'Regel positie dienstverlenende vrouw beter'

amsterdam – Nanny’s, verzorgenden, alfahulpen, werksters en andere huishoudelijke hulpen verdienen niet alleen een betere positie, maar hebben daar ook recht op. Voor onderzoeksters Leontine Bijleveld en Eva Cremers is het klip en klaar dat de ’status aparte’ van deze – voornamelijk – vrouwen via de regeling ’Dienstverlening aan huis’ juridisch onhoudbaar is.

„Het EU-recht, het VN-vrouwenverdrag, het ILO-verdrag 175 inzake deeltijd, al deze internationale verplichtingen worden geschonden”, somt Bijleveld op. „Deze vrouwen hebben in vergelijking met andere werknemers een marginale rechtsbescherming. Ze zijn uitgesloten van bijvoorbeeld werknemersverzekeringen zoals WW en WIA, en hebben heel beperkt recht op loondoorbetaling bij ziekte.”

Samen met Cremers heeft ze ’Een baan als alle andere?!’ geschreven, dat onlangs is aangeboden aan de Tweede Kamer. In het boek, uitgegeven door de Vereniging Vrouw en Recht Clara Wichmann, hebben ze de rechtspositie van huishoudelijk personeel in deeltijd uitgeplozen, de argumentatie van de wetgever voor hun uitzonderingspositie bekeken en getoetst aan internationale regels. Directe aanleiding was de verslechtering van de situatie van werkneemsters in de thuiszorg na invoering van de WMO. Via goedkopere alfahulpen werd een uitweg gezocht om kosten te besparen.

Met de publicatie hopen ze het debat over dienstverlening aan huis een nieuwe impuls te geven en een einde te maken aan wat in hun ogen discriminatie van werkende vrouwen is. Bijleveld: „De hele geschiedenis laat een desinteresse en onderwaardering zien voor vrouwen in deze sector. Dienstbodes vielen in de 19de eeuw buiten de wet en het vakverbond NVV weigerde indertijd aansluiting van de Algemene Nederlandsche Dienstboden Bond.”

Illustratief is volgens haar dat ook tijdens het politieke debat in deze eeuw het gegeven dat het voornamelijk vrouwen zijn die diensten aan huis leveren, geen rol heeft gespeeld. „De regeling Dienstverlening aan huis is niet getoetst aan het verbod op discriminatie op basis van geslacht.” Ze noemt het ook veelzeggend dat geen ministerie bijhoudt hoeveel mensen er via deze regeling aan het werk zijn, terwijl er via onder meer persoonsgebonden budgetten (pgb) veel gemeenschapsgeld mee is gemoeid. „Daar zit toch een inconsequentie in.”

De Arbeidsinspectie controleert volgens Bijleveld niet of de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan pgb-houders wel het juiste minimumloon adviseert. Zelf heeft ze berekend dat zorgverleners 6 procent tekort komen als de budgethouder, hun werkgever, het SVB-advies aanhoudt. „Beleidsmakers redeneren dat het vrouwen zijn die er maar bij werken. Alsof je hun niet het volle pond hoeft te geven.”

De onderzoeksters vinden het hoog tijd de uitzonderingspositie te schrappen en – net als de Raad voor Werk en Inkomen heeft voorgesteld – een echte markt voor diensten aan huis te ontwikkelen. Door deze diensten fiscaal aftrekbaar te maken, zoals ook onder de rechts-conservatieve regering in Zweden is gebeurd, zal het zwartwerk afnemen en het geld opleveren, is de stellige overtuiging van Bijleveld. Ze sluit niet uit dat ook veel wordt bespaard doordat het beroep op dure zorg vermindert. „Laten we de zaken netjes te regelen, zeker nu door vergrijzing en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt de vraag naar deze diensten zal toenemen.”

Niet alleen de werknemers, ook de werkgevers van de naar schatting 340.000 tot 1,2 miljoen dienstverleners aan huis hebben daar volgens haar behoefte aan. „Ze zijn niet onzichtbaar, ook niet in het informele circuit. Ik herinner me de beschrijving van Anil Ramdas over de aankomst van een bus uit Amsterdam-Zuidoost vol Ghanese vrouwen die in Loenen aan de Vecht gaan poetsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden