Reis door de nacht

Zaterdagnacht. Gezellig in het kleine kamertje van mijn oude Rover. Iemand zegt: "De bus rijdt als een kamer door de nacht". Vasalis. "Kamers rijden niet door de nacht, volgens muggezifters, foute beeldspraak dus", zeg ik. "Ja zeg, zo is iedere beeldspraak fout." We zitten met z'n drieën in het koetsje, Jannah, Arie en ik. Buiten regent het. Binnen doet maar één dashboardlampje het. Het is een soort darkroom, prima plaats voor bekentenissen. Heidegger. Opeens gaat het gesprek over Heidegger. Ik ben er geloof ik zelf over begonnen. Arie vindt het niks, alleen maar taal, een hele hoop woorden voor evenzovele vanzelfsprekendheden, voor Jannah is hij de fundamentele denker van onze tijd, de grootste krijg ik de indruk. Oh ja, even voorstellen: Jannah, voorin naast mij, is Jannah Loontjens, schrijfster en filosofe, Arie, opgevouwen achterin, is Arie Boomsma, van de tv en nu ook schrijver. We hebben alle drie onze kunsten vertoond op het literaire festival Zomerzinnen in het Drentse plaatsje Amen, en nu rijden de rijbewijslozen met mij in mijn pronkstuk terug naar Amsterdam. Heidegger dus; ik zit wat laf tussen beide opponenten in, bewonder Heidegger maar snap er vaak niets van; bovendien moet ik op de weg letten, de kleine, schokkerig wuivende ruitenwissers kunnen de wolkbreuk buiten nauwelijks aan. Gek voor zo'n Engelse auto, zou toch meer gewend moeten zijn. Moeten we niet even stoppen op tankstation Panjerd dat er zo aankomt? Doen we. Ik tank, Arie gaat naar binnen, om drop en gevulde koek te kopen, Jannah blijft als een lady zitten. Dan gaan we weer. Nu gaat het over geloof. Arie gelooft, nu ja, dat weten we natuurlijk wel, Jannah niet, is er ook niet mee opgevoed. Ik weet het weer eens niet. "Horen jullie ook iets?", zeg ik. Ik hoor iets tikken, heel licht, in de motor ergens. Net een vogeltje tegen een raam. Het houdt weer op. Even later weer. Rood lampje gaat branden. Auto houdt ermee op. We rijden de berm in. "Ik snap er niks van", zeg ik. Jannah, die helemaal niks van auto's weet, denkt dat het wel meevalt, dat ik zo weer weg zal rijden. "Nee", zeg ik. "Rode lampjes betekenen het einde." Ze is onthutst, hoe laat gaat het nu worden? Ik schets haar het ongunstigste beeld. Misschien zien we de zon wel opkomen. Ik bel de Wegenwacht, alweer, hoe vaak is dat nu de laatste tijd al niet gebeurd? Komen ze nog wel? Staat er geen rood kruisje bij mijn naam? Schouten niet! Maar hij komt. Schijnt in de motor, mompelt, schijnt nog eens. "Doet het", hoor ik. "Eh, heeft u er misschien diesel ingegooid", vraagt hij. En op hetzelfde moment weet ik het. Ja natuurlijk, diesel, mijn gewone niet-pronkauto rijdt op diesel, dat is het dus. Hoe stom kan een mens wezen, daar is geen Heidegger of geloof tegen opgewassen. Dan schijnt de wegenwacht ook nog even in de cabine: Jannah, Arie. "Hé, een BN'er", zegt hij verrast. Maar mijn auto rijdt niet op BN'ers. Dus worden we naar Amsterdam gesleept, gezellig in het holst van de nacht. Buiten regent het nog steeds. Misschien gaat de zon wel nooit meer op, denk ik nog voor ik in de sleepauto indut.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden