Regels verstikken aanpak terrorisme

AMSTERDAM - De Nederlandse politie en justitie voelen zich bij de bestrijding van terrorisme met handen en voeten gebonden. De regels voor registratie van potentiële daders en voor infiltratie in kwaadaardige organisaties zijn te rigide.

Op de studiedag 'Vijf jaar na Van Traa' kwamen gisteren in Amsterdam kopstukken van politie en justitie tot één conclusie: tót de aanslagen van 11 september in New York en Washington viel nog te leven met de strenge Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (Bob), erná zijn de regels van het rechercheren naar extremistische misdadigers te knellend.

Commissaris Wil van Gemert van het Korps Landelijke Politie Diensten: ,,Het is nu niet mogelijk een behoorlijk register samen te stellen voor mogelijke terroristen als ze nog geen strafbaar feit hebben gepleegd. We kunnen opvallend gedrag dat verband kan houden met terroristische acties niet vastleggen. Opschrijven dat een extremist een vliegcursus volgt, mag niet.'' Volgens de recherchebaas schiet de bescherming van de privacy te ver door. ,,Op sommige momenten moet je je beleid kunnen opschalen, zoals dat gebeurt bij openbare orde-verstoringen'', zegt Van Gemert.

Na het rapport van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa (1996) is er veel verbeterd, vinden politie en justitie. De schok van de 'crisis in de opsporing' is tot op de dag van vandaag voelbaar. Van wilde opsporingsmethoden om koste wat het kost boeven te vangen, is geen sprake meer. Daarmee is de slagkracht van politie en justitie wel sterk afgenomen. Slechts in uitzonderlijke situaties kunnen volgens de Wet-Bob nog informanten en infiltranten worden ingezet. Van Gemert: ,,Het is duidelijk dat je tot groepen die in de Verenigde Staten hebben toegeslagen niet doordringt met observaties.''

Hoofdofficier Mark van Erve van het landelijk openbaar ministerie (OM) is het met Van Gemert eens dat Bob-beperkingen in het buitenland niet uit te leggen zijn. ,,Onze ministers hebben in Europa grote moeite te verklaren dat wij wel rechtshulp van hen willen, maar zelf niet in staat zijn in eigen land hetzelfde te doen''.

Ook volgens hoofdcommissaris Jan Wilzing, portefeuillehouder georganiseerde criminaliteit, is er 'iets fundamenteels mis' met de Nederlandse recherche-mogelijkheden. Na de onthullingen van de Commissie-Van Traa moeten alle onderzoeken schriftelijk getoetst en vastgelegd worden. ,,Bij een middelgroot onderzoek in een verdovende middelen-zaak, dienen 7000 formulieren ingevuld te worden. Dat is 20 procent van de recherche-capaciteit''. Volgens Wilzing is het ook hoog tijd voor een soort Nederlandse FBI.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden