Relaas na een aanhouding

Tot de nacht van 24 november was mijn leven in orde. Ik was gelukkig met mijn man Piet Kruizinga (de oud-voorzitter van de Algemeen Christelijke Politiebond), de kinderen en de kleinkinderen. Sinds die nacht is het leven een nachtmerrie. Ik leef op aspirine, maagtabletten en antibiotica. Ik heb voor het eerst in mijn leven afspraken met een psychiater.

In die nacht van 24 november word ik wakker door gebons op de ramen, even later gaat de bel. Ik zie een aantal mannen staan, ze houden hun legitimatie omhoog. Recherche. Ze beginnen te roepen: ,,Waar is uw man, ik waarschuw u, waar is uw man.'' Ik schrik van de dreigende toon. Ik word in een auto gesleurd en de nacht in gereden.

We stoppen bij een kazerne in Soesterberg. Ik ben in shocktoestand. Meteen beginnen de verhoren. Over mijn werk als pastoraal werker, of ik de beschikking had over geld, of ik boekhoudkundige ervaring heb. Als ik alles ontken geloven ze er niets van. Ik heb toch een middenstandsdiploma gehaald? Ze worden erg misselijk van mijn christelijke waarden en normen. Twee mannen, zo zeker van zichzelf en hun zaak, ze lachen me uit.

En dan word ik in de cel gegooid. Ik raak ontzettend in paniek. Niet door het lint gaan, spreek ik mezelf steeds krachtiger toe. Ik krijg schreeuwende hoofdpijn, ik huil de ogen uit mijn hoofd. En dan de voetstappen, gelukkig, ik mag weer uit mijn kooi. De verhoren gaan door, de druk neemt toe. Ik weet niets en dat is niet best. Zo kom ik nooit vrij. De officier van justitie komt. Ik vraag hem of hij mijn dochter wil vragen om een goede advocaat. Hij kijkt me nietszeggend aan. In de late middag tijdens het verhoor springt mijn hart op van vreugde. De advocaat is gearriveerd. Maar het is de piket-advocaat. Ik huil, ik heb niets gedaan, ik wil naar huis. Ze kijkt me aan, even later loopt ze vrolijk babbelend weg met de rijksrechercheur. Ik ben alleen in handen van de vijand.

Ik mag douchen met de deur wijdopen, een vrouwelijke marechaussee kijkt onbewogen toe. Ik voel me naakt en verraden. En dan beginnen de verhoren weer, de hele dag. 's Avonds gaat het zo slecht met mij dat ze de verhoren stopzetten. Later zeggen ze dat ik naar huis had gemogen als we door waren gegaan. Dat vind ik zo íngemeen. Nu moet ik nog een nacht in de cel. Vrijdagmiddag mag ik gaan. Ik ben een zombie. Ik kom het huis binnen en huil, ik kan niet meer stoppen. De kinderen houden me dicht tegen zich aan en troosten me, verwennen me. Uren zit ik in bad om alles van me af te spoelen. Ik voel me zo smerig.

En dan komt de pers. Alles wordt over ons uitgestort met naam en toenaam, foto's op de tv. Ik had aan de rechercheurs gevraagd wat er met de verhoren gebeurde. Ze zeiden dat die geheim waren. NRC Handelsblad belt: ,,Uit uw verhoor blijkt...'' Ik ga door de grond. Er verschijnen details uit het verhoor in de krant en op de radio. Ik weet dan heel zeker dat we kapot gemaakt moeten worden. Ik voelde me veilig in Nederland, maar dat vertrouwen is weg en komt nooit meer terug. Iemand heeft iets tegen je, stemt in een vergadering om je aan te geven en vervolgens ben je vogelvrij.

Ons privéleven is ons afgepakt. Piet en ik zijn 23 dagen gescheiden en dat in de meest gruwelijke dagen van ons leven. Wij zijn behandeld als schurken. Alles is uit huis gehaald als bewijsstuk. Brieven die opengemaakt worden, de telefoon die afgeluisterd wordt. We zijn tot de misdadigers gerekend. Was de haat bij de Algemeen Christelijke Politiebond zo groot dat deze 'broedermoord' op touw gezet moest worden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden