Regeling voor terminale zorg

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Er komt op 1 januari een aparte subsidieregeling in de volksverzekering AWBZ voor terminale patiënten die meer dan drie uur per dag intensieve thuiszorg nodig hebben.

Tot opluchting en tevredenheid van alle fracties in de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Terpstra van VWS hier gisteren toe besloten. De staatssecretaris ziet af van haar eerdere voornemen om de intensieve thuiszorg voor terminale patiënten onder te brengen in een aparte subsidieregeling in het ziekenfonds.

Tijdens een overleg met de staatssecretaris uitte de Tweede Kamer vorige week felle kritiek op dit voornemen, omdat particulier verzekerde patiënten buiten de boot dreigden te vallen. De zorgverzekeraars konden niet garanderen dat deze verzekerden de intensieve thuiszorg vergoed zouden krijgen. Aanvullende verzekeringen voor deze vorm van zorg blijken nauwelijks te bestaan.

Terpstra erkende gisteren tegenover de Kamer dat inderdaad sprake is van een probleem. Het risico is te groot, schrijft zij in een brief aan de Kamer, dat een deel van de kwetsbaarste patiënten (particulier verzekerden en bejaarden die een standaardpakketpolis hebben) geheel of gedeeltelijk van zorg verstoken zouden blijven. Vandaar haar besluit om de intensieve zorg (de zogenaamde 'lijfgebonden verpleging en verzorging') voor terminale patiënten onder te brengen in een aparte subsidieregeling van de AWBZ. Deze volksverzekering geldt immers voor alle Nederlanders.

Voor niet-terminale patiënten wordt de intensieve thuiszorg begrensd tot maximaal drie uur per dag. Wie deze zorg meer dan drie uur per dag nodig heeft, krijgt een indicatie voor een verpleeghuis. Onafhankelijke regionale indicatiecommissies die vanaf 1 januari moeten gaan functioneren, bepalen welke vorm van zorg het meest aangewezen is. Nu de intensieve thuiszorg wordt uitgebreid tot niet-ziekenfondsverzekerden is deze regeling dertig miljoen gulden duurder dan de oorspronkelijk geraamde zestig miljoen. Terpstra heeft daarvoor geld gevonden.

Tijdens een overleg gisteren met Terpstra maakte de Kamer zich grote zorgen over de achterstand die is opgelopen met de vorming van onafhankelijke indicatie-organen. Nu zijn er daar nog 230 van bij de instellingen. Per 1 januari moeten deze zijn omgebouwd tot tachtig regionale organen. Volgens Terpstra is inmiddels duidelijk, dat 65 procent van de organen per 1 januari aan de slag kan en 31 procent per 1 april. Voor de resterende vier procent komt een overgangsregeling, aldus Terpstra.

Achterstand

Grote zorgen maakt de Kamer zich ook over de inning van de eigen bijdragen in de thuiszorg. Ook daar is een grote achterstand opgelopen. Op 130 instellingen voor thuiszorg zijn er nog 33 niet in staat om de juiste namen, adressen en zelfs woonplaatsen door te geven aan het Centraal administratiekantoor (CAK) dat de eigen bijdragen moet innen.

Maar volgens Terpstra worden de problemen nu snel opgelost. Er zou nog 'slechts' een achterstand zijn van 100 000 facturen, vijf procent van het totaal. Het risico bestaat dat patiënten worden geconfronteerd met een forse naheffing. Maar Terpstra garandeerde gisteren een soepele behandeling. Zo is gespreide betaling mogelijk en staatssecretaris Vermeend heeft toegezegd dat de belastingdienst zich soepel zal opstellen, als het gaat om aftrekbaarheid van de belastingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden