Reken niet op een happy end

Ze wordt wel ’de moeder van de chicklit’ genoemd, maar dat is een misverstand. Weliswaar schrijft Fay Weldon voor en over vrouwen, maar ze heeft een heel andere boodschap dan de auteurs van boeken als ’Sex and the City’. Namelijk deze: offer jezelf niet op voor de liefde. Julie Phillips las Fay Weldons nieuwste roman en verbaast zich over de actualiteit van haar feminisme oude stijl.

Julie Phillips

Fay Weldon is iemand op wie je moeilijk vat krijgt. De Engelse schrijfster mag de zaken graag van verschillende kanten bekijken en houdt van provoceren. In Opzij van deze maand verklaart ze bijvoorbeeld dat anorexia en de cultus van het perfecte lichaam voortkomen uit „het zo lang mogelijk onderdrukken van de natuurlijke neiging tot het produceren van kinderen. Uiteindelijk zijn jonge vrouwen nooit slachtoffer van de man geweest, maar van de natuur.”

In haar romans raken vrouwen altijd in de problemen – en meestal niet door eigen toedoen. Het komt door de hormonen, door erotische aantrekkingskracht, door ongelijke machtsverhoudingen of gewoon door die vervelende gewoonte je braaf te gedragen. Kortom, het is de aard van het beestje: vrouwen willen kinderen, willen trouwen, hoe oneerlijk de lasten ook verdeeld zijn. Wat doe je ertegen? Gewoon maar accepteren, zegt Weldon. Maar op andere momenten roept ze juist op tot verzet.

De personages in Weldons geraffineerde en geestige nieuwe roman ’Dagboek van een stiefmoeder’ vertegenwoordigen beide kampen. Sappho, de stiefmoeder uit de titel, is jong, onafhankelijk, ambitieus. Ze is een succesvol toneel- en scenarioschrijfster. Ze heeft een eigen huis. En ze weet wat ze waard is. Hoe zou een huwelijk haar kunnen deren? Met haar eigen inkomen en optimisme lijkt Sappho eerder op Bridget Jones of Carrie Bradshaw (van ’Sex and the City’) dan op de ongelukkige echtgenotes en moeders uit Weldons vorige boeken.

Sappho heeft altijd alles voor elkaar gekregen, met het huwelijk lukt dat natuurlijk ook. Wanneer Gavin, een knappe weduwnaar, met zijn twee tieners bij haar in trekt, heeft alleen haar moeder Emily zo haar twijfels.

Emily is een oudgediende in de strijd der seksen; wat de liefde betreft is ze sceptisch. Ze waarschuwt Sappho dat vrouwen masochisten zijn. „Wie lijdt, hulpeloos is en vrij van keuzen, is ook vrij van schuldgevoel”. Vrouwen offeren zich liever op dan dat ze voor zichzelf opkomen.

En Emily krijgt gelijk. Op een dag staat Sappho bij haar op de stoep, zwanger en in tranen. Ze zwiept een tas met dagboeken naar binnen, vraagt haar moeder er op te passen maar ze niet te lezen, en verdwijnt.

„De dochter verbergt, de moeder onderzoekt. Dat is de normale gang van zaken” merkt Emily op, waarna ze haar dochters dagboek openslaat. Zelf is ze een freudiaanse psychoanalytica; haar collega en huidige vriend gelooft in Jung. Samen becommentariëren ze Sappho’s huwelijk en kibbelen ze over de mogelijkheid zélf alsnog in het huwelijk te treden. Barnaby wil wel, Emily alleen als hij Viagra slikt.

Sappho, zo blijkt, krijgt inderdaad last van schuldgevoelens. Haar verwende, wrokkige, nieuwe stiefdochter Isobel voelt dit feilloos aan en weet haar gewetensnood handig uit te buiten. Het eindigt ermee dat Sappho haar geld, haar man én haar carrière kwijt is.

Vanwege haar ironische humor en haar aandacht voor de details die vrouwenlevens stofferen, wordt Fay Weldon soms gezien als de moeder van de chicklit. Maar chicklit bevestigt alleen de illusies van de Sappho’s in deze wereld: dat je én onafhankelijk én verliefd kunt zijn. Weldon gelooft daar niets van. Er komen niet veel betrouwbare mannen in haar universum voor, en in happy ends heeft ze weinig fiducie.

Dat is niet zo vreemd. Zelf stamt Weldon (1931) uit een tijd dat vrouwen jong trouwden en economisch afhankelijk waren van mannen. Tegelijkertijd is ze gevormd door de tegencultuur die daarop reageerde en waar overspel als normaal gold. Afhankelijkheid en ontrouw samen vormden een zeker recept voor ellende: de dichteres Sylvia Plath, het bekendste slachtoffer van die cultuur, was Weldons buurvrouw.

Weldon groeide op in Nieuw-Zeeland, studeerde in Schotland, en belandde daarna in het Londen van de jaren vijftig, waar ze op haar 22ste zwanger raakte. Haar vrienden zamelden geld in voor een abortus, maar toen ze vanaf een brug over de Theems naar de zonsondergang keek, besloot ze dat ze haar kind zoiets moois niet kon ontzeggen. Met de vader trouwen wilde ze niet.

Er volgde een moeilijke periode, waarin ze de grootste moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen. Na een kort huwelijk met een twintig jaar oudere man kreeg ze een baan in de reclame. In 1961 ontmoette ze Ron Weldon, een schilder en antiekhandelaar, die mogelijk model stond voor de moeilijke, maar onweerstaanbare mannen uit haar romans. Ze kregen samen drie zoons, en scheidden in 1994. Na een paar jaar verruilde Weldon de reclamewereld voor de televisie en werd scenarioschrijfster. Eind jaren zestig begon ze haar scripts om te werken tot haar eerste romans.

Omdat Weldon schrijft over het huiselijk leven van vrouwen, over liefde en relaties, wordt ze, zoals gezegd, vaak geassocieerd met de romantische komedie. De plot van haar boeken is bovendien zo strak als we gewend zijn van dit genre: hoe meer haar personages de controle verliezen, des te steviger houdt de schrijfster de touwtjes in handen.

Maar haar instrumentarium reikt verder; behalve ironie hanteert ze ook graag een stevige dosis fantasie. In haar roman ’Stuifzwam’ combineert ze bijvoorbeeld het baren van een kind met zwarte magie, alsof ze wil zeggen dat zwangerschap en geboorte zoiets merkwaardigs zijn dat ze alleen in bovennatuurlijke termen kunnen worden beschreven.

Anders dan het geval is bij chicklitauteurs is Weldons kijk op vrouwenlevens ook niet primair romantisch: daarvoor maakt ze zich te veel zorgen over de kwetsbaarheid van vrouwen.

Intussen is Weldons centrale thema, het schuldgevoel van vrouwen, in het huidige tijdperk van tweeverdieners en gedeelde zorg nog steeds verrassend actueel. Want welke bevolkingsgroep voelt zich, terecht of onterecht, schuldiger dan de werkende moeder? Nog steeds trouwen vrouwen en krijgen ze kinderen, denken ze alles in de hand te hebben, en ontdekken dan dat de werkelijkheid minder maakbaar is dan ze hadden gedacht.

Hier komt Weldon, met haar feminisme oude stijl, goed van pas: ze waarschuwt ons dat we niet moeten denken dat vrouwen met een gezinsleven bewust hebben gekozen voor hun tweederangs status. Ze hamert erop dat schijnbaar vrije keuzes in feite worden beperkt door sociale factoren, en dat vrouwen als Sappho zich nauwelijks een voorstelling kunnen maken van de sociale druk die hunals moeder te wachten staat.

Toch is Weldon ook vóór kinderen. Als ze zegt dat vrouwen toe moeten geven aan hun natuur, komt dat doordat ze gelooft dat liefde, seks en baby’s bijna altijd het verlies aan status dat ze met zich meebrengen waard zijn.

Een subplot van ’Dagboek van een stiefmoeder’ gaat over Sappho’s huis, een oude boerderij midden in het moderne Londen, waar haar familie al generaties lang heeft gewoond. Sappho’s vader was er zo aan gehecht, dat hij zelfmoord pleegde opdat zijn vrouw en kinderen met het geld van de levensverzekering de reparaties konden betalen. Emily, die haar buik vol heeft van al renovaties, verhuist uiteindelijk, maar Sappho moderniseert de boerderij en zet er een nieuwe keuken in van roestvrij staal en graniet. Maar zodra ze trouwt, zet ze het huis op naam van Gavin – drie keer raden wat er dan gebeurt.

Het oude huis, met z’n houtrot en z’n lekkende dak, staat duidelijk symbool voor het huwelijk. En als Sappho, blut en zwanger, het huis ten slotte achter zich laat, geeft ze tegelijk het idee op dat er nog iets te maken valt van de bouwvallige structuur die ze geërfd heeft van haar voorvaders.

Het is een klassiek feministisch einde: een jonge vrouw verwerpt de oude keuzes en gaat op zoek naar iets nieuws. Maar wat is dat? Weldon gelooft niet dat we een realistisch alternatief hebben gevonden voor het ouderwetse gezin. En als we niet kunnen voortbouwen op die erfenis, moeten we er, al improviserend, maar het beste van zien te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden