Reizen door het museum van de popcultuur

AMSTERDAM - Van Walter Dahn (1954, Krefeld) hebben we in Nederland de afgelopen tien jaar nauwelijks iets gehoord. Tezamen met andere leden van de anarchistisch-expressionistische Keulse schildersgroep Mülheimer Freiheit was hij in de vergetelheid geraakt.

Maar hij is terug met een solo in het Stedelijk Museum. Net als tien, twintig jaar geleden is de hedendaagse cultuur een belangrijk ijkpunt, maar nu wordt het gekoppeld aan een bijna archeologische graaftocht in de geschiedenis van de popcultuur. Het is een rijke bron waarin Dahn met humor, ironie én melancholie wroet.

“De popsector is voor mij de meest actuele en gecomprimeerde reflectie op wat er op dit moment in de maatschappij gebeurt”, legt Dahn uit, terwijl hij door de half ingerichte zalen van het Stedelijk loopt. “Voor mij zijn muziek en beeldende kunst volledig met elkaar verstrengeld. Ik ben erg geïnteresseerd in een filosoof als

Jacques Derrida. Hij is heel precies en los op hetzelfde moment. Hij denkt in lijnen en het laten kruisen van lijnen, zoals ik van zanglijnen hou. Iedereen zingt zijn eigen lijn, maar er is toch een netwerk, waarin je knooppunten kunt aanwijzen. Niet duidelijk gekristalliseerd, maar wel aanwezig. Ik hou ervan als dingen een beetje diffuus blijven, niet zo statisch.''

Dahn vastpinnen op een concrete uitspraak is vrij lastig. Meteen volgt een relativering of soms een tegenspraak. Zijn kunst is ongrijpbaar en helder tegelijk. De Duitser houdt van multi-interpretabele beelden en haat het om ingedeeld te worden in stijl, opvatting of zelfs maar discipline. Iedereen noemt de Mülheimer Freiheit neo-expressionistisch, maar hij ziet het anders. “Wij wilden liever Dada zijn, de Keulse School van Dada. We waren ook zeer geïnteresseerd in het surrealisme, maar dan alleen in de literaire kant, niet de schilderijen. Die droompjes van Dali vonden we maar niets.”

Dahn zegt zich nooit zo gecommitteerd te hebben aan de Mülheimer Freiheit. “In de jaren tachtig ging het allemaal heel snel. Er was een explosie van aandacht. Ik vond het aan het eind van het decennium tijd worden dat te doorbreken. Een beetje stilte is soms beter om overproductie te voorkomen. Ik denk dat ik nu ook in het Stedelijk exposeer omdat ik mij niet vastgelegd heb op het gedachtegoed van de Mülheimer Freiheit. Al die mensen zijn nu buiten beeld. Het losmaken van de waan van de dag heeft mij goed gedaan. Ik zit graag een dag in een café om te lezen, te schrijven en naar muziek te luisteren. Ik ben inmiddels ook docent schilderen. Die studenten willen helemaal niet alleen over schilderen praten. We luisteren naar muziek, gaan naar de film, hebben het over filosofie. En daarnaast praten we natuurlijk ook over de schilderkunst.”

In zijn eigen werk leidt het schatgraven van Dahn in het popverleden tot alle mogelijke soorten objecten: schilderijen met in ruwe hand geschreven teksten, 'ready made'-achtige opstellingen, huisjes van sloophout, associatieve fotowerken en tekeningen met een geheel eigen beeldtaal. “In mijn werk ben ik een soort antropoloog, een etnoloog. Mijn tentoonstelling is een Museum of Lost Pieces, om William Burroughs te citeren. Mijn werk is zowel funky als droevig, melancholisch en autobiografisch. Martijn van Nieuwenhuizen, de curator, noemt de tentoonstelling reizen door het museum van de popcultuur.”

“Het is als een trein die van station naar station gaat (Bowie!), die beweegt en van richting verandert, maar de wagons blijven steeds dezelfde. Het is een show die meer gaat over het leven dan over de probleemstellingen van de avant-garde. Dat zijn niet mijn problemen. Ik zit ergens anders, al kan ik niet precies zeggen waar. Ik kan mij niet verhouden tot kunststromingen of -stijlen. Als ik de Beach Boys op de achtergrond als engelen hoor zingen, daar kan ik me mee verhouden.”

“Het mooiste zou zijn als iemand bij het betreden van een zaal een 'primür erfahrung' heeft. Dat iemand zichzelf gespiegeld ziet en bijvoorbeeld de geur herinnert van appels in de tuin van zijn oma. Of de geur van het graven van een gat als een jongen. Sommige werken zijn heel conceptueel en sommige meer arte povera-achtig. Er zitten echter geen mystieke aspecten aan. Het is allemaal zeer helder en letterlijk.”

Hoe letterlijk soms blijkt uit een wijnglas gevuld met water. “Die heb ik gemaakt naar aanleiding van een songtekst van Robbie Robertson van The Band: 'Who else is going to bring me a broken arrow/who else is going to bring me a bottle of rain'. Prachtige regels.”

Voor Dahn bevindt de bakermat van de popcultuur zich in de zuidelijke staten van Amerika. “Ik ben door die staten getrokken en heb er alle historische plaatsen bezocht. Het geboortehuis van Elvis Presley in Tupelo Mississippi - dat ik ook heb nagebouwd -, het Martin Luther King Center in Atlanta en andere plaatsen waar je de roots van de populaire cultuur kunt vinden. Hier ontstond vanuit de gospel de rhythm & blues, terwijl aan de blanke kant de country & western ontstond. Het jaar 1954 was een cruciaal moment voor de ontwikkeling van de popcultuur. Elvis Presley liep Sun Studios binnen en nam een paar blues-nummers op. Een echt rockabilly-moment. Het was voor het eerst dat dingen zich begonnen te vermengen. Een witte jongen die up-tempo blues ging zingen. Elvis was de eerste die de crossover maakte en in mijn ogen opende hij daarmee de deur voor de gelijkheidstrijd en de Afro-Amerikaanse bewegingen.”

Sommige voorwerpen zijn een memento of een 'prop' in een beeldend verhaal. Andere zijn pogingen het bewustzijn van de kijker op een gelaagde manier binnen te dringen. “De huizen heb ik nagebouwd van foto's en lp-hoezen. Ze staan voor een geschiedenis, een verhaal, maar ik wil ook dat je er naar kijkt als naar een sculptuur van Henry Moore. Er kunnen vele betekenissen in zitten, als je maar goed en onbevooroordeeld kijkt. Neem het schilderijtje 'Over and Done'. Het is een citaat uit een popsong, maar je kunt het ook als een commentaar zien of simpelweg de constatering dat de zaal met dat werk is afgelopen. Of je ziet het als een Lawrence Weiner, een veelbetekenende tekst aan de muur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden