Regisseur Leonard Frank werkt met de schone schijn als stijlbloem

ZEVENAAR - Dat de Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller (1915) sterk beïnvloed is door de Noorse auteur Ibsen bleek meteen al zonneklaar uit zijn eerste grote publiekssucces 'All my sons' uit 1947. Grote thema's aan de orde stellen, maar geplaatst binnen de context van de kleine, direct herkenbare gemeenschap van een familie. In 'All my sons' gaat het om oorlogsprofiteurschap gekoppeld aan de persoonlijke schuldvraag. Evenmin als bij Ibsen is bij Miller sociale betrokkenheid los te denken van het besef van individuele verantwoordelijkheid.

Die persoonlijke verantwoordelijkheid heeft het centraal personage, de fabrikant Joe Keller, destijds nogal egocentrisch opgevat. Om met zijn gezin te kunnen overleven, verrijkte hij zich met de productie van defecte vliegtuigonderdelen. Als verschillende oorlogsvliegers daardoor verongelukken en het tot een proces komt, ontloopt Keller gevangenisstraf door zijn compagnon voor de zaak te laten opdraaien. Het eerherstel na zijn vrijspraak is echter schijn. Alleen zijn jongste zoon Chris - de oudste raakt vermist tijdens de oorlog - gelooft in zijn onschuld. Tot de kwestie wordt opgerakeld door de komst van de dochter van zijn voormalige vennoot.

Het kostte me aanvankelijk behoorlijk moeite om greep te krijgen op de voorstelling door Theater van het Oosten, donderdag in de Zevenaarse schouwburg Bommersheuf. Het leek of het belang, de zwaarte ook van het thema, consequent werd weggewoven door een demonstratief luchtig doen-alsof.

Regisseur Leonard Frank heeft de schone schijn tot stijlbloem verheven. Het leven met de leugen heeft het gedrag en de onderlinge omgang bepaald. Alles en iedereen is en doet onecht. 'Hi', 'hi' luiden de gemaakt vrolijke begroetingen. De opkomsten van de personages zijn bestudeerd en voorspelbaar als van revue-artiesten, ingepast in het toneelbeeld.

Dat verder sober gehouden toneelbeeld van Catharina Scholten wordt gedomineerd door een vergezicht, geel tot de einder met daarboven een blauwe lucht. Het onderste deel van de omlijsting is een iets verhoogd plankier, waarop de acteurs zich vanuit de coulissen presenteren. In de openingsscène zit pa Keller daar als ware hij onderdeel van een schilderij met, net als een paar dorpsgenoten wat verderop, een Chevalier-hoedje op zijn hoofd. Het is het beeld van een gezaghebbend causeur. In de epiloog wordt dit openingsbeeld herhaald alsof er niets veranderd is.

Het is of Frank daarmee wil zeggen dat Kellers inzicht in zijn verfoeilijke leugen, veroorzaakt door de onverwachte afscheidsbrief van zijn vermiste zoon, slechts een incident is en van tijdelijke aard; dat opportunisme een gangbaarder houding is, zeker in tijden van oorlog en nood. Het is geen blijk van begrip, maar een constatering die Millers aanklacht een pijnlijke dimensie verleent.

'Al mijn zonen' (vertaling Marcel Otten) is opgebouwd volgens het principe van een politie-detective. Steeds nauwer sluit zich het net om de dader tot hij de waarheid niet meer kan ontgaan. De enscenering heeft eenzelfde structuur. De diepte van het toneel wordt steeds meer verengd. De achterwand komt per bedrijf meer naar voren met uitvergrotingen van het genoemde vergezicht. De gele bloemenpracht blijkt in het tweede bedrijf een veld met paardebloemen, in het derde bedrijf is het een reusachtige close-up van een insect boven zo'n bloemhoofdje, gezien de vleugels vermoedelijk een vlinder als zinnebeeld van de ziel.

Het gekunstelde spel laat geen ruimte voor emoties en houdt het publiek flink op afstand. Het zegt veel over dit schijnwereldje, maar het duurt daardoor lang voor je affiniteit met deze mensen en hun verdrongen gevoelens kan krijgen. Han Römer als Keller slaagt er met zijn zogenaamde, gladjes over alle mogelijke insinuaties heenwaaiende hartelijkheid het best in. Maar Margreet Blanken als diens vrouw Kate raakte mij tenslotte het meest. Zij toont scherp de omslag in haar zorgvuldig opgebouwde pantser van liefhebbende moeder en vrouw. Sentimenten, vreugde, verdriet zijn bij haar de clichés die zij zijn. Tot Kate per abuis, Kellers schoenen poetsend met haar jurk, diens geheim verraadt en in een flits ook haar verstopte haat tegen hem losbreekt. Dan is zij de greep op haar kunstleven kwijt. Als gemankeerde marionet is zij hartverscheurend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden