Review

Reich verrast met langzaam veranderende herhalingen

Een studieproject kun je het haast niet meer noemen, zo omvangrijk is het festival rond Steve Reich dat het Koninklijk Conservatorium in Den Haag vanaf vandaag twee weken lang op zijn kop zet. Reich zelf is aanwezig bij de workshops en concerten in vijf Nederlandse steden. Aan lezingen doet hij niet, maar daar heeft festivalbedenker en conservatoriumdirecteur Frans de Ruiter wat op gevonden.

Het is natuurlijk toeval, maar toch: in hetzelfde jaar als het boek 'Gestolen Tijd' van Louis Andriessen uitkwam, verscheen een soortgelijke bundeling van teksten van zijn Amerikaanse collega en generatiegenoot Steve Reich ('Writings on Music, 1965-2000'). Of toch geen toeval? Kijk er de beide indexen op na, en je ontdekt dat de naam van de één prominent in het boek van de ander voorkomt. En vice versa.

Hoe zit dat? De beide klassiek opgeleide componisten vonden hun inspiratie in Stravinsky, de jazz en de minimal music van Terry Riley. Allebei studeerden ze bij Luciano Berio, maar wel apart van elkaar. En allebei vonden ze dat het radikaal anders moest in het muziekleven.

De eerste vonk sprong volgens Reich over in het begin van de jaren zeventig, toen Steve Reich met zijn ensemble in Nederland optrad. Andriessen raakte enthousiast door de niet-romantische klank van de groep, de strakheid en de verrassing van de langzaam veranderende herhalingen in de muziek van Reich. En dus richtte Andriessen naar dat voorbeeld zijn eigen groepen op, Hoketus en Orkest De Volharding.

Bij Andriessen lees je dat zijn belangrijke 'De Staat' (1976) vijf jaar voor Reichs 'Tehellim' werd geschreven, een werk dat een zekere verwantschap met het eerstgenoemde vertoont. Daarna wordt het moeilijker aan te tonen wie er nu eigenlijk wie heeft beïnvloed, al kun je wel stellen dat beide componisten met hun eigenzinnige, niet-academisch en gedreven werk een belangrijke stroming in het componeren vertegenwoordigen.

Een stroming die in Nederland wel wordt gevangen onder de noemer 'Haagse School', naar de componisten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, door wie die stijl (als je al van één enkele stijl kunt spreken) wordt gehanteerd: naast Andriessen is dat bijvoorbeeld Cornelis de Bondt, Martijn Padding of Diderik Wagenaar.

Die lijn tussen Den Haag en Reich wordt de komende weken zichtbaar (en vooral hoorbaar) gemaakt in het festival 'Steve Reich in Den Haag', een initiatief van het Haags conservatorium, dat zich als een olievlek over vijf steden zal uitstrekken. Reich zelf is uitgenodigd als gast en zal figureren in workshops en interviews. Reichs inspiratiebronnen, zijn navolgers en zijn gehele eigen oeuvre komen in tientallen concerten tot klinken, zijn video-opera's worden vertoond en dansgroep Rosas beweegt op de klanken van 'Music for 18 Musicians'.

Initiatiefnemer van dit enorme project is Haags conservatoriumdirecteur Frans de Ruiter. Al eerder haalde hij componisten als Karlheinz Stockhausen, John Cage, Mauricio Kagel en György Ligeti naar zijn instituut: projecten waar het Nederlandse muziekleven nog over spreekt.

Heeft Reich als componist van 'minimal music' dezelfde statuur als de vorige gasten? De Ruiter: ,,Het is moeilijk verschillende componisten te vergelijken. Ik denk dat Steve Reich een klassieker uit de twintigste en eentwintigste muziek is. Uit die hele groep componisten waar het woord 'minimal' op wordt geplakt, is Reich degene met de rijkste ontwikkeling. Bij iemand als Philip Glass luister je tijden naar dezelfde toonladder, terwijl de lengte van Reichs stukken gewoonlijk buitengewoon goed gekozen is. En bij hem heeft die gradueel veranderende muziek geleid tot prachtige instrumentatie, video-opera's, en elektronisch verwerkte samples. Reich verrast me altijd weer door het moment waarop er veranderingen plaatsvinden, en door de onvoorspelbaarheid van die wisselingen.''

De muziek van Reich heeft zijn wortels niet alleen in het werk van Stravinsky, Bartók, en in de jazz, maar ook in Afrikaanse en Indiase ritmiek. Reich wilde de herhalende patronen, die hij zo bewonderde in het werk van Terry Riley naar zijn hand zetten. Hij vond de oplossing van het probleem bij toeval, toen hij aan het werk was met zijn tape-stuk 'It's Gonna Rain'(1965). Gefascineerd door de bijna zangerige melodieën van spreekstemmen, nam hij voor dat werk een preek over de zondvloed van een zwarte predikant op, knipte die toespraak in kleine woordpatronen en liet die in stereo door twee bandrecorders eindeloos herhalen. Een soort rap avant-la-lettre. Omdat het ene apparaat wat sneller liep dan het andere, begonnen de stempatronen langzaam ten opzichte van elkaar te verschuiven.

Gebruikmakend van zulke verschuivingen schreef hij ook werk voor musici die op een vergelijkbare wijze de strijd wilden aanbinden met hun eigen werk dat eerder op band was opgenomen.

Reichs veelzijdige manier van werken maakte het project geschikt voor grote delen van het conservatorium: zo zijn de afdelingen klassiek, oude muziek, jazz, sonologie, beeld en geluid en zang bij 'Steve Reich in Den Haag' betrokken. En leren studenten met de balletten en video-opera's dat er niet alleen reguliere concerten zijn. Volgens De Ruiter is die les in het huidige kunstonderwijs is hard nodig.

Reich staat niet bekend als compositiedocent, maar toch geeft hij de komende weken een aantal studenten les achter gesloten deuren. Lezingen geeft Reich normaal gesproken ook niet. De Ruiter: ,,Hij zegt dan 'I don't talk, I answer questions'. En dat is ook precies wat we hem in een aantal sessies laten doen. We lokken hem met prikkelende vragen uit om zijn mening te geven over een aantal zaken. Als hij vragen beantwoordt, houdt hij een betoog van tien minuten: en zo geeft hij toch een beetje een lezing.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden