Regels voor de dialoog/Domme dingen zeggen ontspant geweldig

Een van de belangrijkste verschuivingen die de meeste imams nog voor de boeg hebben is die van preken voor eigen parochie naar inter-religieuze dialoog. Hierbij speelt de democratisering van kennis een grote rol. Het kan nooit alleen de taak van de imam zijn om op theologisch niveau dialoog te bedrijven, wanneer in de woon- en leefomgeving normaal communiceren al een probleem is.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Wanneer op een hete dag in augustus de Nederlandse buurvrouw in de schilderswijk in Den Haag zich oneigenlijk ontkleed in haar tuinstoel voor de deur neervlijt en de dubbel ingepakte Turkse buurvrouw stapt uit het huis naast haar op straat, dan zegt zij niet: doe eens wat uit. De Turkse buurvrouw zegt ook niet: doe eens wat aan. We begeven ons niet op elkaars terrein. Terwijl onze dialoog op straatniveau zou moeten beginnen met de toestemming om domme dingen tegen elkaar te mogen zeggen. Domme dingen zeggen ontspant geweldig. Ik doe het elke dag. De eigenheid van elk mens gaat schuil in een zekere verborgenheid. Elk mens heeft recht op z'n geheim. Daaruit tevoorschijn komen is zich laten zien met zijn gevoelens, zijn gezindheid, zijn persoonlijk inzicht. En dat is vaak riskant. Dat risico moet beveiligd worden, anders blijven we vaag, mat, nevelig, abstract en geven ons niet prijs. We staan immers veel te snel met een oordeel klaar.

Om tot een goede verstandhouding tussen mensen te komen staat de islam liegen toe. We zijn daar niet verantwoordelijk voor, wel voor wat we er uiteindelijk mee doen. Naieve, domme opmerkingen staan we elkaar toe. Er is geen hiërarchie, iedereen is gelijk. Laten we dit de regels voor de dialoog op straat noemen.

Voor deelnemers aan dialoog waarin werkelijk over geloofsinhoud en elkaar begrijpen gaat, is het nodig iets van de geschiedenis van de na elkaar ontstane en naast elkaar voortbestaande religies en hun onderlinge communicatie te weten. In de mystieke stromingen van elke religie herkennen we elkaars persoonlijke individuele beleving beter dan in de dogma's. Soms maken we van een ontmoeting gebruik door onze verschillen aan te dikken. We hebben het dan over bezittelijke goden. Jouw god mijn god. We stuiten onvermijdelijk op de wij en ik-culturen waartoe we behoren; gebedskleedjes op het schoolplein; gescheiden zwemmen, regeltjes, regeltjes, is dat nou geloof?

Ik blijf professor Mulder citeren. De ander begrijpen zoals die zelf begrepen wil worden; vooroordelen afbouwen en tot wezenlijk begrip komen; niet het eigen ideaal met de werkelijkheid van de ander vergelijken; eerlijkheid en bereidheid tot zelfkritiek, vormen de eerste bouwstenen voor samen leven.

Zelfs bij moslim-antropologen vinden we soms een onverzettelijk vanzelfsprekend aangenomen archetypisch model van een alleen zaligmakende volkomen exclusivistische islam. Een islam, die overigens net als sommige andere religies een uitsluitingsmechanisme hanteert van hier tot Tokyo.

De koran is over dat onderwerp veel genuanceerder. Religieuze verscheidenheid wordt door de islam gezien als iets natuurlijks, samenhangend met de vrije wil en dus de mogelijkheid van de mens om te kiezen. God had alle mensen het volgen van een waarheid als een natuurwet kunnen opleggen, maar heeft dat niet gedaan: “En indien Allah had gewild zou Hij u allen tot een volk hebben gemaakt, maar Hij wenst u op de proef te stellen met hetgeen Hij u heeft gegeven”. (5:48) Ook wordt in de koran gezegd: “Indien uw Schepper had gewild, zouden allen die op aarde leven allen hetzelfde geloof hebben gehad. Wilt u de mensen dan dwingen gelovigen te worden?” (10-99)

Als God in Zijn alomvattende wijsheid de mensheid niet gedwongen heeft tot een bepaald principe, zouden wij het als mensen dan onderling moeten doen? Ook hierop antwoordt de koran:

“Er is geen dwang in religie. Het juiste pad is zeker van dwaling onderscheiden”. (2:256)

Geloof heeft binnen de islam pas waarde indien de overtuiging diep in de individuele mensenziel wortelt. Het kan op geen enkele manier aan iemand worden opgelegd, waarmee tevens wordt aangegeven dat we een ander met zijn andere geloof of ongeloof dienen te respecteren. In de koran wordt tegen Mohammed gezegd: “Nee! Je kunt niet leiden wie je liefhebt, maar God leidt wie Hij wil.” (28:56)

De koran zegt niet het zwaard op te pakken om andersgelovigen te bestrijden, maar juist om de vrijheid van godsdienst te verdedigen: “En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken...” (22:39-41).

Wanneer het mogelijk is in kloosters, kerken, synagogen en moskeeën de naam van God te herdenken, dan hebben we het over een en dezelfde God en dat is meer dan de aanhangers van andere religies soms tegen moslims zeggen. Tevens wordt hier een opdracht naar de moslims geformuleerd om gebouwen waarin God wordt herdacht te beschermen tegen agressie. Misschien dat instaan voor elkaar zoals dat in een liberale democratie wordt gepredikt, bij de gebedshuizen kan beginnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden