens alle oorlogen leverde Nederland wapens aan Israël en toen het land in 1991 door Iraakse Scud-raketten werd bestookt stuurden we Patriot-raketten om de Joodse staat te beschermen. Die gedragslijn wordt door de Nederlandse bevolking ondersteund. Uit een opinie-onderzoek van het Nipo (mei '98) blijkt dat 73 procent van de Nederlanders achter de speciale band staat, drie procent is hiertegen. Belangrijkste reden voor die sympathie blijkt solidariteit met het Joodse volk (27 procent) te zijn, gevolgd door schuldgevoel en morele plicht (23), godsdienst (14), aardige mensen/vakantie (8) en het vredesproces (7 procent). Schuldgevoelens over de Tweede Wereldoorlog spelen dus een beperkte rol.

Gezien de sympathie die er in Nederland voor Israël bestaat, is het verklaarbaar dat onze regering nooit veel problemen had met de veiligheidsbehoeften van El Al op Schiphol. Sinds de vliegtuigkapingen in de jaren '70 heeft de Israëlische luchtvaartmaatschappij eigen bewapende veiligheidsagenten, die passagiers en vracht controleren. In de loop der jaren wisten ze verschillende aanslagen te verijdelen. Deze veiligheidsbeambten functioneren vrijwel in elk land waar El Al op vliegt, maar omdat Schiphol voor El Al zo'n belangrijk doorvoerscentrum is, is hun aanwezigheid hier bepaald opvallend. Bovendien kreeg El Al van de Nederlandse regering in de periode 1990-'96 24 maal toestemming om wapens en munitie door te voeren. Omdat Israëls bestaan deels afhangt van zijn vermogen zich te kunnen verdedigen, getuigt het van betrokkenheid, dat de Nederlandse regering dit soort vluchten toestaat. De enige eis die men eraan behoort te stellen is uiteraard, dat alle garanties voor de Nederlandse volksgezondheid in acht worden genomen. Sinds 1996 schijnen de wapen- en munitievluchten van El Al overigens vooral via de Azoren te gaan. De gunstige ligging van Nederland tussen de VS en Israël en ons vriendelijke politieke klimaat leidden ertoe geleid dat Schiphol voor El Al het belangrijkste vervoerscentrum buiten het eigen land is. Omgekeerd geldt dit ook en dat krijgt bij de discussies over de geheimzinnigheid omtrent de verongelukte Boeing tot dusverre nauwelijks aandacht. Uit cijfers van Schiphol blijkt dat in de laatste vijf jaar het vrachtvervoer van en naar Tel Aviv steeds zo'n 10 procent is van de totale vrachtafhandeling op Schiphol. De transporten van en naar Tel Aviv zijn bijna twee maal zo groot als die van en naar New York en groter dan die van en naar alle EU-landen tezamen. In 1997 ging 62 022 ton goederen naar Tel Aviv en ontving Schiphol 40.953 ton uit Israël.

Het is duidelijk dat El Al, die een belangrijk deel van het vervoer van en naar Israël voor zijn rekening neemt, voor de werkgelegenheid op Schiphol van eminent belang is. De nationale luchthaven heeft in de loop der jaren een reputatie opgebouwd als een leeuw op te komen voor zijn economische belangen, zelfs als daarvoor milieu-eisen geschonden werden. Steeds holden bewindslieden achter de feiten aan en stelden vervolgens hun normen bij. Het is derhalve heel goed mogelijk, dat de angst om El Al als goede klant te schofferen ertoe bijdroeg, dat de Rijksluchtvaartdienst geen eigen verantwoordelijkheid heeft durven nemen informatie over de lading van de Boeing te geven. Was men soms bang dat El Al zijn vrachtafhandeling naar een andere Europese luchthaven zou verplaatsen? Als dit het geval is, hebben we te maken met een plat economisch belang, dat met de bijzondere relatie tussen Nederland en Israël nauwelijks verband houdt. Maar ook als uit het vervolg van de enquête zou blijken dat deze theorie onjuist is, blijft overeind dat ambtenaren, zonder op het hoogste politieke niveau toestemming te hebben, nimmer feiten mogen verzwijgen. Zulk gedrag ondermijnt het vertrouwen in de overheid en heeft niets te maken met de kwaliteit van de betrekkingen tussen Nederland en Israël of welk land ook.

Dat het eerste en enige El Al-vliegtuig dat ooit is neergestort, in het bevriende Nederland terechtkwam, is een toevallige, zij het uiterst tragische, gebeurtenis. Waar het nu om gaat is dat we leren van de sedert 4 oktober 1992 gemaakte fouten. Als de enquête-commissie boven water krijgt om welke reden er zo geheimzinnig is gedaan, wie verantwoordelijk waren en hoe we voorkomen dat ambtenaren zelf uitmaken wat goed of slecht is, wordt hopelijk iets van de onvrede over de geheimzinnigheid rondom de ramp weggenomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden