Regiokrant moet breed blijven én de diepte in

Opnieuw verdwijnen er banen bij de regionale kranten. Hoe kan de regiojournalistiek haar waarde behouden en de neergang stoppen?

Kom niet aan de regionale krant. Dat gevoel spreekt vaak uit de reacties als er weer een bezuiniging wordt aangekondigd bij één van de titels in de regio. Zoals afgelopen week, toen uitgever De Persgroep de overnameplannen van Wegener bekendmaakte. Waar is de liefde voor de regiojournalistiek gebleven, vroeg journalistenvakbond NVJ zich af.

De Persgroep gaat, mits de mededingingsautoriteit ACM akkoord gaat met de overname, inderdaad banen schrappen bij Wegener. Bij de zeven regiotitels - TC/Tubantia, de Stentor, de Gelderlander, Brabants Dagblad, Eindhovens Dagblad, BN/de Stem en PZC - zullen door de overname 275 banen verdwijnen, waarvan 93 journalistieke. Dat komt bovenop de bezuinigingen die Mecom, de huidige eigenaar van Wegener al had gepland. Tel je dat erbij dan verdwijnen er 400 fte (voltijds arbeidsplaatsen), waarvan 254 op de redacties.

Tegelijk investeert de Vlaamse uitgever, die in Nederland al voet aan de grond heeft als eigenaar van Trouw, de Volkskrant, Algemeen Dagblad en Het Parool, twintig miljoen euro in de Wegenertitels. Daarmee moeten de kranten dikker worden, er komt bijvoorbeeld een extra katern over lifestyle, en digitaal sterker, aldus de uitgever. Door een deel van de productie, bijvoorbeeld nationaal nieuws, bij het AD onder te brengen, moeten regionale redacties zich weer helemaal richten op lokaal nieuws. De boodschap van De Persgroep: we investeren in kwaliteit in de regio, want dat is het bestaansrecht van de Wegenerkranten.

Annabel de Winter van de NVJ vindt het er op papier 'prachtig' uitzien. Problematisch noemt zij echter de ontslagen: kun je de ambities waarmaken met nóg minder journalisten? Er is de afgelopen jaren al zoveel bezuinigd dat de redacties nu al op hun tandvlees lopen. Sinds 1990 hebben 900 van de 2400 regiojournalisten hun baan verloren. De ondergrens is bereikt, volgens de vakbond. Voor het bijwonen van raadsvergaderingen in kleine gemeenten is allang geen tijd meer.

Wordt er over lokale of regionale kranten gesproken, dan gaat het vaak over die waakhondfunctie. Die wordt alleen maar belangrijker nu er steeds meer taken vanuit Den Haag worden overgeheveld naar de gemeenten, hoor je dan. Maar in de ideale wereld zijn de regionale media zoveel meer dan alleen een waakhond. Ze zijn ook het samenbindende element in een wijk, dorp of stad. De regiokrant of omroep creëert een gemeenschappelijk referentiekader voor de inwoners ervan. Het zorgt ervoor dat burgers hun directe omgeving snappen.

Maar is dat nog steeds zo? De tijd dat een streekkrant als een vanzelfsprekendheid op de deurmat viel, is echt voorbij, zegt Quint Kik. Hij doet voor het Stimuleringsfonds voor de journalistiek onderzoek naar de regionale media. "Ik ken eigenlijk niemand in mijn omgeving, en dan spreek ik over veertigers, die een regionale krant leest. Laat staan van jongere generaties."

1,2 miljoen kranten

De cijfers onderbouwen zijn waarneming: teruglopende lezersaantallen zijn sinds jaar en dag normaal in de regio, overigens net als bij landelijke kranten. De zeventien regionale titels hebben momenteel een oplage van zo'n 1,2 miljoen. Dat is een derde minder dan in 2000, blijkt uit de laatste 'Communicatiekaart van Nederland', geschreven door Piet Bakker, lector media aan de Hogeschool Utrecht. De daling gaat de laatste jaren sneller dan daarvoor: gemiddeld drie procent per jaar verlies is opgelopen tot vijf procent.

Toch moet de positie van regionale kranten in hun verspreidingsgebied niet worden onderschat. Zeker niet buiten de Randstad. Uit de Communicatiekaart blijkt dat in Limburg tachtig procent van de dagelijks verspreide kranten een regionale is, in de provincies Friesland, Zeeland, Overijssel en Noord-Brabant is dat tweederde.

Daar komt bij dat mensen - abonnee of niet-abonnee - positief denken over de krant in hun regio. Dat is de eerste voorzichtige conclusie van het onderzoek dat het Stimuleringsfonds voor de journalistiek in februari presenteert. Daar spreekt een bepaalde behoefte uit: mensen vinden het bestaan van een krant die over hun directe omgeving bericht, belangrijk.

Maar doen de kranten ook wat met die betrokkenheid van hun lezers? Dat valt tegen, concludeert Kees Buijs. Hij liep bij verschillende regionale kranten mee voor zijn onlangs afgeronde promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

"De regionale journalisten zitten om de hoek bij hun lezers", zegt Buijs. "Lezers die veel kennis hebben, in alle haarvaten van de samenleving zitten. Maar wat blijkt? Redacteuren geven wel aan dat ze meer dan vroeger luisteren naar lezers, maar ze handelen er niet altijd naar. Het netwerk van veel van de journalisten bestaat nog steeds vooral uit institutionele bronnen: raadsleden, mensen uit het bedrijfsleven of de maatschappelijke en culturele sector. Gewone wijkbewoners zijn ondervertegenwoordigd."

Lijstjes

Buijs had dat anders verwacht: juist vanwege de rol die editieredacties in hun regio spelen, zou je een andere band met de lezer verwachten. Aan de ambities van de redacteuren ligt het niet. Volgens Buijs zijn die groot, maar lukt het niet altijd ernaar te handelen. De journalisten zijn dagelijks vooral bezig met het afwerken van lijstjes met onderwerpen die de lege pagina's in de krant moeten vullen met behulp van al die institutionele bronnen. Voor een inhoudelijke discussie, of ideeën over hoe de papieren krant en de website elkaar kunnen versterken, is weinig ruimte.

Het gevolg: de regionale kranten kunnen de lezers niet altijd geven wat die zoeken. Het Stimuleringsfonds is voor het onderzoek artikelen gaan tellen. Zeker de helft van de berichten in de regionale krant zijn korte nieuwtjes: over een verkeersongeluk in het dorp, of over een cultureel evenement dat heeft plaatsgevonden. Opvallend weinig kwamen de onderzoekers verdiepende artikelen tegen, al zijn er natuurlijk uitzonderingen: zo zet TC/Tubantia de afgelopen tijd in op datajournalistiek. Kik: "Maar over het algemeen staan de kranten vol met zogenoemd 'nice to know' nieuws: leuk om te weten, maar niet meer dan dat. Dat doen de gratis huis-aan-huis bladen ook al. Als regionale krant moet je iets toevoegen. Mensen willen via de regionale krant hun omgeving begrijpen."

Opvallend daarbij is dat het aanbod van artikelen over lokaal beleid in de regionale kranten niet veel verschilt van dat op lokale nieuwswebsites die de afgelopen jaren uit de grond zijn geschoten. De onderzoekers hadden een groter verschil verwacht, aangezien de kranten over het algemeen toch worden gezien als de klassieke waakhond.

Komt dat niet gewoon doordat redacteuren geen tijd meer hebben nu ze met steeds minder mensen de krant moeten vullen? Nu al zijn er plekken in Nederland die voor de media een blinde vlek zijn. De magische grens lijkt daarbij een inwonersaantal van 50.000 of minder te zijn, aldus het Stimuleringsfonds. Uit die kleine plaatsen vonden de onderzoekers heel weinig nieuwsberichten over lokaal beleid.

Je kunt niet eindeloos bezuinigen, vindt ook Buijs, zelf regiojournalist geweest. "Toen ik stadsverslaggever in Nijmegen was, zaten wij soms met vier, vijf verslaggevers bij een raadsvergadering. Iedereen volgde zijn eigen terrein. Die tijd is echt voorbij. Dat betekent dat je als redactie andere keuzes moet maken. Je moet op een andere manier relevant blijven."

Regionale insteek

Maar ja, hoe doe je dat? De lezers zullen niet allemaal hetzelfde verwachten. Ze willen dat hun krant de diepte in gaat over belangrijke gebeurtenissen in hun regio. Maar een inwoner van Hilvarenbeek verwacht ook dat er zo nu en dan nieuws over zijn eigen dorp in het Brabants Dagblad staat. En zo zijn er tal van andere dorpen in het verschijningsgebied. De regiokrant moet dus óók de breedte in.

"De ervaring leert dat als mensen in Limburg twee keer het woord Rotterdam in hun regionale krant tegenkomen, ze hun abonnement opzeggen", zegt De Winter van de vakbond enigszins chargerend. "Waar wij ons bij de NVJ zorgen om maken, is dat als een deel van de Wegenerkranten straks gevuld wordt vanuit de AD-redactie in Rotterdam, het regionale karakter gaat ondersneeuwen. Worden onderwerpen straks met een regionale insteek beschreven? Of is het bericht overal hetzelfde?"

Kik is het daarmee eens: "Als je de regionale krant als huisvriend ziet die elke dag op de deurmat ploft, dan wil je toch op z'n minst dat hij opent met verhalen uit je straat, dorp of streek? Ik begrijp dat je als redactie belangrijk nationaal nieuws niet helemaal links kunt laten liggen, maar moet je dat wel een prominente plek in de krant geven? De Persgroep wil de Wegenerkranten een extra bijlage geven over lifestyle en gezondheid. Ik zou als lezer veel liever een diepgravend verhaal extra over mijn regio lezen. Dat is toch de reden dat ze zich abonneren op de regiokrant."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden