'Reis' houdt herinnering levend

Wat hebben jongeren nu helemaal met de Tweede Wereldoorlog? De vraag is al een halve eeuw oud. Bijna net zo oud als het jeugdboek dat de herinnering aan 1940-1945 'levend moest maken en houden': Anne de Vries' protestantse succesroman voor alle zuilen, 'Reis door de nacht'. Generaties zijn ermee opgegroeid. Ook de premier – het is zijn lievelingsboek.

Het was zijn favoriete jeugdboek, zei minister-president Jan-Peter Balkenende (1956) bij de opening van een kinderboekententoonstelling in Rotterdam: de protestantse verzetsroman 'Reis door de nacht'.

Veertiger Balkenende is geen uitzondering. Generaties naoorlogse kinderen hebben met rode oortjes, ademloos, sommigen nachtenlang, meegeleefd met de spannende, maar ook angstige oorlogsverhalen rond het gezin van de Drentse architect Evert-Jan de Boer.

,,Hoofdpersoon is zoon Jan, een jongen die geen onrechtvaardigheid kan velen”, merkte de premier op over de protagonist. In Balkenende's herinnering was diens bijna-naamgenoot 'nogal avontuurlijk ingesteld' en raakte deze 'in allerlei spannende situaties verzeild'.

Het is de premier niet aan te rekenen dat hij levensgevaarlijke verzetsactiviteiten – het verspreiden van illegale kranten, hulp aan joodse onderduikersen het bevrijden van gevangengenomen verzetsmensen – als 'avontuurlijk' en 'spannend' afdeed: de auteur van 'Reis door de nacht', Anne de Vries (1904-1964), was een meesterverteller, afkomstig uit Balkenende's eigen protestants-christelijke kring.

Omstreeks 1950 vreesde het bestuur van de Stichting 40-45 dat de collectieve herinnering aan de laatste wereldoorlog gaandeweg zou vervagen.

Om de gedachte aan de oorlog 'onder de jeugd levend te maken en te houden', kreeg De Vries – bekend als auteur van 'Bartje' (1935) – het verzoek een roman te schrijven over onverschrokken Nederlandse verzetsmensen. In het voorjaar van 1951 besprak de schrijver met een medewerker van de hervormde uitgeverij Callenbach de inhoud van het beoogde vierdelige boek, dat voor zowel jongens als meisjes aantrekkelijk zou moeten zijn.

De uit het verzet voortgekomen dagen weekbladen, zoals Trouw en Het Parool waren, aldus De Vries, bereid deze roman onder de aandacht van het volk te brengen. Mogelijk zou prins Bernhard, held van het voormalige verzet, een voorwoord schrijven.

De Callenbach-medewerker realiseerde zich dat de symbolische waarde van de medewerking van de Stichting 40-45 én de lovende woorden van een lid van het koninklijk huis de verkoopcijfers geen kwaad zouden doen.

De Vries was een harde werker: al in het najaar van 1951 verscheen het eerste deel, 'De duisternis in' – overigens zonder voorwoord van Bernhard. In 1952 bracht Callenbach 'De storm steekt op' en 'Ochtendgloren' op de markt. Het laatste deel, 'De nieuwe dag', liet langer op zich wachten en kwam pas in 1958 uit. In 1960 werden de vier delen gebundeld onder de titel 'Reis door de nacht'.

Van de afzonderlijke titels en de omnibus samen werden in de afgelopen halve eeuw meer dan 660 000 exemplaren verkocht. 'Reis door de nacht' werd naast een bestseller ook een longseller uit Callenbachs uitgeversstal.

Rond het verhaal hangt de overbekende, belegen protestantse nestgeur, eigen aan zondagsschoolboekjes en christelijke (streek)romans: gezamenlijk bidden en zingen, trouw aan het Oranjehuis en vaderlandsliefde.

Als op 10 mei 1940, na de bekende toespraak van koningin Wilhelmina, het Wilhelmus uit de radio schalt, schrijft De Vries: ,,Ze zongen het samen mee en nog nooit had het oude Volkslied Jan zo ontroerd. Hij zag zijn moeder aan. Zij was bleek en had tranen in de ogen, maar ze zong dapper mee. [...] Ze moeten haar eens wat willen doen, dacht hij. [...] Hij zou zijn moeder beschermen, al zou hij, al moest hij...”

De moederfiguur is het kloppend hart van het gezin, onvervangbaar en vol geloofsvertrouwen. Op de vroege ochtend van de tiende mei vraagt zij aan haar echtgenoot: ,,...waar staat dit in de Bijbel: Indien iemand u wil doden, verweer u niet; de onrechtvaardigezal zijn eigen ziel doden...” De bijbelvaste vader reageert verbaasd: deze tekst staat nergens in de Schrift, maar is meer iets voor antimilitaristen.

Subtiel vertelt De Vries zijn lezerspubliek, bij monde van Jan de Boer, dat zijn verzetsroman niet op één lijn mag worden gesteld met de avonturenromans van zijn voorgangers:

,,Wat konden hem (Jan, red.) de avonturen van een paar scheepsjongens uit de Tachtigjarige Oorlog schelen? Het was nu een veel belangrijker tijd! Hij beleefde nu zelf een oorlog, groter en verschrikkelijker dan er ooit geweest was!”

Het spannende van de verzetsroman was slechts vernis. Het ging De Vries om de rauwe, mensonterende verhalen die eronder zaten: de jodenvervolging, executies, opgejaagde verzetslieden, mensen in doodsangst. Bij Hooghalen is Jan getuige van de triestmakende aanblik van een uit Amsterdam gearriveerd transport joden, op weg naar Kamp Westerbork. Jong en oud, zwaarbeladen met koffers, worden door SS'ers opgejaagd, 'als schapen ter slachting.' Het beeld van een schreeuwende, zich hevig verzettende 'mooie donkere Jodenjongen', die met een ketting aan een boerenkar is vastgebonden, zet zich vast in Jans hoofd. En in dat van de lezers: ,,En Jan moest plotseling aan Jozef denken, zoals die achter een kameel werd meegesleept, toen hij door zijn broeders als slaaf was verkocht.”

De Vries sneed ook morele vraagstukken aan. Als de gewenste dood van een collaborateur, een gewetenloze jodenjager, ter sprake komt, valt het begrip 'wraak'. Jans vader zegt hierover: ,,Niet uit wraak zou je mogen handelen, dat is verkeerd, maar om andere mensen het leven te redden.” De Vries' grondgedachte: het is sowieso verkeerd een mens te doden, maar soms moet hiervan worden afgeweken. Samen met een verzetsvriend liquideert Jan de verrader. Thuisgekomen knaagt zijn geweten zozeer, dat Jan er zelfs niet door kan bidden. Pas als vader bevestigd heeft dat zijn zoon een soldaat is (en daardoor gerechtvaardigd mag doden) komen de bevrijdende tranen. Verrader of niet, het blijft tóch een mensenleven, aldus De Vries.

'Reis door de nacht' werd niet alleen in protestantse kring lovend ontvangen. Ook rooms-katholieken en socialisten waren er over te spreken: in de verzuilde jaren vijftig schreef De Vries een jeugdroman die, ondanks de protestantse nestgeur, boven de zuilen stond.

Opvallend is dat De Vries naast karikaturale nazi's óók 'goede' Duitsers opvoerde: hij wilde zijn lezerspubliek laten weten dat niet alle Oosterburen achter de Führer hadden gestaan.

Deze genuanceerde houding zal ertoe hebben bijgedragen dat de omnibus reeds in 1960 in het Duits uitkwam onder de titel 'Im schatten der Gewalt'. Bij de herdruk in 1981 kreeg de roman de symbolische titel 'Die Hand zur Versöhnung'.

Verzoening – een actueel (bijbels) thema, evenals de hoofdopdracht van de helden van 'Reis door de nacht':

'Verberg de verdrevenen en verraad de vluchtelingen niet' (Jesaja 16). De generaties Reis-lezertjes kregen dat en passant mee, bij alle spanning en avontuur.

Vanzelfsprekend ontsnapte Jan uit handen van de nazi's. En kwam het door de bezetter gebroken gezin De Boer na de oorlog weer bij elkaar – niemand ontbrak. Balkenende had gelijk: ,,Een mooi einde van een mooi boek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden