Regisseur Fassbinder tien jaar na dood mytische gestalte

Morgenavond zendt Duitsland 3 'Ich will nicht, dass ihr mich liebt' uit, een recente documentaire over het leven en werk van Fassbinder. Tot 19 juli volgen op dezelfde zender zes vroege Fassbinderfilms.

Fassbinders vrijage met de trawanten van de dood sprak al tijdens zijn leven tot de verbeelding. In de jaren na zijn dood groeide hij uit tot een mythische gestalte. Hij werd op een lijn gesteld met popidolen als Brian Jones, Janis Joplin en Jimi Hendrix en filmster Marilyn Monroe. Ook zij schitterden maar even, bespoedigden hun einde met drugs en alcohol en stierven voor de ouderdom kon toeslaan.

Met hen belichaamt Fassbinder nu voor vele gewone stervelingen het verlangen naar een leven dat, hoe kort ook, in ieder geval groots, meeslepend, riskant en indrukwekkend is.

Gefrustreerd

In het decennium na Fassbinders dood verschenen ook vele boeken waarin deze mythe genadeloos wordt doorgeprikt. Vaak stammen ze van meer of minder gefrustreerde intimi die in zijn schaduw leefden en gaan ze het niveau van bladen als Prive niet te boven. Het is de keerzijde van de moderne legende-vorming.

Het junkie-gedrag van Fassbinder werd tot in de detail belicht. Zo zou hij de zesdelige tv-serie 'Berlin Alexanderplatz' tot dertien delen hebben laten uitdijen om aan geld voor drugs te komen. Ook zou hij tijdens de opname van die serie drie assistenten ingehuurd hebben die hem - waar hij zich ook bevond - zijn dagelijkse portie van zo'n acht gram coke bezorgden.

Al even gedetailleerd werden Fassbinders botte en tiranieke omgangsvormen uitgemeten. Hij omringde zich vanaf het begin van zijn carriere bij het Action-Theater in Munchen met een clan van vrienden en vazallen en ontpopte zich voor hen als een meester, goeroe en dictator. Wie in zijn gunst stond, kon meeprofiteren van zijn invloed en geld. Wie uit de gratie raakte -

dat overkwam velen - liet hij ijskoud vallen.

Deze positieve en negatieve beeldvorming heeft het zicht op de echte Fassbinder danig vertroebeld. Wat hem ten diepste dreef en voortjoeg, wordt gelukkig nog duidelijk uit zijn onthutsend persoonlijke en eerlijke bijdrage aan de episoden-film 'Deutschland im Herbst' uit 1977. Daarin gaven negen vooraanstaande regisseurs hun visie op het ontredderde Duitsland kort na de moord op werkgeversvoorzitter Hans Martin Schleyer, de raadselachtige dood van drie RAF-leden in de Stammheim-gevangenis en de bestorming van een gekaapt Duits vliegtuig in Mogadisjoe.

Fassbinder voert de kijker mee naar zijn donkere apartement. Hij kibbelt met een rechtse makker, praat met zijn moeder die verlangt naar een goede, lieve en vriendelijke dictator, werkt een loge, die weleens een terrorist kon zijn, de deur uit en zoekt troost bij een goede vriend. De filmer ondergaat deze sociale activiteiten als een gekwetst en opgejaagd dier. Nerveus dribbelt hij rond, steekt de ene na de andere sigaret op, zuipt als een tempelier, snuift coke en barst in een onmachtig snikken uit. Zo laat hij zien hoe paranoide en ziek de maatschappij hem en anderen kan maken.

Beul

De Fassbinder uit 'Deutschland im Herbst' verschilt nauwelijks van de personages uit zijn omvangrijke oeuvre. Steeds voerde hij figuren op die hunkeren naar een liefde die hun medemensen en de wereld niet kunnen geven. Doorlopend liet hij zien hoe de hieruit voortkomende frustraties ieder mens tot slachtoffer en beul maken.

Alle films van Fassbinder waren variaties op het thema 'Liebe ist kalter als der Tod' (de titel van zijn eerste lange speelfilm uit 1969). Door de mens in zijn naakste, gruwelijkste en eenzaamste staat te tonen - en daarin is en blijft Fassbinder een meester - probeerde hij zijn eigen existentiele nood te bezweren.

Naarmate zijn carriere vorderde, wist Fassbinder zijn persoonlijke obsessies steeds beter in te bedden in de Duitse (film)geschiedenis. Met films als 'Die Ehe der Maria Braun', 'Lili Marleen', 'Lola' en 'Die Sehnsucht der Veronika Voss' probeerde hij een brug te slaan tussen het heden en de jaren dertig, tussen de moderne Duitse film en de vooroorlogse glorie-periode.

Furore

Bindmiddel tussen die, door de Hitler-periode schijnbaar voor altijd gescheiden, tijdperken was Hans Detlef Sierck; de man die in de gloriedagen van de UFA-studio's in Berlijn enige prachtige melodrama's regisseerde en die in de jaren veertig en vijftig onder de naam Douglas Sirk in Hollywood furore maakte als 'the master of the weepies'.

Fassbinders 'Angst essen Seele auf' (1973) was een actualisering en modernisering van Sirks 'All that heaven allows' uit 1955. Al zijn andere films zijn pogingen het melodrama van Sirk nieuw elan te geven en verder te ontwikkelen; pogingen om de continuiteit van de Duitse (film)geschiedenis te herstellen.

Maar zoals Fassbinders honger naar liefde niet gestild werd, zo vond ook dit streven geen vervulling. Na zijn dood stortte de Duitse film volledig in. Fassbinder bleek een eendagsvlieg die, rusteloos voortgejaagd door een innerlijk vuur, even de droom van een nieuwe Duitse cinema deed oplichten.

Nadat dat innerlijke vuur Fassbinder binnen de kortste keren verteerd had, verpulverde ook die droom razendsnel. Tien jaar na zijn dood zijn de films die het vuur overleefden, behalve vaak aangrijpende getuigenissen van het menselijk tekort helaas ook de laatste stuiptrekkingen van wat eens een fantastische cinema was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden