Regassa lijkt wilde haren kwijt te zijn

Ethiopische atleet verkiest duurzaam sportleven boven nachtclubs en verkeerde vrienden

ROTTERDAM - Marathonlopers zouden ingetogen, bescheiden en introvert zijn, zo luidt de klassieke opvatting. Die generalisering mag stilaan worden aangepast. Zoals gisteren, nadat de Marathon Rotterdam in de Ethiopiër Tilahun Regassa een 'wilde man' als winnaar kreeg.

De voorbeelden van Afrikaanse atleten die de weelde van plotselinge rijkdom niet kunnen dragen en aan lager wal raken, worden talrijker. De meest opvallende was de Keniaan Samuel Wanjiru, die na zijn olympische titel in 2008 in de verslavende cocktail van dollars, drank en vrouwen onder vreemde omstandigheden op 24-jarige leeftijd de dood vond.

Het is prematuur om eenzelfde sombere toekomst te schetsen voor de slechts één jaar jongere Regassa, maar volgens zijn Libanese manager Hussein Makke behoort hij wel tot de risicogroep. "Tilahun is een van de meest getalenteerde atleten in de wereld", zei Makke in de Amerikaanse editie van Runners World. "Helaas is hij ook een wilde man in elke betekenis van het woord."

Die opmerking maakte Makke niet voor niets. Regassa kreeg als driejarige te maken met de scheiding van zijn ouders en werd tot zijn vijftiende opgevoed door zijn vader. Toen die overleed, overleefde Regassa drie jaar op straat. Toen hij ging deelnemen aan plaatselijke loopwedstrijden kwam de atleet uit Nazret op voorspraak van enkele coaches bij Makke terecht.

Als 19-jarige maakte Regassa naam en fortuin tijdens wegwedstrijden in de Verenigde Staten en als winnaar van de halve marathon in Aboe Dhabi, waar hij 300.000 dollar opstreek. Vervolgens maakte hij een zware terugval door, en dat was niet alleen te wijten aan blessures. Makke zag met lede ogen aan hoe hij nachtclubs frequenteerde voordat hij zich 's morgens op de training moest melden.

Inmiddels heeft Regassa zich ervan laten overtuigen dat een duurzaam sportleven zonder 'vrienden' die op zijn geld uit zijn meer oplevert. Vorig jaar werd hij derde in de marathon van Chicago in een tijd van 2.05,27, waarmee hij de op drie na snelste debutant ooit werd. Bij die gelegenheid werd hij gestrikt door de organisatie van de Marathon Rotterdam, die in hem een van de vijf of zes atleten zag die het parkoersrecord van 2.04,27 van Duncan Kibet uit 2009 zou kunnen breken. De harde tegenwind en het gebrek aan samenwerking in de slotfase deden die poging stranden. Regassa kwam na een zeven kilometer lange solo uit op 2.05,38, waarmee hij de op vier na snelste winnaar in Rotterdam werd. Zijn landgenoot Getu Feleke finishte op meer dan een minuut als tweede.

Na de triomf van Yamane Adhare vorig jaar lijkt na een dertien jaar lange Keniaanse overheersing in Rotterdam een oude traditie in ere te worden hersteld. Lang voordat Kenia op de marathon de dienst begon uit te maken, waren het Ethiopiërs die in Rotterdam opzien baarden. De eerste was Abebe Mekonnen, die al snel werd opgevolgd door de illustere Belayneh Densamo, die de edities van '87, '88, '89 en '96 won. In 1988 was zijn eindtijd van 2.06,50 zelfs een sensationeel wereldrecord.

Recordpoging Butter mislukt door kramp, harde wind en oplopende temperatuur
Al 24 jaar staat de snelste tijd ooit door een Nederlander in Rotterdam gelopen op naam van Marti ten Kate. Hij werd in 1988 derde in 2.10,04. De 'zekerheid' dat Michel Butter een einde zou maken aan dat treurige record, strandde op de onvoorspelbaarheid van de marathon. Viermaal ging het bij Butter op de klassieke afstand crescendo. Gisteren mislukte de vijfde poging, ondanks al het optimisme. Op de vraag waar de opkomende kramp in zijn rechterbeen na 26 kilometer vandaan kwam, bleef hij al speculerend het sluitende antwoord schuldig. Vermoedelijk was het overmoed. Na 30 kilometer stond Butter zelfs even stil om te stretchen, waarbij zich enige paniek van hem meester maakte. Op dat moment werd hij gepasseerd door de meer ervaren, maar minder talentvolle Koen Raymaekers, die meer geduld had betracht.

Vanaf kilometer 20 kregen de hazen van de tweede kopgroep opdracht te versnellen. Voor Raymaekers ging de snelheid te ver omhoog, hij koos voor zijn eigen tempo. Butter haakte wel aan. "Die versnelling was behoorlijk", herinnerde hij zich. "Mogelijk heb ik me daar geforceerd. Er was geen rust meer in de groep, anderen zijn niet eens finisht." Zoals het een marathonloper betaamt, zocht Butter meteen het positieve in zijn falen. "Ik heb vier marathons goed gelopen, daar word je misschien minder van. Misschien word ik door deze les beter. Mogelijk was een negatieve split (de tweede helft sneller lopen dan de eerste, red.) niet realistisch met dit weer."

In de harde wind en met een oplopende temperatuur lukte dat ook de Afrikaanse koplopers niet. Uiteindelijk werd Raymaekers negende en de volhardende Butter tiende, beiden in teleurstellende tijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden