Refo-scholen hebben een obsessie met seksualiteit

Een docent moet de grondslag van een school onderschrijven, maar daar hoort de seksuele moraal niet bij.

Pieter Moens en Gijsbert Vonk zetten uiteen dat naar hun mening een docent met een homoseksuele relatie de grondslag van een reformatorische school niet kán onderschrijven, als zij of hij eerlijk is.

Ik kan instemmen met enkele belangrijke lijnen uit hun artikel: natuurlijk, een leraar of lerares moet zich integer gedragen en heeft een voorbeeldfunctie en er moet eenheid in spreken en handelen zijn. Het slechts respecteren van de grondslag is niet voldoende.

Maar wat is de grondslag van een school? Er zijn immers verschillende interpretaties van de bijbelse boodschap. Toch was het zonneklaar toen ik ooit aantrad als lerares biologie aan een orthodoxe school: onderschrijven van de Drie Formulieren van Enigheid, kerkelijke belijdenisgeschriften waarin geloofswaarheden worden verwoord, over schepping en zondeval, verlossing en dankbaarheid, opstanding en eeuwig leven.

Over hoe christenen zich bij hun doen en laten door hun geloof laten inspireren, blijken zeer verschillende invullingen te bestaan. Bijvoorbeeld: hoe ga je verantwoord om met de schepping? Hoe eet je verantwoord? Hoe reis je verantwoord; waar en hoe ga je op vakantie? Hoe ga je om met je tegenstander/je vijand? Hoe behandelen wij de vreemdeling in ons midden?

Dat zijn tal van onderwerpen waarover we zowel binnen (meer) orthodoxe als (meer) vrijzinnige geloofsgemeenschappen onderling van mening verschillen. Tja, wat is in dezen de juiste invulling van een orthodoxe geloofsbeleving?

Christelijke kerken hebben echter altijd al een obsessie gehad met seksualiteit en relaties. ’Een vrouw die in zonde leeft’, dat was een bekend begrip toen ik jong was: dan was er met haar seksuele leven iets niet pluis. Een ’man die in zonde leeft’ was geen staande uitdrukking.

In het 100 procent gereformeerde dorp waar ik van mijn vijfde tot mijn twintigste woonde, waren de meeste huwelijken gedwongen huwelijken, nadat een jongen zijn meisje zwanger had gemaakt. Ze konden wel ’in de kerk trouwen’, doch slechts nadat ze voor de kerkenraad hadden beleden dat ze hadden gezondigd tegen het zevende gebod (wat vervolgens enkele zondagen in de kerk werd afgekondigd).

Er werd nooit openbare schuldbelijdenis afgelegd inzake overtreding van een ander gebod van de tien geboden.

Die obsessie met seksualiteit kwam weer tot uiting toen de Algemene Wet Gelijke Behandeling tot stand kwam, nadat er al vele jaren over ’de homoseksuele leraar’ was gediscussieerd. Toen werd de suggestie gedaan dat men in het kader van de grondslag van een school ook van een leraar mag verlangen dat deze een ’tot de grondslag te rekenen seksuele moraal onderschrijft’.

Zo werden te onderschrijven verklaringen aan de grondslag van een school toegevoegd. Zo werd ’seksualiteit slechts in een huwelijk van man en vrouw’ tot het alleenrecht op een christelijke levenswijze. Zo nemen Moens en Vonk hun medegelovigen de maat, ondanks dat ze beweren dat het om het ’totaal aan opvattingen’ van een docent gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden