Levenslessen

Regisseur Jos Stelling haalt graag de jongen in zichzelf naar boven: 'Dat trekt je uit je somberheid'

Jos Stelling Beeld Merlijn Doomernik

Filmregisseur Jos Stelling (74) richtte het Nederlands Filmfestival op dat donderdag begint aan z’n 38ste editie. ‘Soms zeg ik: Laten we deze film niet uitbrengen. Het proces naar de wording is zo mooi. Niet dat publiciteitscircus.’

1. Vergissen is wenselijk

“In de Hongerwinter was mijn moeder zwanger van mij. Er waren al acht kinderen, ik ben de jongste van negen. Mijn vader heeft als goed katholiek waarschijnlijk aan geheelonthouding gedaan tijdens de oorlog. In 1944 stonden de Canadezen aan de Rijn, dus iedereen dacht dat we bevrijd waren. Mijn ouders ook. Mijn vader is die vrijheid meteen met mijn moeder gaan vieren. Te vroeg, bleek al snel. Zo ontstond ik. Maar de Duitsers waren nog helemaal niet overwonnen, de oorlog werd dat jaar daarop pas echt heftig.”

2. Vriendschap verzacht eenzaamheid

“Ik heb warme herinneringen aan ons gezin. Maar zoals het er in veel katholieke families aan toe ging, moest ik naar kostschool. Van mijn achtste tot mijn achttiende zat ik daar. De eenzaamheid was verschrikkelijk. Op jongensinternaten was die eenzaamheid waarschijnlijk nog erger dan voor meisjes. Meisjes hadden een hartsvriendin, maar jongens opereerden in groepjes waar hiërarchie heerste.

Ik miste thuis ontzettend. Ik was bijna obsessief om de trein naar Utrecht te halen. Als je één trein later had, een uurtje verschil, was dat onverteerbaar. ‘Utrecht’ groeide steeds meer uit tot een magische naam. Utrecht was de stad van familie, de stad waar ik thuiskwam. Later kreeg ik ook een hartsvriend op kostschool, een jongen met wie ik altijd samen was. Zo’n vriendschap verzachtte de eenzaamheid een beetje. Ik heb nu geen contact meer met hem, ik wil alles uit die kostschooltijd vergeten. Met niemand uit die tijd heb ik nog contact.”

3. Film is de brug naar de andere wereld

“Die eenzame jeugd heeft me uiteindelijk de richting van de film opgestuurd. Als een kind zich eenzaam voelt, wil het gezien worden. Op de kostschool keken we films. Frater Victor, de ‘filmfrater’, nam me mee naar een kamertje om naar speciale films te kijken. Daarna gingen we erover praten. Er was overigens geen misbruik in het spel. Dat vermeld ik even, anders denkt iedereen dat tegenwoordig onmiddellijk.

Ik was gefascineerd door films, de wereld geprojecteerd op doek. De film was destijds mijn enige confrontatie met vrouwen. Ik had ergens een blik met een film gevonden die ging over een varken dat geslacht werd. Ik draaide hem omgekeerd af, zodat het varken tot leven kwam. Ik vroeg een dubbeltje voor mensen die wilden kijken. Dat waren mijn eerste stappen in de filmwereld.”

4. Haal het kind in jezelf naar boven

“Mijn vrouw is psychotherapeut. Ze vindt dat mijn ouders me in de steek hebben gelaten door mij naar het internaat te sturen. Ik ben het daar niet mee eens. Ze deden hun best, ze dachten dat de kostschool goed was voor ons. Ik ben wantrouwig ten opzichte van psychotherapie. Een mens ontwikkelt zelf vaak een manier om hem door het leven te helpen. Hoe verder je in je leven komt, hoe meer de zwaarte van je jeugdtrauma’s er af slijt en hoe helderder je het ziet. In psychotherapie wordt in dat water geroerd, zodat alle bezinksel dat eerst naar de bodem is gezakt, weer naar boven komt.

Waarom zou je roeren? Ik zie het liever helder. Het leven is nu eenmaal geen pretje. Wat mij helpt als ik somber ben, is de jongen in mezelf naar boven te halen. Bijna letterlijk. Ik zie hem voor me, hij zit op de rand van mijn bed en spreekt me toe. Die jongen heeft een aanstekelijk soort humor. Hij neemt het leven zoals het is en hij is grappig. Het kind in jezelf kan je uit je somberheid trekken.”

5. Schepping is de ruimte tussen polariteiten

“Alles bestaat uit twee. Man, vrouw, goed, kwaad, licht, donker, waken, slapen, en ga zo maar door. Het gaat niet om die twee dingen, maar om het verhaal daartussen. Als je naar mijn films kijkt, zie je dat ik steeds bezig ben met de ruimte tussen twee uitersten. Dat is het leven, de weg van het ene uiterste naar het andere. Zonder tegenstelling is er geen spanning. 

Bij het schilderij ‘De schepping van Adam’, van Michelangelo, zie je dat de twee vingers elkaar net niet raken. Dat geeft de schepping betekenis. Het gaat om het spanningsveld tussen de twee polariteiten. Het tussengebied is de wereld van verlangen, liefde, hoop en haat. Kunst probeert dat spanningsveld zichtbaar en tastbaar te maken. 

Jos Stelling Beeld Merlijn Doomernik

Het maken van een film is ook zoiets. Vanaf nul ga je het hele maakproject door. Iedereen is daarbij betrokken, je krijgt met het hele team de mogelijkheid iets te maken dat boven jezelf uitstijgt. Een geweldig gevoel.

Ten slotte komt de muziek onder de film. Je kunt nu niets meer doen, het is af. De navelstreng wordt doorgeknipt. De film vliegt weg. Daarna komt de publiciteit, je krijgt op je lazer van journalisten, interviews, het hele circus. Soms zeg ik: ‘Laten we de film gewoon niet uitbrengen. Geen navelstreng doorknippen. Het proces naar de wording is zo mooi.’ Het gaat niet om het doel, maar om de weg ernaartoe.”

6. Vriendschap benadert echte liefde het meest

“Mijn vrouw en ik begonnen niet onstuimig. Onze eerste kus was pas na twee jaar. We zijn inmiddels veertig jaar samen. Onze relatie heeft vriendschap als basis. Dat komt er op neer dat ik dingen doe en zij legt uit waarom ik dat doe. Vriendschap is misschien wel de hoogst haalbare vorm van liefde. 

Alle andere daden die liefdevol lijken, hebben vaak een bijbedoeling. Ik liep pas een stuk terug om een bedelaar twee euro te geven. Dat klinkt grootmoedig, maar dat is het helemaal niet, het geeft mij een goed gevoel om die bedelaar te helpen. Puur eigenbelang. 

Liefde is niet onvoorwaardelijk. Zeker niet tussen man en vrouw. Alle zogenaamd onbaatzuchtige daden zijn een investering. Als je een cadeau geeft aan je vrouw of geliefde, hoop je daar iets voor terug te krijgen, zoals liefde, waardering, seks. Voor vrienden kun je dingen doen, omdat het nu eenmaal een vriend is. Je doet het gewoon. Een relatie van liefde groeit uiteindelijk uit tot vriendschap.” 

7. Kijkcijfers zeggen niets over kwaliteit

“Het Nederlandse Filmfestival is hier bedacht, aan de Springweg in Utrecht. Nederland heeft goede films. Het filmfestival is er om Nederlandse filmkwaliteit te delen met het publiek en ook voor filmmakers om elkaar te ontmoeten en elkaar te scherpen met hun ervaring. 

In het buitenland zijn Nederlandse films populair, maar daar verschijnen natuurlijk alleen de beste Nederlandse films. In Nederland zelf zien we alle nationale films, ook de minder goede. Dat films van eigen bodem in eigen land worden verguisd, is overigens niet nieuw. Portugese films worden in Portugal afgebrand. Mijn eigen films zijn populairder in Rusland en Italië dan in Nederland.

Nederlanders zijn een volk van boekhouders, onderwijzers en handelaren. Het draait om kijkcijfers en bezoekersaantallen. Natuurlijk wil ik publiek voor mijn films, want zonder publiek is er geen film. Maar niet ten koste van alles. Getallen zeggen niets over de kwaliteit van een film. In Amerika is iets goed omdat het succes heeft. Succes en kwaliteit zijn niet per se hetzelfde. Er wordt trouwens met die getallen gegoocheld. Ik betwijfel of er inderdaad 160.000 mensen naar het Nederlands filmfestival komen, zoals wordt gesuggereerd.”

8. Filmacteren is niet moeilijk

“Acteurs worden vaak als ‘goed’ bestempeld vanwege de emoties die het publiek in ze legt. Een goede acteur is geen persoon, maar een metafoor. Hitchcock zei ooit: ‘Als een vrouw binnenkomt en gaat zitten, weet ik alles van haar. Dat zie ik door haar kapsel, haar mantelpakje, de manier waarop ze gaat zitten. Dan kan de film beginnen.’ 

Filmacteren wordt overschat. Als een film goed geknipt is en de setting duidelijk, doet de suggestie het meeste werk. Het gaat vooral om de situaties bij film, om de spanning tussen de polariteiten.

Toneelacteren is anders. Misschien is dat het échte acteren, daar moet je zelf op het podium een geloofwaardig personage neerzetten. Er zijn acteurs die erg goed zijn. Die geven iets van zichzelf weg. Ik werk graag met acteurs die iets eigens toevoegen. Het zal je verbazen, maar er zijn vrij veel acteurs met autistische kenmerken of zelfs een stoornis. Zij hebben door heel precies te kijken naar mensen, het vak geleerd. En ze acteren goed. Daarnaast houden ze zich aan hun afspraken en kennen hun teksten. Heerlijk.”

9. Wees blij dat het leven geen zin heeft

“Ik geloof niet in leven na de dood. De dood is het niets, een diepe slaap. Alles in dit leven is cyclisch. Halverwege je leven denk je vaak: ik wil weer terug naar huis, naar de plek waar ik me veilig voel. En je creëert een nest. Het mooiste zou zijn als je aan het einde van je leven terugkeert in de baarmoeder.

De kerk vind ik nog steeds leuk, omdat het me aan vroeger doet denken. De geur van wierook, dingetjes die wel of niet mochten. En voor de figuur Jezus heb ik bewondering. Zijn onbaatzuchtige manier van leven. Het idee van geven zonder te nemen. 

Als ik somber ben, en die periodes zijn er, kijk ik naar het kruisbeeld op mijn kamer waaraan Jezus is vastgespijkerd. Het kan altijd nog erger, denk ik dan. Dat is een troostrijke gedachte. Ga je niet vermoeien met zoeken naar de zin van het leven. Wees blij dat je die niet zult vinden. Dat geeft ruimte aan invulling van het leven.”

10. Cultuur verbindt

“Het Louis Hartlooper Complex en Springhaver hebben we in Utrecht zonder subsidie opgezet. Het begon veertig jaar geleden met Springhaver, destijds een oud pand dat we kochten omdat we het nodig hadden voor de set van de film ‘Rembrandt’. We hebben het café ernaast opgekocht, met als bijvangst dat de bios zo beschermd werd tegen de onderwereld. Zo hadden we een compleet filmtheater met de combinatie van film en horeca. Dat concept sloeg aan. Want cultuur verbindt.

De maatschappij vereenzaamt, valt uit elkaar. Er komen steeds meer eenpersoonshuishoudens waar je individueel achter je computer of tv zit. In filmhuizen beleef je gezamenlijk in een donker zaaltje een film, daarnaast is er een café, een restaurant, gastvrijheid. Met dat concept heb je als filmhuis de toekomst. 

Later hebben we het oude politiebureau gekocht dat leegstond, het Louis Hartlooper Complex. Vroeger heb ik daar nog strafwerk moeten maken. Nu is het Hartlooper Complex een goed lopend filmhuis, dat we op dit moment zonder enige hulp van de overheid aan het opknappen zijn. Daar ben ik wel trots op, ja.”

Jos Stelling (1945) is een van de oprichters van het Nederlands Filmfestival (voorheen de Nederlandse Filmdagen). Hij experimenteerde tien jaar lang met film maken tot hij in 1974 debuteerde met ‘Mariken van Nieumeghen’, naar het bekende middeleeuwse mirakelspel. De film werd geselecteerd voor de officiële competitie van filmfestival van Cannes.

Met ‘De illusionist’(1984) won hij een Gouden Kalf voor beste lange speelfilm. Zijn dertiende, en laatste, film was ‘Het meisje en de dood’ met een hoofdrol voor Sylvia Hoeks (2012).

Stelling zette de filmhuizen Louis Hartlooper en Springhaver in Utrecht op - zonder overheidssubsidie. Hij heeft vier kinderen, twee uit een eerder huwelijk, en twee uit zijn laatste huwelijk. Zijn kinderen werken in zijn filmhuizen.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Meer levenslessen vindt u terug in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden