Reisdagboek 1981

,,Ik ben verkouden. Het water komt met stoten door mijn ogen en neus. Daarbij een blaffende hoest.'' Dit is het onheilspellende begin van een reisdagboek dat J.J. Voskuil bijhield, toen hij twintig jaar geleden door de Provence trok. Op 5 april 1981 gaat de schrijver met zijn vrouw Lousje in Avignon van start. En op 13 mei 1981 keert het tweetal, wandelend van dorp naar dorp, in Avignon terug.

Hun voettocht is vol hindernissen. In de meeste hotels die ze onderweg aandoen krijgen ze een onbeschofte behandeling. Nu eens worden ze bediend ,,met een bijna vijandige onverschilligheid''. Dan weer is ,,het afscheid al even zuur als de ontvangst''. Cafés worden bevolkt door ,,schreeuwende jongens in leren jacks en meisjes die in zich laten knijpen''. Terrassen zijn ,,stampvol toeristen''. Van de eetgelegenheden deugt al even weinig. Daar worden bijvoorbeeld boontjes geserveerd die ,,naar zeep smaken''. Een enkele keer valt de kwaliteit van de maaltijd mee. ,,De man achter de tapkast ziet eruit als een oude bokser die in de misdaad is gegaan. Bij zulke lieden is de biefstuk altijd goed.''

Het dagboek is, evenals 'Bij nader inzien' en 'Het Bureau', geschreven door een misantroop. In de nabijheid van mensen voelt de schrijver zich onbehaaglijk, beklemd, bedreigd. Overal waar anderen samenklitten, liggen domheid en boosaardigheid op de loer. De bewoonde wereld is onherbergzaam als een woestenij. In de natuur is het aangenamer toeven. Ook wanneer er een stormachtige wind staat of natte sneeuw valt? Ja, alles is beter dan de menselijke samenleving. Het echtpaar klautert over bergwanden, balanceert op de rand van ravijnen en worstelt zich door struikgewas. Zodra de natuur ophoudt, begint steevast de ergernis. Dan is er lawaai van de autoweg. Of er komt een vuilstortplaats in zicht. Of er jakkeren kinderen rond op fietsjes. ,,In een nieuwbouwwijk koesteren grimmige proleten hun rotstuintjes'', heet het.

Zelfs met elkaar hebben Han en Lousje het niet bepaald getroffen. Hij steekt haar met zijn verkoudheid aan. Overdag zijn beiden vermoeid en prikkelbaar, waardoor ze ruzie maken over kleinigheden. 's Nachts houden ze elkaar hoestend en snotterend uit de slaap. Toch zijn er momenten van tederheid. In het plaatsje St. Saturnin huren ze op aandringen van Lousje een hotelkamer met twee bedden. Eindelijk heeft zij een bed voor zichzelf. Maar nauwelijks bevindt ze zich aan boord, of ze voelt zich diep verlaten. Voskuil: ,,Op de kamer wordt L. plotseling verdrietig omdat (...) zij nu alleen in zo'n groot bed moet slapen. We liggen dus enige tijd in het grote bed voor ik weer overstap.''

Zo spaarzaam als de genegenheid tussen man en vrouw onderling wordt beschreven, zo overvloedig is er sprake van genegenheid voor dieren. Bekommering om dieren schijnt, veel nadrukkelijker dan een gemeenschappelijke afkeer van mensen, het bindmiddel van dit weerbarstige huwelijk te zijn. ,,Rond een klein plasje water in de met mos begroeide holte van een steen vliegen wespen. L. redt er een die erin is gevallen, maar er valt meteen weer een nieuwe in.'' En: ,,We klimmen verder tegen de begroeide heuvel achter de abdij. L. is triest omdat ze op een slak heeft getrapt. Ik ben ook triest.'' Eenmaal ziet Voskuil hoe een kat in de armen van een dorpsvrouw wordt gewiegd. Maar veel vaker signaleert hij dieren die wreed aan hun lot zijn overgelaten. ,,Een herder loopt jankend rond. Hij kijkt naar alle voorbijrijdende auto's en telkens als er een witte Renault de hoek om komt, springt hij blaffend tegen de banden op, waarna hij zacht jankend weer bij ons terugkomt. L. strijkt hem over zijn kop en praat tegen hem. Ze verwijt me dat ik dat niet doe. Ik ben radeloos. Voor wat de mensen dieren aandoen verdienen ze een atoomoorlog, alleen worden de dieren dan ook het slachtoffer. Laten we hopen dat God er straks iets op vindt.''

Moeten wij dat werkelijk hopen? Ik weet het niet. Ik geef er, eerlijk gezegd, de voorkeur aan dat God zich nog even bedenkt. Al was het maar opdat Voskuil kan blijven schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden