TIEN GEBODEN

Regisseur Mijke de Jong is niet meer de mega-bitch die ze ooit was

Beeld Mark Kohn

Mijke de Jong (Rotterdam, 1959) is filmregisseur en scenarioschrijfster. Ze won meerdere malen een Gouden Kalf: één voor ‘Broos’ in 1997 en drie voor ‘Tussenstand’ in 2007. Haar film ‘Layla M’ uit 2016 werd als Nederlandse inzending ingestuurd voor de 90ste Oscaruitreiking. Haar nieuwste film ‘God Only Knows’ draait sinds donderdag in de bioscoop.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Nadat ik in een interview had gezegd dat ik streng gereformeerd ben opgevoed, werd ik meteen door mijn ouders gebeld: ‘Nou ja zeg! Zo streng was het nou toch ook weer niet?’ En nee, zíj waren niet streng. Mijn moeder zat, als een van de eerste vrouwelijke ouderlingen in de protestantse gemeenschap, flamboyant gekleed tussen al die stijve mannen, voorin de kerk. We luisterden thuis naar vrolijke muziek, tijdens de zomervakanties in het buitenland bezochten we mooie, katholieke kerken, mijn ouders stonden open voor nieuwe ideeën, gaven ons een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en een oproep om altijd voor je naasten te zorgen mee, maar toch... Het was grijs, grauw en somber in de kerk. We mochten op de dag des heren geen geld uitgeven, toen ik een keer op zondag stiekem naar een tekenfilm ging, stelde ik mijn ouders daarmee diep teleur. Ik kwam in opstand tegen die dwingende moraal, tegen de autoriteit, ging voortdurend discussies aan. ‘Als God bestaat, hoe kan het dan dat er in Biafra kinderen sterven van de honger?’ En tegen mijn vader: ‘Je bent een arts, een wetenschapper! Hoe kan je nou in een schepping geloven?’ Ik was activistisch, had een grote mond, maar ik was tegelijkertijd een angstig kind; ik had kaders nodig om overeind te blijven. Dus toen ik op mijn zeventiende naar Amsterdam vertrok, sloot ik me niet lang daarna bij een groep aan die weliswaar haaks stond op het milieu waar ik uit kwam, maar er, door een dogmatische manier van denken, ook wel een beetje op leek: Onkruit (actiegroep van militante antimilitaristen die van 1974 tot 1986 actief was, AV), een subversief denkend bolwerk. Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat ik die muren nodig had om ze daarna weer af te kunnen breken. Ik kan nu varen op mijn eigen moraal, ik laat me niet meer door anderen vertellen hoe ik moet denken of wat ik moet doen. Wat rest, wat overbleef van mijn opvoeding – en waar ik nog altijd blij mee ben – is het gevoel verbonden te zijn met iets buiten mezelf; iets wat groot en onvoorstelbaar is. Het klinkt misschien een beetje overdreven, maar ik zeg het toch: ik heb nog altijd het gevoel dat ik word gedragen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld ­maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat ­beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Het gesneden beeld, dat hoorde bij de katholieken. Jezus aan het kruis? Nee. Daar deden we niet aan. Later, in mijn spirituele periode, heb ik nog wel een beetje geflirt met altaartjes en wierook, al voelde dat meteen al een beetje... fout. Toen ik een Gouden Kalf won (voor ‘Broos’, in 1997, AV) zei ik tijdens mijn speech: ‘Hier zal ik straks eens lekker omheen gaan dansen’, maar ik heb het niet gedaan natuurlijk. Misschien ook wel vanwege een regel die lijkt samen te vallen met dit gebod: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Wij mochten thuis niet vloeken, dat spreekt vanzelf. Mijn moeder noemde het ‘verbale onmacht’ en ik heb later zeIf ook nooit, ook niet bij wijze van provocatie, de behoefte gehad om orthodox gelovigen, van welke stroming ook, te shockeren. Dat die vrijheid om anderen te beledigen bestaat, wil niet zeggen dat je er per se gebruik van moet maken. Ik geloof eerder in verbinden dan in provoceren. Ik ben niet van het statement, ik ben van de nuance.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij ­die heiligt, zes dagen zult gij ­arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Het eerste woord dat nu in me opkomt is saai. ’s Ochtends en ’s middags naar de kerk. In zo’n prik-maillotje. Plukken aan het haar van degene die voor me zat in de bank. En het duurde ook allemaal zo vreselijk lang... En dan moesten we ook nog naar zondagsschool. Tegenwoordig vind ik de zondag een mooie dag, een dag waarop ik zelf mag kiezen of ik wil werken of niet. Ik kom tot rust, doe dingetjes die doordeweeks zijn blijven liggen, ga naar een museum of lees een boek. Het is nog steeds een essentieel andere, bijzondere dag, ook al lijkt-ie verder in weinig meer op zondag van vroeger.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder maakte bandjes, schattige, kleine interviews in huiselijke kring. Er is er een, gemaakt op een zondag, waarop mijn moeder vraagt: ‘Marijke, we zijn net lekker met z’n allen naar de kerk geweest en jij wilde niet mee. Waarom niet?’ Mijn antwoord was; ‘Ja, maar ’k wou...’ Ik was acht of negen jaar oud, ik wilde mijn ouders geen verdriet doen, maar ik voelde ook, toen al, een soort weerstand tegen het instituut. ‘Ja, maar ’k wou...’, dat hoor je mij steeds zeggen, terwijl mijn moeder alweer naar een volgend kind is gestapt voor haar reportage. ‘Ja, maar ’k wou wel’, maar ik zei het heel zachtjes.’

Dat schuldgevoel heeft in mijn leven een grote rol gespeeld; het is een permanent gezwoeg, ook binnen relaties, om te doen wat je móet doen, dat waar je hart ligt, maar je er uiteindelijk ook steeds weer schuldig over te voelen. Ik vond het moeilijk om me te geven, angst voor intimiteit. Ik heb niemand nodig; ik los het allemaal zelf wel op. Eenzaam? Ja, ik ben behoorlijk eenzaam geweest. De laatste jaren lukt het me beter om meer tinten te zien, om van de nuances in het leven te genieten. Soms denk ik: jammer dat ik daar niet al op mijn dertigste mee ben begonnen. Ik was boos, recalcitrant, al was het verzet tegen mijn ouders uiteindelijk best onschuldig.

“Misschien ben ik ook zo vroeg vertrokken om die problemen uit de weg te gaan. Dat kan. Ik merk dat mijn twee zussen en mijn broer een andere band met mijn ouders hebben opgebouwd. Ik ben het nest uitgesprongen, heb me teruggetrokken. We hadden langere tijd minder contact, niet problematisch maar wel oppervlakkiger.

“Ik ben mijn ouders altijd dankbaar geweest, ik heb respect voor de manier waarop ze ons hebben grootgebracht. De laatste jaren is mijn waardering voor hen alleen nog maar groter geworden. Ze kunnen me enorm ontroeren. Met het versterken van die band is ook mijn angst om hen kwijt te raken groter geworden. Ze zijn allebei al een eind in de tachtig, gezond en goed ter been, maar toch – ik ga steeds meer opzien tegen het afscheid. Hebben we alles tegen elkaar gezegd? Is dat het? Of gaat het over het verlies van mensen die onvoorwaardelijk van je houden? Het is een onverdraaglijke gedachte waar ik letterlijk wakker van kan liggen, maar het is niet anders: het gaat gebeuren.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Daar was ik in mijn Onkruit-jaren minder stellig over. Wij protesteerden tegen de burgemeester van Amsterdam en schreeuwden teksten als: ‘Polak, zwijn, we krijgen hem wel klein!’ En ‘Alle mensen opgefrist, Polak in z’n kist!’ Zeggen en doen zijn twee verschillende dingen, maar we bespraken naar aanleiding van de politieke moorden van de Raf (Rote Armee Fraktion, links-extremistische terreurgroep uit de Bondsrepubliek Duitsland, actief tussen 1970 en 1998, AV) wel degelijk de vraag tot hoe ver je zou mogen gaan.

“Mag je iemand uitschakelen, om erger te voorkomen? Zulke gedachten komen nu niet meer in mijn hoofd op. Laatst droomde ik dat ik iemand had vermoord. Niet in detail – het was ook geen bekende – niet uit woede, haat of whatever, nee: ik had gewoon een willekeurig mens gedood. Ik schrok wakker en voelde me zó opgelucht! Het was maar een droom. Dat lijkt me namelijk het allerergste wat je kan gebeuren; dat je moet blijven leven met de wetenschap dat je iemand van het leven hebt beroofd.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Jan en ik kennen elkaar al heel lang, maar we zijn pas tien jaar geleden, toen onze zoon vijftien jaar oud was, getrouwd. Het was een klassieke bruiloft, met een mooie jurk, veel gasten, eten en drinken, alles erop en eraan. Jan heeft daarna ook nog een hart en ­‘Mijke’ op zijn arm laten tatoeëren, dus ja, dit is for better and for worse. We kunnen er niet meer omheen.

“Het is gek, maar ik wist het eigenlijk altijd al: dit is mijn man, de liefde van mijn leven. We hebben natuurlijk ook onze mindere momenten gehad en ik ben weleens iemand tegengekomen van wie ik dacht: die is eigenlijk óók wel leuk, maar ik zal dit deel, ons hart, het exclusieve intieme gebied, altijd blijven beschermen. Ik kan mensen die hier vrijer in zijn wel benijden, maar ik ben nogal jaloers aangelegd en ik zou het voor mezelf niet kunnen verantwoorden als ik een ander iets zou aandoen waarvan ik ook niet wil dat het mij zou worden aangedaan.”

VIII Gij zult niet stelen

“Voor ons, krakers, was het bijna een verplichting om proletarisch te winkelen. Robin Hood was mijn held. Je steelt van de rijken en je geeft het aan de armen! In mijn geval sloeg dat natuurlijk nergens op want ik pikte mooie boeken en roomboter, allemaal voor mezelf. Toen ik inzag hoe kinderachtig het allemaal was, ben ik ermee opgehouden. Als principe, als politiek ideaal, snijdt het nog steeds wel hout. Arme mensen mogen van mij de bank belazeren of eten stelen bij een groot, winstgevend bedrijf. Rijk en machtig zijn en dan nóg rijker en nóg machtiger willen worden, dat is pas erg.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Hoewel ik vrolijk was en enorm kon schateren, was ik toch ook jarenlang nogal kwaaiig. Ik kon een mega-bitch zijn. Misschien heb je zo’n voorgeschiedenis wel nodig om uiteindelijk tot rust te komen en genuanceerd te kunnen zijn. In die zin kun je mijn films zien als een soort biografie, het verslag van een lange zoektocht.

“Ging het bijvoorbeeld in ‘Uitgesloten’ (uit 2001, AV) nog over verzet en eigenheid bewaren... Oh, wacht, ik moet even afdwalen, over waarheid gesproken: in de meest ontroerende scène van Uitgesloten komt de hoofdpersoon, zoon van Jehovah’s Getuigen, thuis en treft daar zijn woedende ouders aan. De jongen had iemand van de kerk verteld dat hij, ongehuwd, met een meisje naar bed was geweest. Deze ouderling had meteen de ouders ingelicht. Ze zijn radeloos, ze storten helemaal in. En dan vraagt die jongen aan zijn vader: ‘Had ik dan moeten liegen?’ Waarop die man antwoordt: ‘Ik waardeer je eerlijkheid, maar daardoor ben ik nu wel mijn baan kwijt’. Dat is de praktijk in die strenge milieus: jouw eerlijkheid wordt getoetst aan de wetten van het instituut. Zwart wit, rechtlijnig, zo hoort het, dit mag wel, dat mag niet...

“Maar goed, waar was ik? Ja: verzet en eigenheid. Inmiddels zit ik in een andere fase. ‘God Only Knows’ is een generatiefilm die als uitgangspunt heeft: in hoeverre kun je er echt zijn voor een ander? Wat is altruïsme? Maar de film gaat ook over macht- en onmacht in ­familierelaties. Het zijn allemaal getuigenissen van mijn eigen leven. Ik denk dat je nu meer van me te zien krijgt dan vroeger. Nog niet eens zo heel lang geleden was het: vind je me lullig? Oké, doei! Ik ben weg. Ik was het dwarse meisje in al mijn films.

“Inmiddels kan ik met meer humor ­kijken naar ons menselijk getob en weet ik dat de Waarheid niet bestaat. We moeten alle partijen aan het woord laten. God Only Knows is voor mij pas écht geslaagd als je aan het eind van de film alledrie de kinderen begrijpt; voor ieder standpunt is iets te zeggen, niemand heeft het ooit helemaal bij het rechte eind.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Om nog even terug te komen op de mega-bitch die ik ooit was: ik reageerde vooral uit angst, denk ik. Angst om niet erkend te worden, om niet gezien te worden. Ik had de neiging mezelf te overschreeuwen en voelde me ook tekort gedaan als anderen de aandacht kregen die ik, vond ik, verdiende. Het was niet per se fout – bewijsdrang was ook mijn motor – maar ik begon toch tegen allerlei dingen aan te lopen. Het klinkt misschien gek, maar ik kwam er op een dag achter dat ‘luisteren’ ook een optie was. Kalmeer een beetje en lúister nou eens beter!

“Gaandeweg lukte het me te veranderen. Ik leerde te relativeren, mijn ­ambities werden zuiverder. Ik ben preciezer geworden in mijn keuzes. Mooie films maken, dat is nog steeds het uitgangspunt, maar het gaat nu minder om wie ik ben en meer om wat ik wil vertellen. De kern van mijn verhaal is eigenlijk nooit veranderd. Het is een echo van mijn opvoeding: heb mededogen, probeer te begrijpen, zoek de kruispunten. Je bent niet alleen op de wereld.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Lees ook: 

De hoofdpersonen in het slim geschreven ‘God Only Knows’ houden elkaar in een houdgreep

Trouw gaf de nieuwe film van Mijke de Jong deze week drie sterren. De hele recensie leest u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden